Integratie van vluchtelingen

05.07.2018

Het inburgeringsstelsel gaat flink op de schop. In het vorige inburgeringsstelsel was iedere nieuwkomer verantwoordelijk voor zijn of haar eigen inburgering. Driekwart van de vluchtelingen belandden uiteindelijk in de bijstand en deden dus niet mee. Minister Wouter Koolmees wil dat iedere nieuwkomer kan meedoen en gooide het roer om.

Wij moeten de mensen die naar ons land zijn gevlucht en die structureel onderdeel worden van onze samenleving echt mee laten doen. D66 vindt meedoen aan de Nederlandse maatschappij door het spreken van de taal en het hebben van een baan het allerbelangrijkst. Daarom moet daar vanaf dag één in Nederland aan gewerkt worden. Al in de opvang moet er door het rijk gezorgd worden voor taalcursussen en onderwijs voor kinderen. Drempels om te kunnen of mogen werken, moeten worden weggenomen, zodat mensen direct aan de slag kunnen. D66 wil bovendien de naturalisatietermijn terugbrengen naar vijf jaar. Vluchtelingen hebben ook kennis van de Nederlandse maatschappij nodig om mee te kunnen doen. We verwachten uiteraard dat vluchtelingen zich inspannen om die kennis op te doen. Omdat ondersteunen zien we meer in kwalitatief goede cursussen, dan in een onzinnige toets als het huidige inburgeringsexamen.

D66 wil dat zo snel mogelijk in kaart wordt gebracht wat de competenties van deze vrouwen en mannen zijn. Diploma’s uit het land van herkomst moeten snel erkend worden en er moet gekeken worden naar de nodige aanvullende opleidingen. Bij het plaatsen van statushouders in de gemeente moeten we kijken naar vraag en aanbod: in welke gemeente is er behoefte aan welke arbeidskrachten?
Overheid en gemeenten moeten veel meer ondersteuning en begeleiding bieden tijdens de inburgering. Daarbij verwachten we dat niet alleen mannelijke asielzoekers, maar ook vrouwen actief kansen krijgen en geacht worden deze te grijpen. Keerzijde van deze intensieve begeleiding is wel dat inburgerweigeraars uiteindelijk ook het land uit kunnen worden gezet, tenzij een uitzetting in strijd is met het beginsel van non-refoulement.