Nederland circulair in 2050

Wereldwijd zijn er steeds minder grondstoffen te verdelen en groeit de hoeveelheid afval. Dat is een model dat niet vol te houden is. Een toekomstbestendige economie is een circulaire economie. Bijna de helft van onze CO2-uitstoot is gelinkt aan de productie van voedsel en goederen. We stappen af van produceren, gebruiken en wegwerpen en we werken toe naar slim ontwerpen, hergebruiken en recyclen. Dat is niet alleen noodzaak maar biedt ook enorme kansen. We zorgen dat ondernemers deze opgave en kansen met beide handen aan kunnen pakken.

Concrete doelen voor 2025 en 2050

Nederland heeft ambitieuze doelen gesteld. Op papier hebben we in 2050 een volledig circulaire economie. De opgave is om dat ook werkelijkheid te maken.

  • We scherpen de tussentijdse doelstellingen aan. In 2025 willen we al 30 procent minder nieuwe grondstoffen gebruiken. Nu ligt het tussentijdse doel pas op 2030. Zo voorkomen we dat we, net zoals bij hernieuwbare energie, te laat stappen zetten.
  • We sturen ook op hergebruik van producten. Op dit moment gaan de wetten en convenanten vooral over recycling bij het einde van het product. We pleiten om bij het ontwerpen van het product al aandacht te besteden aan hoe het hergebruikt kan worden.
  • Sommige sectoren, zoals de bouw, gebruiken veel materialen. Voor deze sectoren stellen we aparte sectordoelen.

Stimuleren van circulair ondernemerschap

We hebben in Nederland al een sterke traditie van recyclen. En voor bijvoorbeeld auto’s vinden we onderhoud en reparaties de normaalste zaak van de wereld. We willen onze economie nog sterker en schoner maken. Door een effectieve handel in hergebruikte materialen te stimuleren. Door circulair ontwerpen de norm te maken. En door circulaire verdienmodellen te omarmen.

  • In een circulaire economie wordt afval een grondstof. De afvalheffing gaat omhoog voor bedrijven die veel afval produceren. We gebruiken de inkomsten om meer afval te hergebruiken en minder te verbranden.
  • We voeren naast statiegeld op flesjes ook statiegeld in op blikjes en versterken de aanpak van zwerfafval.
  • We pleiten in Europa voor een vast aandeel gerecycled materiaal, om de markt hiervoor te ontwikkelen.
  • We verlengen de garantietermijnen van producten om een langere levensduur te faciliteren. Ook willen we een recht op reparatie. Makers van producten hebben zo de plicht apparaten repareerbaar te maken en reserve-onderdelen aan te bieden.
  • We organiseren een marktplaats voor materialen. Door inkopers te koppelen aan restproducten ontstaat er een economische prikkel om herbruikbaar te werk te gaan.
  • We willen een materialenpaspoort voor elk gebouw en steunen het grondstoffenkadaster. De bouw is alleen al verantwoordelijk voor 40 procent van het afval in Nederland. We zorgen dat gebouwen ‘materialenbanken’ worden van onderdelen die ontworpen zijn om te worden hergebruikt.
  • We maken financiering voor circulaire projecten makkelijker. We missen nu kansen omdat initiatiefnemers lastig aan financiering kunnen komen. InvestNL moet bijvoorbeeld ook in circulaire projecten kunnen investeren. Binnen de Europese Unie dringen we aan op het aanpassen van de accountancyregels. Zo moet dubbele btw op hergebruik van materialen voorkomen worden en afschrijvingstermijnen verlengd. Structurele aandacht voor ware prijzen is hier een belangrijke steunpilaar.
  • We schalen lokale circulaire initiatieven op. We zorgen dat bedrijven elkaar op regionaal niveau vinden, kennis delen en dat circulaire initiatiefnemers bij regionale investeringsfondsen terecht kunnen. Klachten over regels die in de praktijk in de weg zitten, moeten makkelijk hun weg naar de overheid vinden om onnodige belemmeringen weg te kunnen nemen.
  • Het Versnellingshuis wordt hét kennisknooppunt over circulaire economie. Het Versnellingshuis heeft nu vooral de taak om bedrijven bij elkaar te brengen. Het kan ook als vraagbaak voor initiatiefnemers en bedrijven dienen.
  • We gebruiken de inkoopmacht van de overheid om circulaire innovatie te stimuleren. Enkele organisaties, zoals Rijkswaterstaat, hebben daar al goede ervaringen mee. We willen dat gemeenten en hun deelnemingen, provincies, waterschappen en het Rijk vanaf 2025 de helft van hun inkoop circulair maken. Hiervoor ontwikkelt het Rijk een handleiding en jaarlijkse standaarden.

De impact van producten zichtbaar maken

Consumenten, bedrijven, investeerders en overheden willen groene keuzes maken. Het is alleen vaak lastig om te weten welke keuze het best is. We willen dat het effect van een product inzichtelijk is. Zodat iedereen een bewuste keuze kan maken.

  • We maken het consumenten en gebruikers gemakkelijk te recyclen door te verplichten op (de verpakking van) producten aan te geven waar het weggegooid moet worden.
  • Elk product krijgt een digitaal productpaspoort dat de hele levenscyclus meegaat. Dat vermeldt de materialen, onderdelen, herkomst van materialen, hoe het product kan worden gedemonteerd, welke onderdelen hergebruikt of gerepareerd kunnen worden en hoe het product het beste gerecycled kan worden. Dit is onderdeel van het impactregister: de digitale bijsluiter van elk product met basale informatie over de impact op de maatschappij en het milieu.
  • We pleiten ook voor product-tracking. We willen dat tijdens productiestappen traceerbaar is welk materiaal er in een product of halffabricaat zit. Zo weten we precies welke materialen er in een productenkringloop terecht komen.
  • In het jaarverslag van bedrijven verlangen we ook informatie over circulaire prestaties.