We ontketenen een revolutie in de landbouw

Boeren zorgen voor ons eten. Vaak zijn boerenbedrijven innovatieve bedrijven die het goede voorhebben met mens en dier. Maar we moeten ook eerlijk zijn: de huidige manier van landbouw in Nederland is onhoudbaar. Het gebruikt te veel grondstoffen als diervoer, bestrijdingsmiddelen, kunstmest en is desastreus voor de biodiversiteit.
In kringlooplandbouw staat een efficiënte en duurzame omgang met de aarde centraal. Alleen zo kunnen we een groeiende wereldbevolking voeden binnen de grenzen van de aarde. Dit vergt een andere visie op voer, mest, bodem en dierenwelzijn. We gaan de grond beter inzetten: meer grond voor plantaardig voedsel voor mensen, meer restproducten gebruiken voor veevoer en minder vlees consumeren. We gaan de uitstoot van mest in ons milieu tegen. We produceren met vruchtbare bodem in plaats van met chemie. En we gaan veel beter om met dieren. Voor een duurzame kringloop van mest en voedsel is het nodig dat het aantal kippen en varkens in Nederland halveert en het aantal koeien substantieel afneemt.

We brengen kringlooplandbouw in de praktijk

De gehele landbouwsector verduurzaamt. De sector moet nieuwe verdienmodellen ontwikkelen. We ondersteunen boeren die de transitie maken naar kringlooplandbouw. Met natuur- en landschapsbeheer, de keuze voor bijzondere producten, zorgtaken, recreatie en boerderijeducatie kunnen nieuwe inkomstenbronnen worden aangeboord. Door hergebruik van grondstoffen en samen te werken met de natuur hoeven boeren bovendien minder kunstmest, antibiotica en landbouwgif in te kopen.

  • We helpen boeren naar het gebruik van kringloopwaardig veevoer, reductie van kunstmest en bestrijdingsmiddelen en mestverbetering. We stellen kennis beschikbaar aan boeren over methoden in kringlooplandbouw via onafhankelijke landbouwvoorlichters.
  • We zorgen voor verbeterde transparantie in de voedingsindustrie en supermarkten, zodat het gehele assortiment duurzaam en diervriendelijk wordt, inclusief een eerlijke prijs voor boeren.
  • D66 wil een prijs zetten op de landbouwuitstoot van broeikas- en stikstofgassen. De huidige opstapeling van regels en uitstootrechten zorgt ervoor dat de landbouw alleen maar verder intensiveert. Beprijzing zorgt er juist voor dat boeren zelf bepalen welke maatregelen het best binnen hun bedrijf worden toegepast. We belonen boeren die stappen zetten naar kringlooplandbouw. Zij betalen een lagere prijs voor hun uitstoot. We wijzigen het voor boeren dure systeem van verhandelbare fosfaat-, dier- en stikstofrechten. In het nieuwe systeem geeft de overheid rechten uit op basis van inhoudelijke criteria.
  • De Europese Landbouwgelden die Nederland zelf kan verdelen, gaan alleen naar boeren die stappen zetten naar kringlooplandbouw en natuurbeheer. Op termijn moet de generieke inkomenssteun in zijn geheel verdwijnen. We creëren in de Europese Unie een gelijk speelveld voor kringlooplandbouwproducten.
  • We introduceren een mineralenbalans op bedrijfsniveau, zoals voorgesteld door de commissie-Remkes. Hierdoor hebben boeren inzicht in hun milieuprestaties.

Naar beter voer, mest en bodemgebruik

De landbouw komt weer in balans met de natuur. Daarvoor moet de kringloop van voer, mest en bodemgebruik worden hersteld. We gaan meer restproducten gebruiken als diervoer, we maken van mest een rijp product en werken met de bodem in plaats van met chemie. Dat kan de boer ook nog geld besparen als die minder voer, kunstmest en landbouwgif hoeft te kopen.

  • Door dieren meer restproducten te voeren, zoals voedselresten, gewasresten en insecten, komt er meer grond beschikbaar om voeding voor menselijke consumptie te telen. Voor sommige bronnen moet Europese regelgeving voor diervoedsel worden versoepeld. De import van soja dringen we terug, bijvoorbeeld met Europese importheffingen. We stimuleren de ontwikkeling van alternatieven die we in Nederland kunnen telen.
  • In de akkerbouw stimuleren we gemengde teelt en grotere rotaties van gewassen uit het Gemeenschappelijk Landbouwbudget. Dit zorgt voor meer biodiversiteit, geeft minder problemen met ziektes en minder gebruik van landbouwgif.
  • We verbeteren de mest. Nu komen onder stallen ‘dunne’ (urine) en ‘dikke’ (ontlasting) mest bij elkaar. Deze mest verrot en dat leidt tot een enorme uitstoot van methaan en ammoniak. Wij willen dat bij nieuwbouw en verbouwingen emissiearme vloeren, die dikke en dunne mest gescheiden opvangen, de norm worden. Per 2030 komt er een verbod op rotte drijfmest.
  • We zetten ons in om knellende Europese mestwetgeving af te schaffen. Zo wordt het aantrekkelijk om gewasresten uit de akkerbouw te gebruiken als veevoer en reststoffen uit de mest als ‘kunstmest’ in de akkerbouw. We veranderen Europese regelgeving over mestnormen per bedrijf naar normen per gewas- en grondsoort. Zo kunnen veehouders en akkerbouwers in de regio elkaars mest optimaal gebruiken en is er minder kunstmest nodig.
  • Landbouwbodems zitten vol leven. Als we weer leren deze bodembiologie te benutten om robuuste gewassen te laten groeien, hebben we minder of geen chemie nodig. En het bespaart de boer ook nog geld als hij geen bestrijdingsmiddelen en kunstmest hoeft te kopen. D66 wil een grootschalige pilot om robuuste teeltmethoden te ontwikkelen vanuit ecologisch efficiënte methoden.
  • Er komt een scheurverbod voor blijvende graslanden in gebruik bij melkveehouders, wat beter is voor biodiversiteit en klimaat. Het verbouwen van uitspoelingsgevoelige voergewassen op zandgronden wordt aan banden gelegd. Dit maakt de landbouw klimaatbestendig.

