Rob Jetten tijdens het Notulendebat: “Meer macht en tegenmacht”

De Tweede Kamer debatteerde vandaag over de notulen van de ministerraad waarin werd gesproken over de toeslagenaffaire. Rob Jetten voerde namens D66 het woord. Zijn hele spreektekst lees je hier.

29.04.2021

Bevestiging dat ondervragingscommissie haar werk goed heeft gedaan

Voorzitter,
Mijn eerste conclusie na het lezen van de stukken is dat de parlementaire ondervragingscommissie kinderopvangtoeslag haar werk goed heeft gedaan. Hun conclusies worden grotendeels bevestigd:

  • De omvang en diepte van het toeslagendossier werd pas laat, te laat, duidelijk.
  • De eigen informatiehuishouding bij Financiën en de Belastingdienst is slecht.
  • De informatievoorziening naar de Tweede Kamer was niet op orde.

De gevolgen zijn bekend. Mensenlevens zijn verwoest en de compensatie heeft te lang geduurd. Het kabinet heeft daar terecht de meest vergaande politieke consequentie aan verbonden door haar ontslag aan te bieden.

Onmacht en onvermogen

Maar de openbaring van de notulen legt ook iets anders bloot. Enerzijds zie ik een Tweede Kamer die vraagt, terecht doorvraagt, maar soms wel heel veel vraagt. Anderzijds zie ik een kabinet dat telkens wordt verrast, vervolgens recht probeert te doen aan de ontstane situatie,maar daar te vaak onvoldoende in slaagt.

Je leest tussen de regels door, de onmacht en het onvermogen om dat snel en in één keer goed te doen.

Dat werpt bij mij de vraag op aan de premier en minister van Financiën hoe deze worsteling met informatie hun politieke functioneren heeft belemmerd. En wat zouden ze met de kennis van nu anders doen?

Onnodig, onwenselijk en ongepast

Voorzitter,
Dan over hetgeen dat stof heeft doen opwaaien. Namelijk dat er gesproken is in de Trêveszaal over Kamerleden. Maar: dat was geen nieuws, dat viel namelijk al te lezen in het eindverslag van de POK.

Wat we wél dankzij de openbare notulen weten, is de toon waarop er werd gesproken. Dat had niet gemoeten, dat was onnodig, onwenselijk en ongepast. Dat zeg ik ook tegen de bewindspersonen van mijn eigen partij. Alle bewindspersonen hadden hun ogen op de bal moeten houden, niet op de persoon. Wat was de aanleiding voor deze ontstemde reacties? Was het frustratie over de casus of over de Tweede Kamer? Ik vraag het kabinet om daar uitleg over te geven.
 
Wat dat betreft voel ik me dan ook meer thuis bij de woorden van Sigrid Kaag in de Ministerraad, die stelde dat het een gezond teken is dat er fel wordt gedebatteerd, ook door leden van coalitiefracties.
 
Maar, zo vraag ik minister-president Rutte, waarom heeft hij zich niet achter háár woorden geschaard?
 
Waarom was hij het wel eens met zijn partijgenoot Van Nieuwenhuizen, die vond dat het ‘in geen geval acceptabel te noemen is dat coalitiefracties een scherper standpunt innemen dan oppositiefracties?’
 
Waarom heeft hij dit gesprek als voorzitter van de ministerraad überhaupt toegestaan, en door het te beamen zelfs aangemoedigd?

Aanpassing politieke cultuur

Voorzitter,  
Kritische Kamerleden, coalitie of oppositie: het hoort erbij. In dat licht is er ook iets positiefs uit de notulen te concluderen: Veel kabinetsleden wilden wellicht minder dualisme, maar coalitiekamerleden waren daar niet gevoelig voor. Laten we die houding blijven aannemen als Kamer.
 
Voorzitter,
Er is een structurele aanpassing van de politieke cultuur nodig. Meer macht en tegenmacht. Meer oog voor de menselijke maat in beleid, wetgeving en uitvoering. Geen normvervaging tussen rollen. Geen monistische politieke cultuur. Dát was van een vorige periode. Dat geldt ook voor de beperkte uitleg van artikel 68. De notulen van de Ministerraad laten zien waarom het verstandig is dat we dat al hebben aangepast.

Volg de formatie

Op weg naar een nieuw kabinet houden we je graag zo goed mogelijk op de hoogte.