Ruim baan voor waardenvol bedrijfsleven

In Nederland hebben we een sterk bedrijfsleven, ook in tijden van crisis, zoals de huidige coronapandemie. Van de bakker op de hoek tot toonaangevende wereldwijde ondernemingen laten bedrijven zien hoe weerbaar en innovatief ze zijn in moeilijke tijden. Bedrijven zijn de ruggengraat van onze economie en ons verdienvermogen en maken het mogelijk dat de overheid haar taken kan uitvoeren. We hebben onze bedrijven bovendien hard nodig om maatschappelijke uitdagingen aan te gaan.

Het bedrijfsleven staat te vaak in een negatief daglicht, terwijl wij zo veel kansen zien voor bedrijven om financiële winst en maatschappelijke waarde op lange termijn te combineren. De duurzame ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties spelen bij steeds meer bedrijven een prominente rol. Echter, dit geldt nog lang niet voor alle bedrijven. Te vaak nog staan bedrijven die rekening houden met alle belanghebbenden – klanten, aandeelhouders, medewerkers en maatschappij – met 0-1 achter door onduidelijke transparantieregels, verouderde rechtsvormen en prijzen die de maatschappelijke kosten niet meenemen. Wij willen ambitieuze bedrijven die economisch succes hebben én het nastreven van meerwaarde voor de samenleving voorop stellen, die niet waarde- maar waardengedreven zijn.

Versterk het bedrijfsleven

We kunnen trots zijn op de prestaties van onze ondernemers en bedrijven. We zijn wereldspeler in diverse sectoren mede dankzij een bloeiend, modern en innovatief mkb. We willen deze koppositie blijven houden. We versterken het bedrijfsleven met behulp van een beter geschoolde beroepsbevolking, investeringen in infrastructuur, een eenvoudig belastingstelsel dat werken lonend maakt, een evenwichtige arbeidsmarkt, goede handelsverdragen en internationale contacten en handelsmissies. De overheid wordt een competente partner van het bedrijfsleven en geen bureaucratisch struikelblok.

  • We bouwen op de lessen van de coronacrisis en versnellen besluitvormingsprocedures van de overheid. Bijvoorbeeld bij het verlenen van vergunningen of aanbestedingen. Minder mensen aan tafel, meer expertise. Bedrijven kunnen daardoor sneller aan de slag.
  • Er komt nog meer focus op publiek-private samenwerkingen, bijvoorbeeld op het gebied van infrastructuur, waarbij de overheid doelen zet en bedrijven zorgen voor de juiste uitvoering.
  • We zetten stimuleringsfondsen effectiever in. Er komt meer geld, bijvoorbeeld van InvestNL, voor gerichte innovatie en digitalisering. Ook venture capital, start-ups, scale-ups en innovatief mkb krijgen makkelijker toegang tot deze fondsen.
  • We investeren in een goed vestigingsklimaat voor bedrijven. Niet door al maar lagere belastingen voor bedrijven, maar via goede opleidingen, een prettig land om te wonen en werken, goede infrastructuur en een overheid die over de grenzen kan kijken. We stimuleren de ontwikkeling van regionale ecosystemen, zoals bijvoorbeeld het hi-tech cluster rond Eindhoven, de food valley in Wageningen en de energy valley in Groningen, Friesland en Drenthe. Plaatsen waar grote bedrijven, mkb, start-ups, universiteiten, financiers en overheid elkaar inspireren en versterken.

Duidelijke afspraken voor maatschappelijk ondernemen

We weten steeds beter hoe, door wie, waar en waarvan de spijkerbroek in de winkel gemaakt is. Veel bedrijven willen meer verantwoordelijkheid nemen, maar bedrijven die hun verantwoordelijkheid ontlopen, komen er nog te makkelijk vanaf. Daarvoor is het belangrijk dat bedrijven, werknemers, maatschappelijke organisaties en overheid gezamenlijk afspraken kunnen maken. En dat er één kader is waarbinnen zij elkaar aan die afspraken houden.

