Terrorismebestrijding

Terroristische netwerken vormen een serieuze bedreiging voor de stabiliteit van onze samenleving. Deze dreiging kunnen onze inlichtingen- en veiligheidsdiensten alleen tegengaan in samenwerking met hun Europese collega’s. Om versnippering tegen te gaan is betere coördinatie op Europees niveau noodzakelijk. Nu horen we nog te vaak na een aanslag dat de benodigde informatie over de daders er wel was, maar niet op de juiste plek. Om terrorisme effectief te bestrijden zijn strafrechtelijke maatregelen soms noodzakelijk. Cruciaal is bovendien dat signalen van radicalisering vroegtijdig worden opgemerkt en opgepakt door nauwe samenwerking tussen politie, gemeente, scholen, religieuze instellingen en anderen. Vervolgens wordt contact gezocht met de omgeving van verdachten om te proberen verdere radicalisering te voorkomen. Extremisme is vaak een voedingsbodem voor terrorisme. Daarom moeten wijkagenten en welzijnswerkers in gesprek blijven met mensen die zich aansluiten bij extreme organisaties. Dat kan niet als we die organisaties verbieden. Het denken van salafisten staat mijlenver verwijderd van het D66 gedachtegoed. Maar wij zullen individuen altijd beoordelen op hun daden en niet groepen wegzetten op hun gedachten. We trekken een grens als individuen uit die organisaties haatzaaien of geweld gebruiken. Ook is er geen ruimte voor het aanwakkeren van antisemitisme of homohaat. We zijn daarnaast fel gekant tegen ongewenste buitenlandse invloeden en pleiten daarom voor verplichte transparantie van religieuze instellingen over hun financieringsbronnen.

Terrorismebestrijding door Europese samenwerking

Bestrijding van terreur vindt zoveel mogelijk in Europees verband plaats. Alleen door gezamenlijke opsporing en het delen van inlichtingen tussen diensten van EU-lidstaten kan terrorisme effectief worden aangepakt. Daarbij mogen uitbreiding van het strafrecht en bevoegdheden onze verworven vrijheden niet onnodig inperken. We dringen aan op goede privacybescherming en democratische waarborgen in het veiligheidsbeleid. Massasurveillance hoort hier zeker niet bij.

Preventie is de basis voor de bestrijding van terreur. Dat doen we met de wijkagent, en natuurlijk op grotere schaal met veiligheids- en overheidsdiensten. Maar ook door een goede samenwerking tussen scholen, gemeenten, politie, jeugdzorg, religieuze instellingen en andere lokale instituties. Zo signaleren we radicalisering onder jongeren vroegtijdig.

We trekken een absolute grens wanneer individuen haatzaaien of oproepen tot geweld, net zoals bij het aanwakkeren van antisemitisme, anti-islamisme en homohaat. Dat geldt voor alle vormen van terreur: zowel voortkomend uit bijvoorbeeld jihadisme als extreemrechts gedachtegoed. 

Er is geen plaats voor ongewenste buitenlandse beïnvloeding waarmee onze democratische rechtsstaat, verworven vrijheden en open samenleving worden ondermijnd. Religieuze instellingen worden daarom verplicht om transparant te zijn over hun geldstromen. 

Nederlandse kinderen van IS-strijders in Syrische kampen, worden actief naar Nederland gehaald om verdere radicalisering en het gevaar dat daarmee van hen in de toekomst uit kan gaan, te voorkomen. Voorop staat dat IS-strijders, zowel mannen als vrouwen, worden berecht voor de misdaden die zij hebben begaan. Bij voorkeur gebeurt dit voor een internationaal tribunaal.

Er komt een volwaardige Europese Inlichtingen- en Veiligheidsdienst. Vanzelfsprekend gaat die samen met democratische waarborgen, gedegen toezicht en volwaardige parlementaire controle, die we vastleggen in het Verdrag van de Europese Unie.