Sneller en schoner van A naar B

Vervoer is belangrijk om naar je werk, opleiding, vrienden of familie te gaan. Ook als we vaker thuiswerken, zal Nederland vastlopen als wij nu niets doen. We moeten anders en slimmer naar alle modaliteiten (auto, fiets, OV) van vervoer kijken, zodat we ook in de nieuwe realiteit op een duurzame en verantwoorde manier onze bestemmingen kunnen bereiken.

Bij investeringen in mobiliteit staan bereikbaarheid en duurzaamheid bij ons voorop. Wij willen dat
het openbaar vervoer in de stedelijke omgeving aantrekkelijker wordt dan de auto. We investeren in een snellere OV-verbinding naar Noord- en Zuid-Nederland en onze Oosterburen. We stimuleren ook de grote innovaties die worden verwacht met schoner, zelfrijdend vervoer. Wij bieden reizigers meer vervoers- en overstapmogelijkheden, bijvoorbeeld via de fiets, elektrische scooters of (deel)auto’s. Dit vraagt om grote investeringen, maar die zijn noodzakelijk, ook voor een schonere lucht.

Beter openbaar vervoer

Het openbaar vervoer is een duurzame manier om van A naar B te komen. D66 is voor uitbreiding van het spoor. In heel Nederland – van Groningen tot Maastricht – gaan treinen, trams en (elektrische) bussen vaker rijden. Daardoor wordt overstappen even makkelijk als in de metro. Dat zorgt ook voor een goede aansluiting op de regio’s. Alle wijken worden binnen tien minuten per bus of fiets van een OV-knooppunt gebouwd.

  • We reserveren binnen het Mobiliteitsfonds meer geld voor infrastructuur, vooral voor openbaar vervoer. De focus op de auto binnen het huidige fonds houdt een echte keuze voor OV, en daarmee schone verstedelijking, tegen. We investeren in goede OV-verbindingen naar nieuw te bouwen woonwijken, een snelle trein naar Duitsland en snellere verbindingen naar Noord-, Oost- en Zuid-Nederland, zoals de Nedersaksenlijn.
  • We investeren in het spoor om treinen vaker te laten rijden. Met betere veiligheidssystemen (ERTMS) en bovenleidingen met hogere spanning (3 kV) kunnen treinen korter achter elkaar aan rijden. We scherpen de normen voor geluid en trillingen trein railinfra met name binnen de bebouwde kom aan.
  • We willen meer investeren in regionaal openbaar vervoer. Waar vervoersregio’s nu veel moeite hebben om bij nieuwe ontwikkelingen hoogwaardig openbaar vervoer aan te leggen willen we dat hiervoor makkelijker geld beschikbaar komt vanuit het rijk ook uit het MIRT. Daarnaast willen we het voor gemeenten mogelijk maken om investeringen in openbaar vervoer afdwingbaar te maken net zoals de parkeernorm bij nieuwe ontwikkelingen.
  • We willen de metro’s in Amsterdam en Rotterdam automatiseren. Hiermee kunnen twee keer zo veel passagiers worden vervoerd. We willen investeren in een light railnetwerk in de regio Utrecht en andere grote verstedelijkingsgebieden. We willen investeren in een metrolijn tussen Amsterdam en Almere. Zowel hier als bij de sprinterlijnen tussen Leiden en Dordrecht komt ruimte voor nieuwe woonwijken die daardoor gelijk aangesloten zijn op een snelle verbinding met grote steden in de Randstad. Knelpunten op het spoor worden opgelost door een extra spoor aan te leggen. Dat doen we tussen Haarlem – Leiden en Dordrecht om meer sprinters te laten rijden en tussen Leiden en Utrecht om naast een intercity ook een sprinter te laten rijden. We Trekken de Noord-Zuidlijn door via Schiphol naar Station Hoofddorp.
  • D66 wil de OV-reis Amsterdam-Groningen en Utrecht-Breda sneller maken. Daarom zal D66 zich inzetten voor het bouwen van de Lelylijn en het bouwen van een spoorlijn Breda-Utrecht, om zo de reistijd tussen de Randstad en zowel het Noorden als Noord-Brabant drastisch te verkleinen.
  • Bij een goede ontsluiting van de plek waar je woont en de plek waar je werkt, hoort wat D66 betreft ook een uitbreiding van het Nederlandse nachtnet van treinen. We kijken hierbij sowieso naar plekken als Almere en Lelystad om aan te sluiten, maar ook naar steden buiten de randstad zoals Groningen.
  • We stellen tot doel dat reizen met het openbaar vervoer voor afstanden tot minstens 700 kilometer goedkoper moeten zijn dan met de auto en het vliegtuig.
  • We versterken de positie van vervoersautoriteiten in aanbestedingen. Zij moeten niet alleen naar de kosten kijken, maar ook naar betere aansluiting van bussen en treinen.
  • Wij willen in gesprek met werkgevers, scholen en lokale bestuurders over werk- en openingstijden. Als organisaties anders gaan roosteren, kan de dienstregeling van het openbaar vervoer en de infrastructuur daar ook op aangepast worden. Zo wordt de spits ontzien.
  • D66 wil dat alle stations vanaf 2025 zelfstandig toegankelijk zijn voor mensen met een fysieke beperking. Het is van belang dat het openbaar vervoer en de daarbij horende voorzieningen voor iedereen in Nederland toegankelijk is.
  • Om Nederland bereikbaar te houden, moet goederenvervoer meer over het water en het spoor plaatsvinden. Door goederenvervoer te concentreren komt op andere sporen meer ruimte vrij voor personenvervoer, bijvoorbeeld tussen Brabantse steden. Goederenvervoer per spoor moet in 2025 volledig elektrisch zijn.
  • Het (internationaal) vervoer van gevaarlijke stoffen dient plaats te vinden over tracés die daarvoor geschikt en bestemd zijn. D66 wil geen vervoer van gevaarlijke stoffen door woonkernen en een dedicated spoortraject of zone in West-Brabant voor het vervoer van gevaarlijke stoffen.

