Voortreffelijk beroepsonderwijs

Er is behoefte aan excellente vakmensen op alle niveaus. D66 wil dat het beroepsonderwijs – vmbo, mbo én hbo – een volwaardige pijler is naast het academisch onderwijs. Het beroepsonderwijs moet daarom versterkt worden, in het bijzonder het mbo. Een eerste stap is het terugdringen van de grote fragmentatie en de overdaad aan richtingen. D66 wil een beperkt aantal herkenbare en brede studierichtingen die doorstroming vanuit vmbo en havo eenvoudiger maken, die aansluiten bij de arbeidsmarkt en die internationale uitwisseling en stages stimuleren. Want uitwisseling in het beroepsonderwijs is belangrijk, niet alleen tussen leerlingen, maar ook de uitwisseling van kennis en expertise tussen docenten en praktijkopleiders. Een ondergrens aan het aantal leerlingen per richting voorkomt versnippering, waarbij voor specialistische vakopleidingen met een duidelijke arbeidsmarktvraag een uitzondering wordt gemaakt. Doorlopende leerlijnen bevorderen de aansluiting tussen vmbo en mbo en hbo, dus daar werken we naartoe.

2019

Soepelere overgang

Er komt een soepelere overgang van het vmbo naar het mbo. Op een vmbo mogen ook lessen van mbo 1 of mbo 2 gegeven worden. Dat voorkomt uitval en zorgt voor een betere aansluiting.

2020

Mbo’ers student

Mbo’ers worden vanaf 2020 gewoon student genoemd, in plaats van deelnemer. Dat is in de wet vastgelegd. Jongeren in het mbo zijn net zo goed studenten als al die anderen. Dit betekent bijvoorbeeld dat mbo-studenten net als hbo- en wo-studenten gebruik kunnen maken van de voordeeltjes voor studenten, zoals kortingen en toegang tot kroegen.

We gaan alle leerlingen voorbereiden op hun rol in een schone, slimme en eerlijke samenleving. We maken het eenvoudiger voor jonge mensen om te blijven leren, door het gebruik van Associate Degrees, Meestertitels en zogenaamde meesterschap-in-vakmanschaptrajecten die ook in deeltijd kunnen worden gevolgd. Voor goede leerlingen bieden we excellentieprogramma’s aan om hun ambities waar te maken. Werkgevers worden in het opleidingstraject betrokken. Voor leerlingen die wel goed zijn in hun vak, maar voor wie te hoge eisen aan taal en rekenen (avo- isering) leiden tot het risico van uitval, wordt het mogelijk een vakdiploma te halen dat toegang biedt tot de arbeidsmarkt.

We verwachten van onderwijsinstellingen dat zij in de regio actief samenwerken met bedrijfsleven en maatschappelijke instellingen om het aanbod bij de arbeidsvraag te laten aansluiten en voldoende stage- en leerplekken te scheppen. Contact met werkgevers en met oud-leerlingen over hun eventuele nascholing bieden scholen waardevolle inzichten in mogelijke lacunes in hun opleidingen. Daar waar scholen te zwak zijn of sprake is van slecht bestuur grijpt de inspectie in.