Leren om de toekomst aan te kunnen

Onze arbeidsmarkt verandert continu, met name door de mogelijkheden van nieuwe technologieën. Robotisering en automatisering zijn niet te stoppen. Hierdoor zullen banen verdwijnen, maar er zal ook nieuw soort werk ontstaan. Daarom moeten we vol inzetten op onderwijs waarmee we mensen klaar maken voor de toekomst. Dat vraagt een goede aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt, maar ook méér onderwijs op de arbeidsmarkt. We hebben daar de afgelopen jaren stappen in gezet, maar er is nog veel te doen. Vooral mensen met een praktische opleiding hebben te weinig financiële middelen, mogelijkheden en tijd om bij te leren tijdens hun werkzame leven. Ook de coronacrisis draagt bij aan de noodzaak tot snelle omscholing. Dit moet aantrekkelijker en toegankelijker worden.

Mbo in de lift

Nederland heeft sterk beroepsonderwijs. D66 wil de kansen, waardering en talenten van mbo-studenten verder tot hun recht laten komen.

  • We willen een einde maken aan rendementsprikkels in het mbo. Geen bekostiging meer op basis van behaalde diploma’s, maar op basis van het hoogst haalbare niveau.
  • Er komt maatwerk binnen de startkwalificatie. De huidige eisen van de startkwalificatie sluiten een deel van de mbo-2-studenten uit, vooral vanwege de generieke taal- en rekeneisen. Het risico is dat jongeren zonder diploma de opleiding verlaten en daardoor minder kansen hebben op de arbeidsmarkt en in de maatschappij. Om dit te veranderen wordt maatwerk mogelijk in combinatie met leermogelijkheden na het diploma.
  • De schoolkosten voor minderjarige mbo-studenten worden geschrapt.
  • Er komt een regionaal dekkend aanbod van vmbo-mbo-trajecten. Voor sommige jongeren is de overstap van kleinschalig onderwijs naar een grote mbo-instelling een overgang die ze niet meteen kunnen maken. Voor deze jongeren moet er een aanbod zijn waarbij ze tot 17 jaar op één school zowel een vmbo als een mbo 1/2 diploma halen.
  • D66 wil iedere student een eerlijke kans op een opleiding geven. Onderwijsinstellingen moeten de ruimte krijgen om via maatwerk flexibel voortgang te bereiken met studenten. Alleen zo kan het mbo inclusief worden en krijgen alle studenten een kans.
  • Op mbo-niveau moeten de theoretische vakken door een vakdocent worden gegeven.
  • De samenwerking tussen mbo-instellingen en het voortgezet onderwijs en hbo wordt versterkt. Door een nauwere samenwerking wordt de overstap voor studenten ook gemakkelijker.
  • We bevrijden het mbo van de doorgeslagen bureaucratisering. In overleg met de sector worden regels geruimd en wordt ruimte en vertrouwen geboden op basis van beperkte maar strenge kwaliteitseisen.

Beroepsonderwijs midden in de samenleving

Bedrijven, scholen, onderzoeksinstellingen en overheid zijn samen verantwoordelijk voor de juiste aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Wie van een beroepsopleiding komt, moet een fatsoenlijke kans hebben op werk. Andersom moeten werknemers gemakkelijk kunnen bijleren, zodat hun kennis en vaardigheden blijven aansluiten op de snel veranderende (technologische) eisen op de werkvloer.

  • We stimuleren samenwerking tussen mbo-instellingen en bedrijven om tekorten op de arbeidsmarkt op te lossen en studenten een duurzaam arbeidsperspectief te geven. Met keuzedelen en (deel)certificaten kunnen een hoop tekorten worden opgelost, op voorwaarde dat financieringsmogelijkheden hiertoe bekend zijn.
  • Opleidingen, bedrijven en overheid werken samen aan voldoende stageplaatsen en bbl-plekken (leerwerkplekken), met goede praktijkbegeleiders.
  • Er moet een einde komen aan stagediscriminatie. Instellingen dragen zorg voor de eerste stageplaatsen. Hierdoor is er een positieve eerste kennismaking met de arbeidsmarkt, komen studenten buiten hun netwerk en ontstaan er nieuwe contacten.
  • Het beroepsonderwijs moet toegankelijk zijn voor permanente educatie. Daarom is het goed als instellingen contact onderhouden met afgestudeerden.
  • Mbo- en bbo-instellingen, agrarische scholen en vakscholen worden brede voorzieningen voor al het onderwijs dat zich richt op beroep, educatie en levenlangleren. Dit vergt flexibiliteit in onderwijstijden, moduleonderwijs en online leren.
  • Gemeenten en provincies gaan meer leerwerktrajecten stimuleren met onderwijsinstellingen en bedrijven, zorginstellingen en andere relevante organisaties.
  • In sommige gevallen zijn particulier gefinancierde onderwijs- en arbeidsmarktinitiatieven nodig om tekorten op de arbeidsmarkt op te vangen. In dat geval ondersteunen we deze initiatieven om op een goed haalbare manier onderdeel te worden van het publieke onderwijsstelsel.

Een persoonlijk ontwikkelbudget voor iedereen

Een nieuwe (deel-)opleiding op latere leeftijd volgen, zou net zo normaal moeten zijn als naar school gaan wanneer je jong bent. Hoe sneller de wereld verandert, hoe noodzakelijker het is om mensen de kans te geven zich daarop voor te bereiden.

  • Tijdens de vorige (economische) crisis hebben werkgevers te weinig geïnvesteerd in hun mensen, waardoor er aanzienlijke arbeidstekorten waren na de crisis. Van werkgevers mogen we verwachten dat zij investeren in duurzame inzetbaarheid en begeleiding naar ander werk.
  • We breiden de tegemoetkoming van deeltijdonderwijs, het levenlangleren-krediet en de mogelijkheden voor ontwikkeladviezen uit.
  • We onderzoeken de mogelijkheid voor een individueel ontwikkelbudget. Het zogenaamde STAP-budget is een belangrijk instrument voor omscholing. Dit zijn eigen middelen waarmee je je uit vrije keuze en buiten je werkgever kunt omscholen naar een ander beroep. In deze omscholing komt expliciet ruimte voor digitale vaardigheden. Er komt meer publiek aanbod via de mbo-instellingen, hbo-instellingen, agrarische scholen en vakscholen. We nemen de maximum leeftijd voor het aangaan van een studielening weg. Iedereen mag in het werkende leven drie jaar extra gebruik maken van de studielening.