Voorrang voor voetgangers, fietsers en OV

Als we in steeds drukkere steden meer gaan lopen, fietsen of met het OV reizen en minder ruimte voor (stilstaande) auto’s benutten, komt kostbare ruimte vrij voor een veilige omgeving met ruimte voor spelen en groen. D66 wil toe naar meer autovrije binnensteden en autoluwe woonwijken, maar laat dit niet ten koste gaan van de bereikbaarheid. Veel stationsgebieden zijn de afgelopen jaren veranderd in bruisende plekken met mooie stations, nieuwe gebouwen en gezellige horeca. Op zulke mobiliteitshubs komen mensen samen en vinden ze hun eigen weg naar hun bestemming. Met de elektrische fiets en deelauto’s is de keuze tussen vervoersmiddelen enorm toegenomen. D66 zet in op aantrekkelijke overstappunten waar al deze mogelijkheden samenkomen. We stimuleren deelauto’s en investeren in mobiliteitshubs waar mensen gemakkelijk kunnen overstappen tussen fiets, auto en OV.

  • Fietsers zijn kwetsbaar in het verkeer. Tienduizenden raken jaarlijks gewond en honderden overlijden door ongelukken. Tegelijkertijd wordt er binnen steden zeer weinig gehandhaafd op snelheidsovertredingen, omdat het te moeilijk is om flitskasten geplaatst te krijgen. Gemeenten krijgen daarom veel meer zeggenschap over het plaatsen van mobiele flitspalen.
  • We maken ruimte voor de fiets. In de afgelopen jaren zijn er veel grotere fietsenstallingen bij stations gebouwd en daar gaan we mee door. We investeren in de aanleg, verbreding en verbetering van fietspaden. We zetten in op meer fietskilometers, zeker met de elektrische fiets. Daarom zetten we in op een landelijk netwerk van doorfietsroutes waar de fiets voorrang heeft, je zo veel mogelijk ononderbroken door kan fietsen en er voorzieningen zijn zoals bankjes en fietspompen. Zo pak je comfortabel de fiets voor kortere afstanden. Binnen de stad krijgen fietsen voorrang op de auto. Fietsenstallingen krijgen daarom vaker prioriteit boven parkeerplaatsen voor auto’s, ook in woonwijken. En we stimuleren (elektrische) deelfietsconcepten om van en naar het station en carpoolplaatsen te komen.
  • We versnellen de keuring en toelating van licht elektrische voertuigen, zoals elektrische steps en scooters. Veiligheid staat hierbij voorop.
  • Wij helpen steden om de luchtkwaliteit in binnensteden te verbeteren. Daarom zetten we in op milieuzones voor personen- en bestelauto’s in minimaal 45 steden in 2025. Bezorgscooters en bezorgauto’s moeten vanaf 2025 zonder uitstoot rijden.
  • We steunen de ontwikkeling van apps voor actueel reisadvies via meerdere vervoersmiddelen waar je gelijk kan reserveren, boeken, betalen en de CO2 uitstoot van de reis wordt getoond. We willen dat alle vervoerders hun data hiervoor beschikbaar stellen, met inachtneming van privacy en vertrouwelijkheid. Daar moet de Autoriteit Consument en Markt dan wel meer ruimte voor bieden. Vervoerders mogen hun eigen dienst niet bevoordelen in hun app.
  • D66 wil verkeersveiligheid prioriteit geven. Conform het Strategisch Plan Verkeersveiligheid is de ambitie om in 2050 tot nul verkeersdoden te komen. Dit vraagt om meer sturing van rijk en investeren in veilige (fiets)infrastructuur, verkeershandhaving en veilig gedrag in het verkeer.
  • In dorpen en steden verlagen we de algemene snelheidslimiet van 50 naar 30 km/uur, zodat straten veiliger worden voor fietsers en voetgangers. Wegen met een snelheidslimiet van 50 of 70 km/uur worden de uitzondering binnen de bebouwde kom.

