Vijf plannen voor het mbo

Nederland heeft een sterke sector beroepsonderwijs. Maar liefst 60% van onze bevolking is opgeleid in het mbo. Mbo’ers zijn het fundament van de samenleving. Er is een groot aanbod van opleidingen: van bakker, verpleegkundige en bloemist tot bouwvakker, elektricien of kapitein binnenvaart. Van het leggen van zonnepanelen tot het ontwerpen van een stoel, van het besturen van een cruiseschip tot het verzorgen van cliënten; voor iedere mbo-student is er een mooi plekje te vinden.

Daarom willen wij dat deze doelgroep studenten hier terecht trots op kunnen zijn. D66 wil het unieke opleidingsaanbod van het mbo meer onder de aandacht brengen en beter waarderen.

In deze video meer over de plannen van D66 voor het mbo.

Beeld: In deze video meer over de plannen van D66 voor Nederland.

Al behaalde resultaten voor het mbo

We gaan de goede kant op. D66 is trots op het mbo! Maar we zijn er nog niet. Want D66 wil het beste beroepsonderwijs. Waar de kansen en talenten van studenten centraal staan. Met ruimte en vertrouwen en zonder lastige bureaucratie. 

Mbo als gelijkwaardige onderwijssector

Zes op de tien Nederlanders doet een mbo-opleiding of heeft een mbo-opleiding gevolgd. Toch krijgt het mbo niet de vanzelfsprekende aandacht die bij die getallen hoort. Een belangrijke oorzaak daarvoor is dat binnen de overheid en politiek met name mensen werken die zelf een hbo- of wo-opleiding hebben gedaan. Hierdoor is het mbo nog weleens een blinde vlek.

Daarnaast leeft in onze maatschappij vaak nog het beeld dat een opleiding aan het hbo of de universiteit altijd beter is. Dit leidt tot onbewuste discriminatie en vermindert de erkenning die mbo’ers in de samenleving krijgen. Daarnaast worden mbo-studenten anders behandeld dan studenten uit anderen onderwijssectoren. Dit verslechtert hun kansen in het onderwijs, de arbeidsmarkt en de maatschappij. D66 wil daar een einde aan maken door:

De beste kansen voor studenten en talent centraal

Nog te vaak wordt er gekeken naar wat iemand niet kan in plaats van naar wat diegene wel kan. Dat is de omgekeerde wereld. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij studenten met een zorgvraag, maar ook bij studenten die minder sterk zijn in bepaalde onderdelen. Het talent van de student moet altijd het uitgangspunt zijn. Iedereen die mee wil doen, moet mee kunnen doen en het mbo moet dus toegankelijk zijn voor alle studenten.

Ruimte, vertrouwen en zeggenschap voor de opleiders

Docenten en instructeurs zijn de basis van de kwaliteit van het mbo-onderwijs. De kwaliteit van het onderwijs kan namelijk nooit hoger zijn dan de kwaliteit van de docent die voor de klas staat.

Eenmaal in het onderwijs zijn er ontzettend veel dingen die je kunt doen, maar vaak is het lastig om te differentiëren in taken, door te groeien naar andere functies of een andere salarisschaal. De docenten en instructeurs in het onderwijs moeten zich – net als de studenten – blijven ontwikkelen. Je bent immers nooit uitgeleerd. Bovendien maken doorgroeimogelijkheden het beroep aantrekkelijk(er). Dit maken we mogelijk door:

Ruimte en vertrouwen voor het mbo

We zijn zo ver doorgeschoten in de bureaucratisering dat dat leidt tot schijnkwaliteit. Voorbeelden hiervan zijn de wetten en regels over keuzedelen, de urennorm en de examinering. D66 wil af van het wantrouwen en terug naar het vertrouwen in de professional. Daarom:

Toekomstbestendig onderwijs: duurzame samenwerking tussen bedrijfsleven en onderwijs

Het beste beroepsonderwijs is toekomstbestendig beroepsonderwijs. Toekomstbestendig beroepsonderwijs kan zich aanpassen aan veranderende situaties op de arbeidsmarkt. In het mbo leiden we beroepsbeoefenaars op. Een goede samenwerking met het bedrijfsleven is daarom voor het mbo ontzettend belangrijk. Het onderwijs moet flexibel zijn en snel kunnen inspelen op de actualiteit. Dit willen doen door:

Beeld: In het afgelopen kabinet ging de grootste investering van 1,9 miljard euro naar het onderwijs. De komende jaren willen we fors meer investeren.

Over dit vijfpuntenplan

Dit vijfpuntenplan voor ‘een mbo in de lift’ is geschreven door Tweede Kamerlid Paul van Meenen in samenwerking met de Werkgroep mbo D66, onderdeel van de Thema Afdeling Onderwijs & Wetenschap.