Moderne vrijheid van onderwijs

Het klassieke onderscheid tussen openbaar en bijzonder onderwijs is voor ouders minder en minder van belang. De aandacht van ouders gaat vooral uit naar kwaliteit, pedagogische aanpak, sfeer en locatie. In onze grondwet, in artikel 23, is vrijheid van onderwijs vastgelegd. Dit artikel kan echter ook een beperking opleveren voor de acceptatieplicht van leerlingen, voor samenwerking tussen scholen, voor waarborgen voor onderwijskwaliteit en voor zeggenschap van gemeenten en hun regierol. D66 is altijd al kritisch over dit artikel in de grondwet en zal indien de genoemde problemen niet opgelost kunnen worden, opnieuw het initiatief nemen dit artikel aan te passen. D66 wil daadwerkelijke ruimte om een school te stichten van andere dan de klassieke richtingen. Bijvoorbeeld door innovatie te stimuleren en ideeën te verzamelen, zoals in Amsterdam bij het project ‘Onze Nieuwe School’. In gebieden waar scholen te maken krijgen met sterk dalende leerlingenaantallen, moeten scholen zoveel mogelijk (kunnen)samenwerken of samengaan om de kwaliteit te behouden.

Krimpregio’s moeten in samenwerking met scholen een plan maken hoe ze op de lange termijn het onderwijsaanbod op peil houden.D66 wil het politieke debat aangaan om, op basis van het beginsel ‘scheiding van kerk en staat’, artikel 23 van de grondwet te vernieuwen. In dat debat komen de acceptatieplicht, het openbare karakter van de scholen, de voorwaarden voor financiering, de kwaliteit van het onderwijs en burgerschap aan de orde. Dit willen we omdat we scholen voor de toekomst willen behouden en versterken als de plek waar kinderen de sociale vaardigheden opdoen die belangrijk zijn voor onze stabiliteit en welvaart. We vinden het belangrijk dat kinderen met verschillende achtergronden in een pluriforme samenleving als de onze elkaar tegenkomen op school. Dat vermindert verzuiling, polarisatie en kansenongelijkheid.