Brede welvaart als doel, gezonde overheidsfinanciën als basis

De coronacrisis trekt een zware wissel op de economie en de overheidsfinanciën. Gelukkig staan we er als Nederland relatief goed voor dankzij het beleid van de afgelopen periode.

De toekomst is onzeker en we moeten met verschillende scenario’s rekening houden. Desondanks vraagt juist deze tijd om scherpe keuzes. Keuzes die niet alleen kijken naar korte termijn groei maar juist ook naar ons vermogen op de lange termijn ons geld te verdienen.

We weten dat eenzijdige focus op de groei van het bruto binnenlands product (bbp) niet zaligmakend is. We willen af van groei die geen kwaliteit van leven oplevert, die ten koste gaat van de toekomstige welvaart of welvaart buiten Nederland. En we willen dat onze open economie beter op grote, onverwachte schokken kan reageren. Dan moet ons huishoudboekje wel op orde zijn.

Daarom zetten we in op het creëren van brede welvaart en gezonde overheidsfinanciën.

We sturen op brede welvaart

Mede op aandringen van D66 is de “monitor brede welvaart” ontwikkeld, waarin economische groei geen echte groei is als hij niet wordt vertaald in kwaliteit van leven, betere gezondheid, beter wonen, schone lucht en ten koste gaat van welvaart elders op de wereld. Wij willen deze brede welvaart leidend laten zijn in ons economisch beleid.

  • De Monitor Brede Welvaart krijgt een prominente plek in de Miljoenennota, in de Macro Economische Verkenning en bij de doorrekening van verkiezingsprogramma’s. Daarbij worden ook de bezittingen en schulden in brede zin meegenomen: naast financieel en economisch kapitaal, ook natuurlijk kapitaal. Er wordt een duidelijke link gelegd naar de mate waarin Nederland de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties vervult.
  • Het bbp als economische indicator kan blijven bestaan, gezien de belangrijke functie voor ramingen en de overheidsbegroting, maar we ontkoppelen bbp-groei en ‘economische groei’. De overheid publiceert daarbij ook een netto binnenlands product waarin schade aan de kapitaalvoorraad en uitputting van grondstoffen worden meegeteld.
  • We investeren in crisiskennis en -bestendigheid: er komt een jaarlijkse ‘stresstest’ waarin dreigingen voor de Nederlandse economie concreet in kaart worden gebracht, en duidelijk wordt welke strategische keuzes gemaakt moeten worden, met bijvoorbeeld betrekking tot buffers, handelsketens en regelgeving.

Gezonde overheidsfinanciën

Het economische plaatje ziet er niet rooskleurig uit. Veel zal afhangen van het tempo waarmee de wereldeconomie zich in 2021 kan herstellen. De ontwikkeling van het coronavirus is daarvoor bepalend. We weten nog niet waar we volgend jaar zullen staan en zullen ons op meerdere mogelijke uitkomsten moeten voorbereiden. Halverwege de kabinetsperiode komt er een “mid-term review”, waarbij financiële prioriteiten worden herschikt in het licht van financiële ontwikkelingen. Dit kan bijvoorbeeld betekenen dat het tempo van de plannen die we in dit programma voorstellen moet worden aangepast.

We kiezen voor het doorzetten van noodzakelijke hervormingen: we willen structureel blijven investeren in onderwijs, de arbeidsmarkt, hervorming van het toeslagenstelsel, wetenschap en cultuur. De klimaattransitie en uitbouw van onze infrastructuur zullen ook investeringen vergen. Om onze financiën houdbaar te houden, betekent dit dat de vervuiler zal moeten betalen, vermogenden meer dan nu hun steentje zullen moeten bijdragen en zorgkosten niet ongebreideld kunnen stijgen. Alleen zo bouwen we een sterke en rechtvaardige economie die ook toekomstige onverwachte crises, uit welke hoek dan ook, het hoofd kan bieden.