Innovaties verduurzamen de landbouw

De ontwikkeling van nieuwe gewassen die geschikt zijn voor duurzame landbouw en klimaatverandering aankunnen, is erg belangrijk. Nederland is daar een wereldspeler in en moet dat blijven.

  • D66 gaat uit van de wetenschappelijke consensus dat gemodificeerde gewassen (GMO) geen groter risico vormen dan klassiek veredelde gewassen.
  • Zaden mogen niet gepatenteerd worden. Het traditionele kwekersrecht werkt goed en werkt snelle verbetering van zaden in de hand. Patenten remmen de vooruitgang.
  • We moderniseren Europese GMO-regelgeving om genbewerking (CRISPR-Cas) mogelijk te maken. Deze revolutionaire nieuwe techniek kan zaden veel preciezer en sneller verbeteren.
  • Bij de toelating van bestrijdingsmiddelen op Europees niveau moet meer aandacht komen voor milieuschade en de effecten van de stapeling van middelen. Nationaal dringen we de toepassing van bestrijdingsmiddelen zo veel mogelijk terug.
  • Bodembiologie speelt een belangrijke rol in kringlooplandbouw. Hier is meer onderzoek naar nodig. Hier ligt een opgave voor de Wageningse biologen en ecologen in de Foodvalley.

Dieren moeten een zo goed mogelijk leven leiden

We willen beter omgaan met dieren in de landbouw. D66 wil een eind maken aan de bio-industrie. We hebben meer aandacht voor de rechtspositie van het dier, ook buiten de veehouderij.

  • Wij verbeteren de rechtspositie van het dier fundamenteel. We hanteren een positieve definitie van dierenwelzijn met aandacht voor de leefomstandigheden van het dier.
  • We scherpen de regelgeving omtrent brandveiligheid in stallen aan.
  • We zorgen voor betere controle op dierenwelzijn. Een onafhankelijke controle hoort niet thuis bij het ministerie van Landbouw.
  • We willen veetransporten binnen de Europese Unie beperken tot maximaal vier uur.
  • We dagen de wetenschap uit om dierproeven niet meer als gouden standaard te nemen. Onderzoeksmethoden die een aanvulling of alternatief bieden voor dierproeven moeten een grotere kans krijgen. Bij de financiering van onderzoeksvoorstellen moet gecontroleerd worden of onderzoek met dieren echt nodig is. Door meer onderzoeksresultaten te delen zijn er bovendien minder dierproeven nodig.
  • Bij het fokken van dieren mag hogere productie of uiterlijke raskenmerken niet ten koste gaan van het welzijn van het dier.

We stoppen de illegale handel in wilde dieren

De coronacrisis laat zien dat het niet langer houdbaar is hoe we met de natuur omgaan. Massale ontbossing en de illegale handel in wilde dieren zorgen ervoor dat dier en mens dichter op elkaar komen te leven en besmettelijke ziektes sneller over kunnen slaan (‘zoönose’). De recente coronapandemie is daar een voorbeeld van. Bovendien vormt de manier waarop we dieren houden binnen de intensieve veehouderij grote risico’s voor de volksgezondheid.

Wij willen de illegale handel in wilde dieren stoppen en we gaan de vernietiging van leefgebieden tegen. De intensieve veehouderij hervormen we naar een systeem waarin dierenwelzijn wordt geborgd en waarin minder risico’s bestaan voor de volksgezondheid. Zo wordt de kans op verspreiding van ziektes van dier op mens kleiner en herstellen we het evenwicht tussen natuur en mens.

  • We willen hogere straffen voor de illegale handel in planten en dieren en criminelen winsten ontnemen.
  • Er moet op Schiphol en in de Rotterdamse haven meer gespeurd worden naar de smokkel van wilde dieren. Ook door grote distributiecentra van internationale handel moet er samengewerkt worden en worden gecontroleerd.
  • We willen een beter registratiesysteem van bedreigde vogelsoorten.
  • Er moet een Europese richtlijn komen voor opvangcentra van wilde dieren, met kwaliteitsstandaarden en financiële steun.