Schone auto’s zijn de toekomst

We hebben in het klimaatakkoord afgesproken om vanaf 2030 alleen nog emissievrije auto’s te verkopen. We zorgen dat dit ook daadwerkelijk gaat gebeuren. Dat geldt ook voor andere emissievrije vervoermiddelen, zoals emissievrije bromfietsen. D66 zorgt ervoor dat het gebruik van alle niet-emissievrije voertuigen snel wordt teruggebracht.

  • Elektrische auto’s moeten voor particulieren en tweedehands aantrekkelijker worden, bijvoorbeeld door een tijdelijke aankoopsubsidie of garanties op de batterijen van tweedehands auto’s.
  • We blijven investeren in laadpalen. Ook in slimme laadpalen, waarmee elektrische auto’s kunnen laden wanneer de stroom goedkoop is en weer terug kunnen leveren aan het net wanneer er tekorten zijn. Zo worden auto’s een opslagplaats voor energie.
  • We zorgen voor duidelijke borden langs de snelweg om je naar laadstations te wijzen en voor een transparant systeem aan de paal, zodat het opladen van je auto even makkelijk is als je mobieltje. Vooraf moet duidelijk zijn hoeveel je betaalt.
  • We stimuleren experimenten met zelfrijdende en met elkaar communicerende (vracht)auto’s op de snelweg, met aandacht voor gegevensbescherming en privacy.
  • De maximumsnelheid op snelwegen wordt niet hoger dan 100 km per uur.. Op N-wegen binnen de bebouwde kom brengen we dit terug naar 70 km per uur, voor een betere verkeersveiligheid.
  • D66 wil dat Nederland aandringt op een strengere Europese uitstootnorm voor nieuwe auto’s. Vanaf 2030 zouden alleen nog emissievrije auto’s geproduceerd moeten worden.
  • D66 wil geluidsmetingen voor gemotoriseerd verkeer in de grote steden en overtredingen van de geluidsnorm aanpakken. Om ervoor te zorgen dat de geldende maximumsnelheid niet kan worden overschreden, kunnen gemeenten verplichte snelheden aan het gemotoriseerd vervoer uitgerust met een Intelligent Speed Adaptation systeem opleggen.

Europa met de trein en hyperloop

Snelle Europese treinverbindingen zijn tot 700 kilometer een goed alternatief voor vliegen. We willen betere verbindingen en maken overstappen tussen vliegtuig en trein gemakkelijker. Bovendien investeren we in de ontwikkeling van een Hyperloop, als duurzaam, snel en geluidsarm alternatief voor Europese vliegreizen.

