Pensioen

05.06.2019

Na 10 jaar een pensioenakkoord

D66-minister Wouter Koolmees sloot na 10 jaar onderhandelen het pensioenakkoord. Dit is de grootste pensioenhervorming sinds de verhoging van de AOW-leeftijd. En of je nu 20, 40 of 60 bent, door dit nieuwe stelsel heeft iedereen de kans op een veel beter pensioen. Het is persoonlijker én je krijgt meer keuzevrijheid.

Nederlanders behoren tot de wereldwijde koplopers wat betreft de financiële oudedagsvoorziening. Naast de AOW en persoonlijke vermogens vormen de collectief opgebouwde pensioenen het fundament onder het welzijn van huidige en toekomstige gepensioneerden. Nederlanders hebben samen een pensioenpot van ongeveer € 1200 miljard bij elkaar gespaard. Ons stelsel voor het aanvullend pensioen kent een aantal sterke kanten. Het zorgt ervoor dat mensen verplicht en fiscaal aantrekkelijk sparen. Het kent solidariteit: het delen van het risico van lang en kort leven, het uitmiddelen van mee- en tegenvallende beleggingsopbrengsten, zodat het moment waarop je met pensioen gaat minder zwaar weegt. En het is efficiënt doordat de kosten van geldbeheer gedeeld worden, er beperkte keuzestress is, er weinig marketingkosten zijn en het mogelijk is om lange termijn te beleggen. Dit heeft gemiddeld hoge rendementen tot gevolg.

Dit collectieve stelsel van aanvullende pensioenen kampt echter ook met structurele problemen. Het stelsel blijkt veel moeite te hebben met de stijgende levensverwachting, lage (reken-)rentes en de volatiliteit van de financiële markten. Er is simpelweg te weinig geld voor de gewekte verwachtingen. Er is sprake van perverse solidariteit van laag- naar hoogopgeleiden en van jong naar oud via de zogenaamde doorsneepremie. En het stelsel gaat nog te veel uit van werknemers die hun hele leven lang bij hetzelfde bedrijf of in dezelfde bedrijfstak blijven werken.

Afschaffen doorsneesystematiek

De doorsneesystematiek, waarin jong en oud dezelfde premie betalen en hiervoor dezelfde rechten terugkrijgen, klinkt in eerste instantie eerlijk, totdat je beseft dat geld van jongeren veel langer kan renderen dan van ouderen. Door dezelfde rechten toe te kennen, schuif je geld van jong naar oud. Op individueel niveau kleeft er een naar risico aan: zodra je niet een ‘klassiek’ carrièrepad doorloopt, maar na een tijd besluit (tijdelijk) voor jezelf te gaan werken, of parttime te gaan werken, ben je een dief van je eigen portemonnee.
D66 kiest voor persoonlijke pensioenpotten, waardoor de doorsneesystematiek automatisch verdwijnt. Zo ontstaat er een situatie waarin iedere pensioendeelnemer een bepaald percentage van zijn inkomen inlegt. Voor jonge deelnemers kan dit langer renderen dan voor oudere, zodat een deelnemer op jonge leeftijd meer pensioen opbouwt per ingelegde euro.

Meer flexibiliteit en keuzevrijheid

D66 wil dat mensen baas zijn over hun eigen pensioen. Dat betekent vrijheid om te kiezen voor een pensioenopbouw die past bij jouw wensen, voorkeuren en levensstijl. Ook mogen mensen hun eigen pensioenfonds kiezen. Zo wordt het mogelijk dat mensen die van baan wisselen bij hetzelfde, door hen gekozen pensioenfonds kunnen blijven en niet te maken krijgen met ingewikkelde vraagstukken, zoals het al dan niet kiezen voor waardeoverdracht. Om de pensioenwetgeving beter te laten aansluiten bij het vrije verkeer van personen van de EU, is het noodzakelijk om een modus te ontwikkelen waarbij werknemers ook binnen de EU bij hetzelfde pensioenfonds kunnen blijven. In de pensioenopbouw krijgen mensen ook meer keuzevrijheid. Daarbij denken wij in het bijzonder aan het verlagen van het maximum waaronder men verplicht pensioen moet sparen en aan een vijfjarige ‘premievakantie’, zodat mensen ruimte krijgen om bijvoorbeeld hun hypotheek af te lossen. Zodra mensen met pensioen gaan, wil D66 ook meer flexibiliteit. Bijvoorbeeld door eenmalig 10% van het pensioenvermogen op te kunnen nemen. Dit wil niet zeggen dat iedereen continue keuzes móet maken. De verandering mag er niet toe leiden dat mensen uiteindelijk niets kiezen en geen pensioen opbouwen. Daarom zal er altijd sprake zijn van een standaardkeuze die geldt totdat een andere keuze gemaakt wordt.

Naar eigen pensioenpotjes

Op dit moment hebben deelnemers aan een pensioenfonds een aanspraak op hun pensioen, op een deel van een collectieve pot geld. D66 wil dat duidelijk wordt hoeveel geld elk van de deelnemers in de pensioenpot heeft zitten, dit zichtbaar maken via individuele pensioenrekeningen en met vastgelegde eigendomsrechten. Daarmee beweegt ons pensioenstelsel toe naar een stelsel met duidelijkheid over de inleg van pensioenen en zekerheid over de actuele waarde van die inleg. Er zal sprake zijn van een streefpensioen, maar de huidige, niet afdwingbare, ‘zekerheid van de uitkering’ zal verdwijnen. Na de pensioendatum kan verder worden belegd.

Een heel behoedzame overgang

Wij willen een duidelijke keuze maken voor de richting waarin we het pensioenstelsel willen ontwikkelen, maar we kunnen daar niet van de een op de andere dag naartoe bewegen.
Allereerst worden we gedwongen om verborgen tekorten in ons stelsel onder ogen te zien. In het pad naar dit nieuwe stelsel zullen we binnen pensioenfondsen moeten bepalen wie welk deel van bestaande tekorten voor zijn rekening neemt. Daarnaast moeten we voorkomen dat fondsen plotsklaps ‘opdrogen’ uit gebrek aan inleg. Of dat pensioenfondsen massaal
gedwongen worden hun investeringen liquide te maken om massaal switchende deelnemers te accommoderen.
Met pensioenfondsen, werkgevers, werknemers, politiek en deelnemers stippelen we een zorgvuldig generatieneutraal transitiepad uit. Dat begint met het goed in kaart brengen van het probleem van de transitie en de achterliggende verdelingsvraagstukken. We spreken met sociale partners een langjarig transitiepad af en communiceren helder met alle betrokkenen – ook over de op te lossen problemen.