Passend onderwijs

Passend onderwijs heeft zijn veelbelovende naam niet waargemaakt; het aantal thuiszittende kinderen is toegenomen, er worden steeds meer kinderen naar speciaal onderwijs doorverwezen en de diagnosedrang zet onverminderd door. De ene bureaucratie is vervangen door de andere bureaucratie wat soms kafkaëske situaties oplevert. 10 hulpverleners op een kind of verschillende zorg-aanvraagprotocollen in een klas die een leraar moet invullen. Het systeem is onbegrijpelijk en daardoor laat het ruimte voor verkeerd gedrag. In 2017 is er van het geld voor passend onderwijs 32 miljoen overgebleven. En let op: dit is toegevoegd aan een spaarrekening van 238 miljoen. Dit staat in schril contrast met de situatie in de klas waar de leerling en de leraar niet de gewenste ondersteuning krijgen.

Naar een inclusieve school

Hoe zouden we dit beter kunnen doen? Vooropgesteld, een school zou toegankelijk moeten zijn voor ieder kind. Onderzoek toont aan dat kinderen met een beperking die naar een gewone school gaan meer, beter en sneller leren en een grotere kans hebben op het vinden van een baan en het ontwikkelen van een sociaal leven. Ook de resultaten van de andere leerlingen gaan omhoog in een inclusieve school.

Er is nog heel veel nodig om dit te realiseren. Zorg moet dichter op de school worden georganiseerd, zodat leraren geen zorgverleners worden, maar de ondersteuning krijgen die ze nodig achten om het kind onderwijs te geven. Hier past ook bij om het leerrecht in te voeren. Kinderen kunnen dan niet meer geweigerd worden en scholen en overheid krijgen meer verantwoordelijkheid om een passende plek voor het kind te creëren.