  • De staatsschuld is in de coronacrisis fors opgelopen door de noodsteun. Hiervoor was ruimte, doordat de afgelopen jaren met steun van D66 de overheidsfinanciën goed op orde zijn gebracht. Nederland krijgt nog steeds geld toe op leningen. Het is verstandig om ruim de tijd te nemen om deze schuld weer af te bouwen, zodat we het economisch herstel niet belemmeren met bezuinigingen of lastenverhogingen voor mensen op de korte termijn.
  • We houden oog voor de houdbaarheid van de overheidsfinanciën, zodat toekomstige generaties dezelfde of meer kansen krijgen als wij. Daarom geven we geld uit aan voorstellen die de economie structureel versterken en de overheidsfinanciën op langere termijn verbeteren. De komende jaren zijn onvoorspelbaar. Halverwege de kabinetsperiode evalueren we de stand van zaken en dan moet het mogelijk zijn om binnen de coalitie de bakens te verzetten al naar gelang de financiële situatie.
  • Overheidsinvesteringen in de Nederlands economie moeten na jaren daling weer gaan stijgen. Door te investeren in onderwijs, wetenschap, innovatie, infrastructuur en verduurzaming kan de economie verantwoord groeien. Het Nationaal Groeifonds is een goede start, maar extra structurele investeringen zijn nodig.
  • We houden de aandacht voor klimaat en biodiversiteit vast: we stellen groene voorwaarden aan herstelprogramma’s en investeren in schone toekomsttechnologieën, verduurzaming van woningen en industrie, maar ook in onderwijs en onderzoek. Daarbij zoeken we maximale aansluiting bij het herstelbeleid van de EU, dat stevig inzet op een versnelling richting klimaatneutraliteit in 2050.
  • Wij trekken de komende jaren ook extra geld uit om de kwaliteit van onze samenleving te verbeteren, bijvoorbeeld door de uitgaven aan cultuur, onderwijs en publieke dienstverlening te vergroten.
  • Wij vinden in de komende jaren een begrotingstekort acceptabel, omdat we daarmee de economie ondersteunen na de klap die het coronavirus aan de economie toebrengt.
  • Op dit moment heeft de zorg een status aparte in de begrotingssystematiek. Voor de zorg komt automatisch extra budget voor bijvoorbeeld kwaliteitsstijgingen, terwijl dit voor andere sectoren, zoals onderwijs, een expliciet politiek besluit vergt. De zorguitgaven stijgen hierdoor in de raming harder dan andere uitgaven. Terwijl de indruk bestaat dat op de zorg vaak wordt bezuinigd, is het tegendeel waar: de uitgaven aan zorg stijgen juist het hardst. Dit gaat ten koste van andere belangrijke uitgaven. Ook leiden hogere zorgpremies er toe dat mensen minder te besteden hebben. Daarom willen wij een systematiek waarin de uitgaven aan zorg meer dezelfde spelregels volgen als andere uitgaven.
  • Wij verlagen de belasting op werk en inkomen en verhogen de belasting op vermogen, vervuiling en grondstoffen. Dit versterkt de economie, vergroot de werkgelegenheid, maakt Nederland schoner en verkleint de ongelijkheid. Ook nemen we maatregelen in het belastingstelsel om de economie stabieler te maken, door financiering met schulden minder aantrekkelijk te maken voor huishoudens en bedrijven.
  • Wij verbeteren de financiële verhouding tussen Rijk en decentrale overheden. Gemeenten mogen meer belasting heffen, terwijl het Rijk de inkomstenbelasting verlaagt. We waarborgen dat gemeenten voldoende middelen hebben voor hun taken en maken het gemeentefonds stabieler. We verwachten dat gemeenten sturen op een houdbare groei van de uitgaven aan het sociaal domein. Als hiervoor extra instrumenten nodig zijn, verdient dit ernstige overweging. Waar nodig springen de provincies bij.
  • Wij versterken de rol van de Tweede Kamer in de controle en evaluatie van de rijksuitgaven. De operatie “Inzicht in Kwaliteit”, met het doel de maatschappelijke meerwaarde van de overheidsfinanciën te vergroten, wordt met volle kracht voortgezet. Daarbij moet meer oog komen voor brede welvaart.