  • We zetten in op één duidelijke kader voor (internationaal) maatschappelijk verantwoord ondernemen, zoveel mogelijk op Europees niveau. Daarmee scheppen we helderheid in de waaier aan nationale, Europese en internationale richtlijnen, gedragscodes, convenanten en standaarden. In eerste instantie spreken we bedrijven aan op hun eigen verantwoordelijkheid. Waar bedrijven in gebreke blijven, volgt wetgeving.
  • Bedrijven hebben als kernonderdeel van dit kader voortaan een zorgplicht. Ze blijven alert op hun milieuschade en mensenrechtenschendingen. We sluiten aan bij de Europese Due Diligence-regelgeving.
  • We nemen internationale standaarden als uitgangspunt. We vragen alle grote bedrijven uiterlijk in 2025 de OESO-richtlijnen voor internationale ondernemingen, waarin de richtlijnen voor goed maatschappelijk ondernemen zijn vastgelegd, te onderschrijven.
  • Maatschappelijke organisaties hebben een essentiële rol. We ondersteunen ze om de naleving van afspraken te controleren en hier melding van te maken. De overheid blijft de scheidsrechter en besluit over eventuele sancties.
  • Het bestuur van bedrijven (corporate governance) wordt, bij voorkeur op Europees niveau, verder aangescherpt zodat op een evenwichtige wijze rekening wordt gehouden met bredere economische en maatschappelijke belangen. Excessen, bijvoorbeeld op het gebied van beloning, worden ingeperkt. Bestuurders krijgen expliciet de verantwoordelijkheid de belangen van alle stakeholders tegen elkaar af te wegen, zo nodig wordt dit wettelijk vastgelegd. Daarbij wordt ook naar niet-beursgenoteerde bedrijven, zoals bijvoorbeeld private equity-investeerders, gekeken.

Meer transparantie: één compleet jaarverslag, één bijsluiter

Transparantie is de hoeksteen van een eerlijke economie. Op dit moment is er een heel scala aan rapportagemethoden over maatschappelijke effecten. We willen dat toezichthouders, investeerders en klanten bedrijven ook op dit gebied makkelijker kunnen vergelijken.

  • We werken toe naar eisen waar het jaarverslag van een bedrijf tenminste aan moet voldoen. Bedrijven blijven vrij om een eigen methode te kiezen. Over de gevolgen voor klimaat, milieu, biodiversiteit en de samenleving verwachten we dat ze zich allemaal op dezelfde manier verantwoorden. Ook hier wordt de link naar de duurzame ontwikkelingsdoelen van de VN gelegd.
  • D66 is voorstander van heldere en eenduidige (Europese) afspraken over een zogenaamde ‘groene’ én ‘bruine taxonomie’. Zo spreekt iedereen dezelfde taal over welke investeringen goed zijn voor het klimaat en biodiversiteit, en welke schade aanbrengen.
  • We breiden de rapportageplicht over maatschappelijke effecten net als Frankrijk, Duitsland en Denemarken uit. Er komt beter toezicht op niet-financiële informatie. We onderzoeken de mogelijkheden om ook niet-beursgenoteerde grote bedrijven transparanter te laten rapporteren over hun maatschappelijke impact.
  • Er moet betere en verplichte rapportage van duurzaamheidsrisico’s door financiële instellingen komen. Klanten moeten immers op basis van deze rapportages kunnen besluiten om (bepaalde) financiële producten of diensten niet meer af te nemen bij een bank of verzekeraar.
  • We werken toe naar een digitaal impactregister voor (gewone) producten met begrijpelijke, geharmoniseerde informatie over de economische, sociale en ecologische impact van een product (watergebruik, CO2-uitstoot), zodat de consument in één oogopslag de maatschappelijke effecten kan zien en niet meer verdwaald raakt in het woud aan keurmerken en logo’s.

(H)erkenning voor sociale ondernemingen

Steeds meer bedrijven streven actief naar maatschappelijk meerwaarde. Het zijn niet alleen de ‘ouderwetse’ bedrijven die naast winst hun maatschappelijke impact willen verbeteren, maar ook nieuwe sociale ondernemingen die primair streven naar waarde voor de samenleving. Het is nu lastig om als sociale onderneming aan de slag te gaan. Daarom wil D66 wil ze een duidelijke plek in de wet geven.

  • We willen een duidelijke erkenning van sociale ondernemingen in de wet, bijvoorbeeld als maatschappelijke BV (BVm). Dat biedt sociaal ondernemers en de samenleving helderheid en zekerheid.
  • Sociaal ondernemers moeten makkelijk mee kunnen doen aan aanbestedingen. Maatschappelijke meerwaarde krijgt een prominentere rol in de Aanbestedingswet.
  • We stimuleren sociaal ondernemerschap in de samenleving, bijvoorbeeld door een landelijk publiek-privaat programma met aandacht voor impactmeting. We bundelen en delen kennis zodat bijvoorbeeld gemeenten niet opnieuw het wiel hoeven uit te vinden.