We gaan een miljoen nieuwe huizen bouwen

Wij willen vóór 2035 meer dan een miljoen huizen bouwen. Dat is de enige manier om aan de groeiende vraag te voldoen. Vooral voor mensen met een middeninkomen is er een groot tekort aan betaalbare woningen. Nu bouwen we vooral binnen steden en de gemeenten daaromheen, waar al goede aansluitingen op het openbaar vervoer zijn. Maar dit lost niet alle vraag op. Daarom moeten we ook bouwen op nieuwe plekken, zonder schade toe te brengen aan de natuur. We zorgen dat deze nieuwe wijken uitstekend bereikbaar zijn. Nieuwe huizen worden energiezuinig en bieden ruimte aan een groeiende groep alleenstaanden. Daarnaast zet D66 vol in op een eerlijkere woningmarkt. We verkleinen de ongelijkheid tussen huiseigenaren en diegenen die geen betaalbaar huis kunnen vinden.

Een betaalbaar huis voor iedereen

Wij willen het bouwen van nieuwe woningen versnellen. Daarom werken we samen met provincies en gemeenten om voldoende bouwlocaties te vinden. Nieuwe huizen bouwen we zoveel mogelijk binnen de bebouwde kom. Zo slaan we twee vliegen in één klap: we hebben meer ruimte voor groen en werken aan sterkere dorpskernen en binnensteden. Bovendien zijn ze beter bereikbaar met de fiets en openbaar vervoer

  • We bouwen in eerste instantie binnen de bebouwde kom. Daar zijn voorzieningen en openbaar vervoer al aanwezig. Om te zorgen dat dit niet stil komt te liggen als het economisch slechter gaat, komt er een crisisbouwfonds dat de ontwikkeling van bouwlocaties financieel ondersteunt. Daar kunnen ook private investeringen zich bij aansluiten.
  • Er is ook stadsuitbreiding nodig. We zetten in op grote nieuwe woningbouwprojecten in Almere Pampus, voormalig vliegveld Valkenburg, Utrecht, tussen Rotterdam en Den Haag, bij Nijmegen en Arnhem en in Noord-Brabant. Zulke grote nieuwe bouwlocaties zijn hard nodig om de druk op de woningmarkt in de Randstad weg te nemen.
  • Stikstofvervuiling dreigt een rem op de woningbouw te zetten. D66 is bereid om waar nodig de uitstoot van landbouw, industrie of verkeer terug te dringen om woningbouw mogelijk te maken. Daartegenover staat wel dat de bouw emissieloos moet plaatsvinden.
  • Vanuit nieuwe wijken moet een station binnen tien minuten te bereiken zijn met de fiets of bus. We koppelen investeringen in infrastructuur en woningbouw, zodat (OV-)verbindingen naar nieuwe wijken prioriteit krijgen in het Mobiliteitsfonds.
  • Een nieuw ministerie van Wonen, Ruimtelijke Ordening en Milieu is belangrijk om te bepalen waar grote nieuwbouwlocaties komen met goede OV-aansluiting en om belemmeringen voor de bouw, zoals stikstof, te verhelpen. De minister kan lokale overheden ondersteunen en een stok achter de deur zijn als doelen niet worden gehaald.
  • Veel steden en dorpen hebben een tekort aan een- en tweepersoonswoningen voor bijvoorbeeld stellen zonder kinderen, alleenstaande ouders, singles, senioren of gehandicapten. Door meer huizen te bouwen voor deze groepen komen gezinswoningen beschikbaar. Hier moet ook net buiten de bebouwde kom plaats voor zijn.
  • We stimuleren groepswoonvormen. Verschillende gezinsvormen hebben verschillende woonwensen en daar komen we graag in tegemoet. Om een bouwvergunning en hypotheek bereikbaar te maken voor woongroepen biedt de overheid hulp met een garantstelling en kennis over collectief wonen.
  • Investeringen in OV-verbindingen en groen zorgen voor een waardestijging van de grond en gebouwen in de buurt. We voeren een gemeentelijke heffing op planbaten in; een percentage van de waardestijging van de grond als die een bouwbestemming krijgt. Als de gemeente meeprofiteert, komt nieuwbouw sneller van de grond.
  • In steden is het moeilijk gebieden te (her)ontwikkelen doordat er vaak veel grondeigenaren betrokken zijn. D66 wil, net zoals in landelijk gebied, ook binnen de bebouwde kom verplichte herverkaveling mogelijk maken. Daarbij is van belang dat minimaal twee derde van de eigenaren voor is en dat alle eigenaren goede rechtsbescherming hebben.

