Voorwoord Sigrid Kaag

Sigrid Kaag – Sigrid Kaag is de nieuwe leider van D66. Foto: Martijn Beekman

We leven in een tijd van grote onzekerheid. Mensen leven tussen hoop op betere tijden en vrees voor de toekomst. Want we weten niet wat er nog op ons afkomt. Deze periode van crisis en angst brengt ook nieuwe saamhorigheid. Tussen jong en oud. Tussen stad en regio. Tussen zorgverlener, kunstenaar, leraar en ondernemer. We zijn allemaal doordrongen van het besef dat we deze tijd het beste doorkomen als we het samen doen. Daar kunnen we als Nederland trots op zijn. En nieuwe energie en inspiratie uit putten.

Deze moeilijke tijd is ook een periode van bezinning. Van opnieuw bij jezelf te rade gaan. D66 als partij heeft dat ook gedaan. We hebben met elkaar nagedacht, gesproken en gedebatteerd over onze ideeën voor de toekomst. Niet zoals we gewend waren, in zaaltjes en op partijbijeenkomsten, maar veelal op afstand in talloze online sessies en themabijeenkomsten, ook met experts van buiten de partij.

Die energie past bij D66. Wij kunnen niet naar buiten kijken en denken: “We wachten wel even af wat er gebeurt.” Wij zijn gezegend met een gezond ongeduld om altijd weer een stap vooruit te denken. Daarom heeft D66 – ongeacht tijdgeest of stand van het land – zichzelf door de geschiedenis heen steeds opnieuw uitgevonden. Vanuit de overtuiging dat vrijheid en kansengelijkheid voortdurend investering en politieke moed vereisen. Dat we moeten blijven letten op wie niet vanzelf mee kan of mag komen. Dat de emancipatie van het individu nooit af is. Dat de democratie nooit perfect is. En dat wij daarom nodig zijn.

Voorloper in politiek en samenleving, dat is D66. Trouw aan onze overtuigingen, soms tegen de stroom in. Daarom durfden wij het in 2017 ook aan om na tien jaar weer deel te nemen aan een kabinet. Ik mocht namens onze leden minister worden. We hebben veel werk verzet. We hebben flink geïnvesteerd in onderwijs. De eerste klimaatwet én een klimaatakkoord voltooid. Een modern pensioenakkoord gesloten. Honderden kinderen in Nederland een thuis gegeven met een generaal pardon. En we hebben in tijden van een pandemie verantwoordelijkheid genomen voor grootse steunoperaties. Voor de banen van mensen, voor hun bestaanszekerheid en voor toekomstig herstel.

Het was natuurlijk niet altijd makkelijk. Er waren momenten dat het schuurde en botste. En dat het wezen van de vier partijen leidde tot een patstelling. Ook op die momenten zijn we blijven zoeken naar een oplossing. Gedreven door onze waarden en door de overtuiging dat de politiek ook draait om de kunst van het compromis. We hebben als progressieve motor in het kabinet belangrijke stappen gezet om ons land mooier en vrijer te maken. Zonder D66, zonder de ideeën van onze leden, was dit niet gebeurd.

De komende jaren vragen veel van ons. De coronacrisis heeft al bestaande scheidslijnen nadrukkelijk en pijnlijk blootgelegd. Lang niet iedereen in Nederland heeft dezelfde kansen. De ongelijkheid neemt toe. Tussen kinderen op scholen in goede en minder goede wijken, tussen werkenden met en zonder vast contract, tussen mensen met hun wortels hier of wortels elders.

Wij kunnen de tegenslagen die de coronacrisis heeft gebracht, en ons nog brengt, weer te boven komen. Daar ben ik van overtuigd. Dit verkiezingsprogramma zit boordevol keuzes voor een modern, eerlijk en groen herstel. Wij investeren in een rijke schooldag voor ieder kind en in gratis kinderopvang. Wij investeren in de bouw van een miljoen huizen. Wij investeren in kennis en innovatie, in de banen van de toekomst en in waardering voor de publieke sector.

We steunen de mkb’ers – ondernemers met hun bedrijven, groot en klein – als motoren van de Nederlandse economie én samenleving. Wij nemen voluit de verantwoordelijkheid voor een groene toekomst voor onze kinderen en kleinkinderen. Door te investeren in onze natuur en in duizenden windmolens. En door de komende vijf jaar 30 procent minder nieuwe grondstoffen te verbruiken.

Wij treden hard op tegen uitsluiting en discriminatie. Op de arbeidsmarkt, op de woningmarkt, op straat. Wij willen institutioneel racisme uitbannen, omdat we staan voor een open en inclusieve samenleving.

En er is meer dan deze concrete politieke keuzes. Ik hoop dat ze gepaard gaan met een houding in de politiek: Mensen proberen te overtuigen, ook als er nog geen draagvlak is. Mensen met open vizier en een rechte rug tegemoet treden, niet naar de mond praten. Mensen verbinden, in plaats van de samenleving verder te laten ontbinden.

Laat de crisis een nieuw begin zijn.

Door samen te werken aan een economie van normen en waarden. Aan een economie die werkt voor mensen en niet ten koste gaat van de natuur. Aan welvaart en welzijn voor iedereen.

Door samen te bouwen aan een sterker Europa, omdat een open land als Nederland floreert in een wereld van partners.

Door samen één land te zijn. Een land waar iedereen zich thuis voelt, een eigen plek heeft en met respect de verschillen met de ander overbrugt.


Sigrid Kaag