Energie voor de toekomst

D66 zet zich in voor een energierevolutie. Wij willen dat mensen en bedrijven zoveel mogelijk zelf makkelijk en goedkoop schone energie kunnen opwekken. Bewoners gaan meepraten, meedenken en meeprofiteren van de schone energie van de toekomst. We helpen ook mensen en bedrijven die investeren in verduurzaming. Als huizen worden verduurzaamd, komen we iets brengen: een comfortabeler huis, met lagere of gelijke maandlasten. En we investeren in de ontwikkeling en opschaling van nieuwe technieken voor de productie van duurzame energie zodat deze kunnen concurreren met olie en aardgas.

Een duurzame energiemix

De energiebronnen van de toekomst bestaan voor Nederland vooral uit zonne- en windenergie, aangevuld met bijvoorbeeld aardwarmte en groen gas. Pieken en dalen vangen we op met innovatieve oplossingen voor opslag, zoals batterijen en groene waterstof. We laten vraag en aanbod van elektriciteit zo goed mogelijk op elkaar aansluiten door het afrekenen van stroom met real time prijzen te stimuleren. Zolang we nog niet genoeg zonne- en windenergie opwekken, benutten we aardgas als transitiebrandstof (met opslag en het liefst ook hergebruik van CO2) en in beperkte mate biomassa.

  • De energietransitie vergt grote investeringen, waarbij kosteneffectiviteit voor D66 een belangrijk aspect is.
  • We gaan investeren in grootschalige opslag in batterijen door het basisbedrag in de SDE++ voor leveringszekere groene stroom te verhogen.
  • Als we investeren in tijdelijk benodigde energiebronnen, zorgen we dat dit de ontwikkeling van echt schone alternatieven niet in de weg staat. Bovendien voorkomen we zogenaamde lock-in-situaties, waarbij we nog jaren vastzitten aan een transitiebrandstof.
  • We stoppen zo snel mogelijk met de subsidie voor nieuwe centrales die houtige biomassa verbranden voor warmte. We kunnen biomassa beter benutten als grondstof.
  • In de afgelopen vier jaar hebben we al drie kolencentrales gesloten en in 2025 gaan er nog twee dicht. De laatste drie kolencentrales moeten nu ook snel gesloten worden. Uiterlijk in 2030 en waar mogelijk eerder. Werknemers moeten naar nieuw werk worden begeleid. Ook op Europees niveau willen we wetgeving om kolencentrales te sluiten.

D66 wil dat we onze energie schoner opwekken. Goed voor de aarde, maar ook voor de lucht die we inademen. Meer over onze plannen in deze video.

In deze video meer over de plannen van D66 voor Nederland.

Ruimte voor zon en wind op land

We willen dat mensen grip kunnen hebben op hun energierekening, door schone energieopwekking dichtbij huis te stimuleren. Geen dak blijft onbenut voor zonnepanelen. Zelf thuis zonne-energie opwekken zal nog niet de totale energievraag dekken. Daarom geven we ruimte aan de ontwikkeling van alle vormen van schone energie. Nieuwe grootschalige zonne- en windenergieprojecten op land zijn nog steeds belangrijk om de duurzaamheidsdoelstellingen te kunnen halen.