Een eerlijke woningmarkt

Het is tijd voor een grondige herziening van de fiscale en financiële regelingen voor woningen. Subsidies en belastingvoordelen op koopwoningen drijven de huizenprijzen op, waardoor een nieuwe huizenbubbel dreigt. Daarnaast verdringen ze de bouw van betaalbare huurhuizen en weerhouden ouderen ervan om te verhuizen naar een passende woning.

  • We bouwen de hypotheekrenteaftrek volledig af. In ruil verlagen we de inkomstenbelasting. Daarmee vervalt de standaardduur van de hypotheek van 30 jaar, waardoor een koper ook gemakkelijker kan kiezen om 35 of 40 jaar af te lossen.
  • Zonder hypotheekrenteaftrek is er vanuit de overheid geen reden om volledige aflossing van de hypotheek te eisen. Wij willen dat 50 procent van de woningwaarde aflossingsvrij mag worden geleend. Ook moet het makkelijker worden om weer bij te lenen na een eerdere aflossing.
  • Wij schaffen het toeslagenstelsel af, inclusief de huurtoeslag. Daarvoor in de plaats komt de verzilverbare heffingskorting; een negatieve inkomstenbelasting voor iedereen. We houden daarbij rekening met mensen die nu een relatief hoge huur betalen. Door de korting te baseren op de grootte van het huishouden in plaats van de huursom draagt het eraan bij dat mensen een passende woning kiezen.
  • We willen dat de werkelijke lasten van studieschulden worden gerekend bij het berekenen van de maximale hypotheek. Nu wordt gerekend met een rente van 4 procent, terwijl de werkelijke rente veel lager ligt.
  • Naast een plek om fijn te wonen, is een koophuis voor veel mensen ook een belangrijk onderdeel van hun vermogen. Nederland heft relatief veel belasting op werk en weinig belasting op vermogen, terwijl de vermogensongelijkheid groot is. Daarom laten we het eigenwoningforfait progressief oplopen, terwijl de inkomstenbelasting naar beneden gaat.
  • We stimuleren de financiering van duurzame huizen. Voor het bepalen van de maximale hoogte van de hypotheek moet worden gekeken naar de totale woonlasten, inclusief energielasten.

Meer betaalbare huurwoningen

Huisvesting is een fundamenteel recht en een publieke taak. Daarom zorgen we voor meer betaalbare huurwoningen. Meer bouwen lost de problemen op de korte termijn niet op. Daarom nemen we maatregelen om excessieve prijsstijgingen en andere uitwassen te voorkomen. We pakken malafide verhuurders aan.

  • We geven woningcorporaties financiële ruimte om extra te bouwen. De helft van de opbrengsten van de verhuurderheffing geven we terug in een corporatiefonds. Corporaties kunnen hiermee nieuwe woningen bouwen en bestaande woningen verduurzamen.
  • We geven woningcorporaties de opdracht ook woningen met een huur van €750 tot €1000 te bouwen. Lokaal kunnen gemeenten eisen stellen, zodat deze woningen ook echt voor de middeninkomens beschikbaar blijven.
  • We pakken scheefhuren aan, zodat sociale huurwoningen beschikbaar blijven voor hen die het nodig hebben. Huishoudens die twee jaar op rij meer verdienen dan het inkomensplafond voor sociale huur gaan voor hun woning een marktconforme huurprijs betalen.
  • Scheef wonen gaat ook om mensen die klem zitten in een woning die te groot is, of niet aangepast aan een handicap. Woningcorporaties moeten het voor huurders makkelijker maken om een grote woning te verlaten voor een kleinere. Deze huurders krijgen voorrang op woningen, uitzonderingen op de inkomenseis en financiële tegemoetkoming van de corporatie.
  • We beperken wettelijk de jaarlijkse huurstijging, ook in de vrije sector en verhuurders mogen een inkomenseis stellen van maximaal driemaal de huur. Gemeenten krijgen de mogelijkheid om de aanvangshuur, zelfbewoning en een maximum aan tijdelijke huurcontracten in een wijk te reguleren. Zij krijgen ook de instrumenten om te controleren op goed verhuurderschap en excessieve huurprijzen. Ook de huurcommissie wordt versterkt om op excessen toe te zien.
  • Niemand hoeft in Nederland op straat te leven. We zorgen samen met gemeenten voor een buffer van flexibele woningen voor daklozen. Opvanglocaties worden zelfstandige woonunits. Gemeenten krijgen extra budgetten voor opvang en begeleiding. We willen ook eigen woonoplossingen maximaal tegemoetkomen, zoals inwonen of tijdelijk wonen in een vakantiehuisje.

