Het gaat om sport, niet om hoe die georganiseerd is

In Nederland hebben wij een rijk sportverenigingsleven. Vrijwilligers zorgen daar, met gerichte steun van vooral de lokale overheid bij met name het aanbieden van faciliteiten, voor een bloeiend sportleven voor jeugd en volwassenen. Sportverenigingen en sportvelden zijn plekken waar dwarsdoorsneden van de samenleving elkaar ontmoeten en met elkaar plezier hebben. Dat is een groot goed en moet in een tijd van toenemende maatschappelijke tweedeling gekoesterd worden. Diversiteit van sportverenigingen verdient daarom steun. De overheid biedt ruimte aan verenigingen om zich aan te passen aan veranderende behoeften van sporters, zoals het sporten op andere tijden of in nieuwe spelvormen. 

Tegelijkertijd zien we dat met name volwassenen buiten verenigingsverband sporten en actief bewegen. Alleen of met anderen en op een tijdstip dat het haar of hem uitkomt. D66 wil graag dat de overheid actief inspeelt op deze veranderende vraag en de ongeorganiseerde sport en de commercieel georganiseerde sport, net als de meer traditioneel georganiseerde sport, betrekt bij overleg en raadpleging over op te stellen provinciaal of lokaal sportbeleid. Ook sportondernemers spelen een belangrijke rol in het in beweging brengen van grote groepen Nederlanders. De openbare ruimte is voor deze ongeorganiseerde sport vaak cruciaal. D66 wil dat de overheid daarop inspeelt door te zorgen voor een openbare ruimte die beweging stimuleert. Denk aan het aanleggen, verlichten en verzorgen van fiets-, wandel-, skeeler- en ruiterpaden, maar ook skateplekken, basketbalpleintjes en plekken voor bootcamps. De gezondheids- en welzijnsbaten van deze investeringen wegen ruimschoots op tegen de kosten. Ook al ziet de lokale overheid de baten slechts indirect terug in haar eigen begroting. Bijkomend voordeel van deze sportinfrastructuur is dat zij kansen biedt aan sportondernemers en zzp’ers om hun diensten aan te bieden.