  • Het is van belang om procedures voor de aanleg van windparken te versnellen en minder complex te maken. De vraag naar schone energie is te belangrijk om met strenge regels te verhinderen.
  • Van de zonne- en windenergiesector wordt verwacht dat ze omwonenden betrekken bij de komst van zonne- en windmolenparken en dat ze rekening houden met de natuur bij de ontwikkeling van zonne- en windparken.
  • We willen dat mensen zoveel mogelijk in de gelegenheid zijn om zelf schone energie op te wekken. We zien een rol voor energiecollectieven en buurtwindmolens. Daarnaast stimuleren we energiecoöperaties die lokaal grootschalig duurzame energie-opwek realiseren. Meepraten en meeprofiteren van bewoners staat centraal. Zo moeten provincies, gemeentes en het Rijk ook kunnen eisen dat mensen die in de buurt wonen van een windmolen meeprofiteren van de opbrengsten. In het klimaatakkoord is al afgesproken dat we streven naar minimaal 50 procent lokaal eigendom voor duurzame opwekking op land. Dat streven gaan we met extra financiering en bindende afspraken nog steviger verankeren. Omwonenden kunnen bijvoorbeeld deelnemen aan een lokale energiecoöperatie en meedelen in de opbrengst van een windmolenpark. Ook zijn andere manieren van financiële participatie mogelijk, zoals windparkfondsen, obligaties en omwonendenregelingen.
  • Wij verwachten van wooncorporaties dat zij hun daken verduurzamen met zonnepanelen en, waar dat mogelijk is, vergroenen door het aanleggen van een groen dak.
  • Binnen de afspraken van de zonneladder bieden we ruimte aan grote zonne-energievelden. Daarnaast stimuleren we de ontwikkeling van grote windmolenparken. Door die bij elkaar te plaatsen op een aantal plekken in het land beperken we overlast en beschermen we het uitzicht over het Nederlandse landschap.
  • We stimuleren ruimtebesparing door zonnepanelen te leggen op daken en gevels. In de Omgevingswet is meer flexibiliteit nodig om dit toe te passen.
  • De aanleg van zonnepanelen bij nieuwbouw en renovaties wordt verplicht bij grote daken, P&R- locaties, taluds langs wegen en overige ongebruikte ruimte. Bij bestaande distributiecentra moet een haalbaarheidsstudie worden gedaan voor een zonnedak. De overheid geeft het goede voorbeeld en legt op al haar daken panelen waar dat kan. Daarnaast benutten we de kansen voor zonnepanelen op water, waarbij rekening gehouden moet worden met de plaatselijke natuur. Voor bedrijven die hun dak niet op korte termijn hoeven te renoveren, wordt het verplicht om zonnepanelen op hun dak te installeren. Hiervoor nemen we ‘zon op bedrijfsdaken’ met zeven jaar terugverdientijd op in de erkende maatregelenlijst onder de Wet Milieubeheer.

Volop wind op zee

De Nederlandse Noordzee heeft een gigantisch potentieel voor windenergie. Door een ondiepe zeebodem en veel wind liggen de kosten laag en zijn de opbrengsten hoog. De komende tien jaar willen we vergunningen afgeven om 6.000 windturbines (ofwel 60 gigawatt) te plaatsen. Daarmee worden we de grootste producent van windenergie in de Europese Unie.

  • We reserveren op korte termijn ruimte voor wind op zee en verminderen ruimtelijke restricties. De overheid betaalt mee aan de aansluiting van windparken en transport van stroom. Netwerkbeheerder TenneT krijgt de mogelijkheid om hier al voor de definitieve aanbesteding in te investeren. Zo voorkomen we vertragingen in de uitvoering. Investeerders in windparken betalen ook mee aan de aanleg van natuur op zee; bijvoorbeeld oesterbanken.
  • We willen onderzoek doen naar energie-eilanden op de Noordzee voor de productie en opslag van waterstof.
  • We werken samen met onze buurlanden aan de Noordzee om kosten te delen en pieken in energieproductie samen te verdelen.

Investeren in het stroomnet

Ons stroomnet is niet klaar voor de toekomst. De vraag naar stroom neemt sterk toe. Nu al is er sprake van krapte, waardoor nieuwe projecten met duurzame energie niet kunnen worden aangesloten. Wij willen knelpunten snel aanpakken en het stroomnet voorbereiden op een toekomst met schone energie.