  • We verbeteren de aansluiting van Nederland op het Europese hogesnelheidsnetwerk. Het aantal dagelijkse treinen richting Parijs en Londen moet fors omhoog. Ook een snelle en frequente treinverbinding naar onze belangrijkste handelspartner Duitsland ontbreekt nog. We willen in 2025 bindende afspraken met Duitsland, zodat de reistijd tussen Amsterdam en Berlijn voor 2035 een uur korter gemaakt is.
  • Station Amsterdam Zuid ontwikkelen we tot een internationale spoorterminal waar ook op vluchten kan worden ingecheckt. Hiermee komt ook minder druk te staan op Amsterdam Centraal. We trekken de Noord-Zuidlijn door via Schiphol naar Station Hoofddorp.
  • Voor korte vluchten introduceren we een hogere vliegbelasting. Zo wordt de trein het logische alternatief. Deze belasting daalt naar gelang vliegtuigen hun emissie reduceren. Ook vraagt de staat als aandeelhouder aan KLM om niet meer op deze bestemmingen te vliegen.
  • De minister verantwoordelijk voor mobiliteit gaat zich met buurlanden inzetten om gecombineerde trein-vliegreizen aan te bieden in reisplanners en boekingssystemen.
  • We versterken regionale grensoverschrijdende spoorverbindingen, zodat grensgebieden beter verbonden raken.
  • We pleiten voor een Europese Spoorautoriteit die zorgt voor een Europese dienstregeling, treinreizen naar populaire vakantiebestemmingen en aantrekkelijke nachttreinen met lagere tracékosten. Bovendien moet je één kaartje kunnen boeken voor internationale reizen met zowel het vliegtuig als de trein, met een eerlijke vergelijking van de klimaatimpact.
  • De overheid als werkgever geeft voor dienstreizen binnen Europa het goede voorbeeld met de trein.

Een eerlijke prijs voor autogebruik

De complexe belastingen op auto’s belasten vooral bezit en veel minder het gebruik van de auto. Wij willen een simpeler systeem van rekeningrijden waarmee we uitstoot terugdringen, files verminderen en zorgen voor schonere lucht.

  • We vervangen de motorrijtuigenbelasting en tolheffing door een intelligente kilometerheffing voor auto’s en bestelauto’s. Deze heffing baseren we op CO2-uitstoot, plaats en tijd. Met de spitsheffing verleiden we mensen om op een rustiger moment of een andere manier te reizen.
  • In en rondom grote steden en rond kwetsbare natuur wordt een hoger tarief gerekend. Hier willen we autogebruik ontmoedigen om de luchtkwaliteit in de stad te verbeteren en ruimte te maken voor ander vervoer.
  • De belasting bij aanschaf van auto’s (bpm) gaat ook voor bestelbusjes, motoren en oldtimers rekening houden met CO2-uitstoot. Vrijstellingen voor bedrijven bouwen we af.
  • Deze maatregelen zijn een verschuiving van autobelastingen. De opbrengsten van de bpm en accijnzen gaan dalen doordat er steeds minder brandstofauto’s zijn. Dit compenseren we in het tarief voor de kilometerheffing.
  • De vrachtwagenheffing blijft zeker tot 2030 gelden. De opbrengsten worden teruggesluisd naar schone innovatie in de Nederlandse transportsector.

Veilig vliegen tegen een eerlijke prijs

Dankzij de luchtvaart kunnen we internationaal zakendoen en overal ter wereld wonen, werken en studeren. Maar de keerzijde van het vliegen voor het milieu en voor de gezondheid van omwonenden wordt steeds zichtbaarder. D66 wil een einde maken aan de massaconsumptie van vliegen ten koste van de leefomgeving. We willen daarom duidelijke en handhaafbare klimaat- en milieugrenzen, een eerlijke prijs voor vliegen en investeringen in duurzame innovaties. Zeker nu, in tijden van corona, moeten we hieraan werken.