Innovatief bouwen in gemengde wijken

D66 wil gemengde wijken met huizen voor verschillende doelgroepen. Door flexibel te bouwen kunnen we inspelen op een veranderende vraag; zo werken we sinds de coronacrisis steeds meer op afstand. Wonen, werken, horeca, groen en voorzieningen moeten veel meer samenkomen voor levendige en leefbare buurten. We willen dat het mogelijk is in je eigen buurt, in elke levensfase, een geschikte woning te vinden. We kunnen sneller, beter en goedkoper huizen bouwen als we ze in een fabriek bouwen. En als je gezinssituatie verandert, moet je makkelijk een kamer kunnen toevoegen of weghalen. Wij stimuleren innovaties, die het ook beter mogelijk maken om materialen te hergebruiken.

  • We willen dat onderdelen van woningen los van elkaar gebouwd kunnen worden. Nieuwe constructies worden zo ontworpen dat woningen makkelijk kunnen worden verbouwd of uitgebreid. Hiervoor passen we het bouwbesluit aan. Voor overheidsgebouwen en corporatiewoningen stimuleren we dat gebouwdelen in en uit elkaar kunnen worden gehaald zonder dat ze beschadigen.
  • We stellen een materialenpaspoort verplicht voor nieuwbouw en bestaande gebouwen. In het laatste geval wordt het materialenpaspoort langzaam gevuld met informatie.
  • We maken het makkelijker om functies van panden te combineren of te veranderen. Inspelen op een veranderende vraag gaat leegstand tegen.
  • De overheid geeft vanaf 2023 alleen nog circulaire aanbestedingen af, tenzij dit niet anders kan.
  • D66 streeft uiteindelijk naar klimaatneutrale bouw en bouwstoffen. Producenten worden verantwoordelijk voor de verduurzaming van de belangrijkste bouwmaterialen. We werken met de sector aan een uniforme meetmethode voor circulariteit.
  • Nieuwe en innovatieve bouwbedrijven moeten net als andere bouwbedrijven toegang krijgen tot garantstellingsfondsen.
  • Milieueisen voor nieuwe kantoren (MPGs) leggen de lat te laag. We scherpen eisen voor energie-efficiëntie, milieu en circulariteit sneller aan en laten die voor meer kantoorgebouwen gelden, waaronder bij grootschalige renovatie.
  • Loodhoudende pijpen horen niet thuis in onze gebouwen. Vanaf 2025 wordt sanering verplicht bij verkoop van woningen en per 2030 voor alle woningen.

Aandacht voor krimpgebieden

In delen van het land trekken er steeds meer mensen weg. Dit zorgt voor een negatieve spiraal, waarbij voorzieningen verdwijnen en dorpen steeds minder aantrekkelijk worden. Dit tij willen we keren.

  • De huisarts, thuiszorg en basisschool zijn onmisbaar in de buurt. Op plekken in Zeeland, Limburg, Friesland en Groningen zien we die nu verdwijnen. We behouden basisvoorzieningen in krimpgebieden met aanvullende financiering waaraan de overheid en gebruikers gelijke delen bijdragen.
  • Door krimp hebben veel dorpen te maken met leegstand. Met een sloopregeling geven we een impuls om (bedrijfs)activiteiten te verplaatsen van de rand van het dorp naar het dorpscentrum, zodat er kleinere maar sterkere dorpen overblijven.
  • Wij willen dat er overal in Nederland binnen 15 kilometer een OV-hub is waar van ’s ochtends vroeg tot middernacht twee keer per uur gereden wordt. Daarbij kijken we niet alleen naar standaard buslijnen, maar ook naar innovatieve oplossingen als mobility as a service.
  • In landelijke gebieden zorgen we voor beter vervoer van ouderen en gehandicapten en vervoer van en naar OV-hubs. We maken het wettelijk mogelijk om pakjes en personen in dezelfde taxi te vervoeren.