  • We halen investeringen in het stroomnet naar voren, om de noodzakelijke verzwaring te versnellen.
  • Netbeheerders krijgen meer ruimte om tijdig te investeren in infrastructuur, op basis van de adviezen van een Rijksarchitect. En om een flexibel nettarief toe te passen, zodat de elektriciteitsgebruikers geprikkeld worden om gelijkmatiger over het etmaal af te nemen.
  • Energieopslagsystemen worden vrijgesteld van energiebelasting. Nu wordt tijdelijk opgeslagen energie dubbel belast: bij de batterij en daarna bij de afnemende klant.
  • We onderzoeken de mogelijkheden van prijszones in Nederland voor aansluitingen van projecten op het stroomnet en de bijbehorende effecten op de voortgang van de energietransitie.
  • We stimuleren de inzet van thuisbatterijen met fiscale of andere financiële prikkels. We willen mogelijkheden creëren voor energie-uitwisseling in de wijk. Waar nodig passen we wetgeving daarvoor aan.

Een Europese Energie Unie

D66 werkt op Europees niveau naar één krachtige Energie Unie die schone, betrouwbare en betaalbare energie biedt. Door samenwerking worden we minder afhankelijk van Russisch gas, Arabische olie of Amerikaans schaliegas. We hoeven niet al onze duurzame energie in Nederland op te wekken. Wij kunnen profiteren van de sterke kanten van verschillende landen en samen hebben we een goedkoper en een betrouwbaarder energiesysteem. Scandinavische landen en Alpenlanden hebben veel waterkracht, zuidelijke landen meer zon en Nederland pakt de kansen van wind op zee.

  • Wij willen de bestaande doelstelling van 15 procent interconnectie (elektriciteitstransport)tussen EU-lidstaten in 2030 verhogen naar 25 procent. Meer interconnectie tussen EU- lidstaten helpt om stabiel elektriciteit op te wekken waar dat het goedkoopst is.
  • De afgelopen decennia is gebleken dat alleen met Europese regels de energiemarkt goed op gang komt. Het Europese samenwerkingsverband tussen nationale toezichthouders (ACER) moet worden gepromoveerd tot formele Europese toezichthouder.
  • We zijn een voorstander van de mogelijkheid om duurzame energie op te wekken buiten eigen land of buiten de EU. We zien kansen voor Europese investeringen in het opwekken van zonne-energie en productie van energiedragers (zoals waterstof of ammoniak) in Noord-Afrika en vervoer naar het Europese continent. We stellen voor hiernaar een haalbaarheidsonderzoek in te stellen, waarbij ook wordt gekeken naar mogelijke samenwerking met andere Europese landen.
  • D66 wil dat Europese landen gezamenlijk onderhandelen met derde landen over de inkoop en verkoop van energie en aanleg van de bijbehorende infrastructuur.

Schone gassen blijven nodig

Bij de keuze voor een energiemix kijken we naast de productie ook naar het verbruik. De productie van schone gassen en brandstoffen staat nog in de kinderschoenen en moet de komende jaren flink worden verhoogd. Daarom moet het beschikbare schone gas ingezet worden waar de meeste CO2-uitstoot wordt voorkomen en waar er geen alternatieven zijn.

  • Aangezien schoon gas schaars en duur is, wordt het alleen gebruikt waar er geen beter, duurzaam alternatief is. We proberen dubbele investeringen in elektriciteits- en gasnetwerken zo veel mogelijk te voorkomen.
  • Voor zware transportmiddelen als vliegtuigen, schepen, vrachtwagens en landbouwmachines komt een verplichting om schone brandstoffen bij te mengen, zoals synthetische kerosine, groene methanol en bio-LNG. In 2030 moet in deze sectoren 15 procent schone brandstoffen bijgemengd worden. Voor luchtvaart geldt 20 procent. Hierdoor zijn producenten ook meteen verzekerd van afname.
  • We bouwen de gaswinning onder Groningen af naar nul in 2022. Er is daar een crisisaanpak nodig om snel 26 duizend woningen te inspecteren en duizenden te versterken. Er mogen geen grote verschillen ontstaan binnen wijken door een nieuwe versterkingsnorm. Herstel moet laagdrempelig toegankelijk en snel zijn, zodat schade binnen een half jaar na inspectie is verholpen.
  • Nieuwe mijnbouw mag alleen als het geen schade berokkent aan natuur en bewoners. Onder beschermde natuurgebieden en Unesco-erfgoed is dat dus uitgesloten. Kleine gasvelden mogen veilig en verantwoord worden benut. Nederlanders verdienen bescherming bij mijnbouw, zoutwinning of opslag onder de grond. Omwonenden hebben het recht op transparante informatie, nulmetingen van woningen, onafhankelijk advies over mogelijke schadelijke gevolgen en ruimhartige vergoeding van eventuele schade door de exploitant. Daarbij dient voor alle vormen van mijnbouwschades een omkering van de bewijslast te gelden, waar de situatie in het gebied daar aanleiding toe geeft. Op deze manier staat vertrouwen in de inwoners centraal.