  • Ons luchtvaartbeleid richt zich op herstel van de balans tussen economie en leefomgeving. De impact van de luchtvaart op het klimaat en op de gezondheid van omwonenden moet worden ingeperkt. Daarom komen er heldere, handhaafbare en strengere grenzen en verbeterdoelstellingen voor uitstoot van CO2, voor geluidsbelasting en voor luchtvervuiling. Uit deze normen volgen de plafonds voor het aantal vliegbewegingen op Nederlandse luchthavens. We laten transparant en onafhankelijk meten en handhaven. De totale stikstofuitstoot en -depositie van de luchtvaartsector moet beter in kaart worden gebracht en dient door de sector eerlijk en evenredig zelf te worden verminderd.
  • Om de overlast en gezondheidsschade voor omwonenden van Schiphol terug te dringen halveren we het aantal nachtvluchten naar maximaal 14.000 per jaar.
  • Lelystad Airport kan alleen open voor burgerluchtvaart als dit niet leidt tot groei van de uitstoot en milieuvervuiling van luchtvaart in Nederland. Ook stellen we als voorwaarden dat er geen ‘laagvliegroutes’ zijn, er geen stikstofprobleem ontstaat en Lelystad alleen mag functioneren als overloopluchthaven van Schiphol.
  • De tarieven op Schiphol zijn erg laag voor Europese begrippen. Voor de meest vervuilende en luidste vliegtuigen willen wij de tarieven verder verhogen, om zo geluidsoverlast en uitstoot te beperken.
  • We willen af van vrijstellingen voor accijns en btw in de luchtvaart. Zolang dat wereldwijd nog niet is geregeld, maken we afspraken in de Europese Unie om vliegen een eerlijkere prijs te geven. In de Nederlandse vliegtaks worden overstappende passagiers niet langer ontzien. Voor de korte afstand krijgt de vliegtaks een verhoging, vanuit het idee dat schonere alternatieven een betere kans moeten krijgen. Daarna geldt het normale tarief, dat oploopt op basis van afstand, zodat de vluchten met de hoogste CO2-uitstoot ook de hoogste vliegtaks kennen.
  • Zodra het mogelijk is gemaakt om slots te verdelen op basis van bestemming, reduceren we het aantal korte afstandsvluchten, waarbij de prijsstelling voor de beschikbare landingsrechten zo mogelijk wordt verhoogd met een gradueel stijgende korte-afstandsheffing. Hierdoor wordt een adequate bereikbaarheid per trein van een aantal belangrijke bestemmingen gestimuleerd, waardoor de trein een redelijk alternatief kan worden voor deze korte afstandbestemmingen.
  • We laten het gebruik van schone brandstoffen in vliegtuigen mee groeien met de productie. In 2030 moet de uitstoot van vluchten van en naar Nederlandse luchthavens tenminste met 20% zijn gereduceerd. Met onderzoeksinstellingen, luchtvaartindustrie en luchthavens investeren we in het vliegen op waterstof en/of e-fuels (bijv. synthetische kerosine), zodat er versneld een basis wordt gelegd voor duurzame luchtvaart en de Nederlandse luchtvaart internationaal een voortrekkersrol kan vervullen.
  • De adviezen van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid ten aanzien van Schiphol moeten worden opgevolgd. Toezicht op de veiligheid en handhaving na incidenten door de Inspectie Leefomgeving en Transport gebeurt strikt en transparant.
  • Een ramp als de MH17-ramp mag nooit meer gebeuren. De Europese luchtvaartautoriteit krijgt bevoegdheden om luchtruimen te sluiten als zij dit nodig acht ter bescherming van de reizigers en vliegtuigbemanningen. De beweegredenen rondom sluiting van bepaalde luchtruimen zal tijdig en openbaar beschikbaar gesteld worden zodat reizigers een weloverwogen besluit kunnen nemen over hun reis.

Duurzame maritieme sector (zeevaart, binnenvaart en havens)

Steeds meer van onze goederen komen van fabrieken aan de andere kant van de wereld. De Nederlandse havens zijn van grote waarde voor onze economie. De scheepvaart groeit enorm en daarmee de uitstoot. (Overheids)investeringen in een emissieloze maritieme sector zorgen voor vermindering van de broeikasuitstoot en stikstof- en fijnstofdepositie met behoud van een internationale concurrentiepositie. Dat doen we door in te zetten op alternatieve brandstoffen en energiedragers.

  • We subsidiëren schonere scheepsmotoren voor binnenvaartschepen.
  • We realiseren walstroomvoorzieningen voor zee- en binnenvaartschepen op strategisch logische plekken in Europa.
  • In lijn met de Green Deal zeevaart, binnenvaart en havens zetten we in op de versnelling van de maritieme energietransitie met de overheid als launching customer voor de Koninklijke Marine en Rijksrederij. Nieuwe onderzoeksgelden en financieringsregelingen maken het mogelijk om in 2030 30 emissieloze schepen te hebben varen en zeker vijf bestaande schepen duurzaam om te bouwen.
  • We zetten ons in voor een wereldwijde minimum CO2 toeslag op brandstoffen voor scheep- en luchtvaart. Als genoeg landen dat toepassen, kunnen schepen minder makkelijk over de grens bunkeren.
  • Zo lang er geen wereldwijde oplossing is, moeten we in Europa het voortouw nemen. Voor scheep- en luchtvaart tussen landen binnen de EU wordt een accijns ingevoerd ter hoogte van de milieu- en klimaatschade.
  • We passen afspraken met de Rijnlanden aan om accijns te kunnen heffen op binnenvaart en een prijs te vragen voor (lucht)vervuiling. Daarnaast verplichten we in de binnenvaart een verlaging van de CO2-uitstoot van tenminste 40 procent per kilometer in 2030.