Wetenschappelijk onderwijs van wereldklasse

D66 heeft ervoor gezorgd dat in de komende jaren meer wordt geïnvesteerd in het hoger onderwijs en dat meer ruimte is ontstaan voor medezeggenschap van studenten en docenten. Voor deze investering was het invoeren van het sociaal leenstelsel noodzakelijk. De toegankelijkheid van het hoger en wetenschappelijk onderwijs was en is voor D66 een harde randvoorwaarde. D66 wil voorkomen dat het sociaal leenstelsel leidt tot grotere kansenongelijkheid en tweedeling vergroot. Indien na evaluatie blijkt dat het sociaal leenstelsel nadelige effecten op de toegankelijkheid van het hoger en wetenschappelijk onderwijs heeft, zullen we deze effecten corrigeren. We willen wettelijk vastleggen dat het collegegeld voor een tweede studie gelijk is aan dat voor een eerste studie.

Verder bevorderen we de toegankelijkheid met een begrensd collegegeld voor laatbloeiers en het verlagen van barrières tussen het hbo en wo, zodat studenten flexibeler van het gehele hoger onderwijsaanbod gebruik kunnen maken.Wij willen de komende jaren dat de aandacht expliciet uitgaat naar de beoogde hogere kwaliteit van onderwijs. De door het nieuwe leenstelsel vrijvallende middelen zullen ook in de toekomst voor de kwaliteit van het hoger onderwijs gereserveerd blijven; het betreft immers gelden die in het verleden als basisbeurs aan de studenten werden uitgekeerd.

De kwaliteit van onderwijs vergt daarnaast voldoende goede docenten die op hun onderwijsprestaties aanspreekbaar zijn. Wetenschappers kunnen immers alleen volwaardig functioneren als ze ruimte krijgen voor het verwerven van kennis door onderzoek én het overdragen van die kennis via hun onderwijstaak. Ook tijdelijke docenten en promovendi moeten tijdig de kans krijgen hun docentvaardigheden te ontwikkelen door training en coaching. Docenten moeten voldoende begeleidingstijd krijgen per student en voldoende beschikking hebben over de digitale instrumenten die bij modern onderwijs en onderzoek horen. Naast de wo-masters wordt meer ruimte gegeven aan professionele masters binnen het hbo. Binnen de kunstenstudies (conservatoria, beeldende kunst-, design-, en modeacademies, toneelscholen) kan worden geëxperimenteerd met een derde onderwijscyclus, inclusief een professionele doctoraat. Initiatieven om talentvolle studenten en docenten uit het buitenland aan te trekken krijgen volle steun, evenals pogingen om dergelijk talent ook na hun studie voor de Nederlandse economie te behouden. Bijvoorbeeld door hen met een blue card versneld een werk- en verblijfsvergunning te kunnen verlenen.

Wij vinden dat het belang van promovendi voor het wetenschappelijk onderzoek in Nederland groot is en daarom verdienen zij het om als volwaardige medewerkers te worden behandeld, en niet als beursstudenten. We willen niet dat onderzoekers te lang op tijdelijke contracten blijven werken; voor gepromoveerde, talentvolle onderzoekers moet er een duidelijk pad zijn voor een academische carrière.