Nederland als de waterstofrotonde van Europa

Er liggen grote kansen voor Nederland om een spil te worden in de Europese handel in waterstof. We hebben de opslagcapaciteit bij Rotterdam en Amsterdam, zeehavens als internationaal logistiek knooppunt en een uitgebreid gasnetwerk. Groningen was, is en blijft de energieregio van West-Europa. We willen de koploper worden in de productie en handel van schone brandstoffen met een Nederlandse waterstofrotonde.

  • We breiden de productie van klimaatneutrale waterstof uit, maar niet zo snel dat het leidt tot hogere CO2-uitstoot door de gehele elektriciteitsproductie. In de toekomst gebruiken we daar overschotten duurzame energie voor. Tot die tijd zetten wij in op de productie van blauwe waterstof, waarbij vrijgekomen CO2 wordt opgeslagen. Indien nodig bestemmen we nieuwe windmolenparken op zee deels voor waterstof en subsidiëren we meer onrendabele draaiuren.
  • We breiden het leidingennetwerk met Vlaanderen en het Ruhrgebied uit, zodat waterstof kan worden geëxporteerd en CO2 kan worden vervoerd voor opslag in lege gasvelden onder de Noordzee.
  • Waterstof kan met schepen worden vervoerd. Nederlandse havens worden de spil van de bevoorrading van waterstof aan West-Europa.
  • Groningen wordt het Europees kenniscentrum voor waterstof. Zo kan Groningen Nederland voorzien van duurzame warmte en elektriciteit en krijgt Noord-Nederland een duurzaam economisch perspectief.

Kernenergie als het duurzaam, betrouwbaar en betaalbaar kan

Kernenergie heeft een zeer lage CO2-uitstoot en gebruikt per MWh weinig ruimte, maar heeft maatschappelijke nadelen. Het is duur om energie op te wekken en het duurt zeker tien jaar om nieuwe centrales te bouwen. Daar komt bij dat er nog steeds geen goede oplossing is voor het kernafval dat duizenden jaren opgeslagen moet worden. Uit diverse recente studies blijkt bovendien dat kernenergie voor Nederland niet nodig is voor een schoon, betrouwbaar en betaalbaar energiesysteem. Met het oog op de grote klimaat-uitdagingen waar we voor staan, houden we desalniettemin een open vizier op ontwikkelingen in deze technologie.

  • Het staat marktspelers vrij een vergunning aan te vragen voor een nieuwe kerncentrale, mits ze verantwoordelijkheid nemen voor de ontmanteling en langdurige opslag van het kernafval. Nederland zal geen subsidie verlenen voor kerncentrales, garanties leveren voor de verkoopprijs van kernenergie of kernenergie voorrang geven op het net.
  • De wetenschap gaat onvermoeibaar verder met onderzoek naar betere vormen van kernenergie, zoals thorium, kernfusie en kleine centrales. Dat onderzoek steunen we.

Schone en betaalbare warmte

Nederland staat aan de vooravond van een grote verbouwing. We stoppen met de gaswinning in Groningen. Onze huizen gaan ook van het aardgas af. Dat betekent dat we huizen beter isoleren, en op andere manieren gaan koken en stoken. D66 wil een transparante warmtemarkt waar klanten kunnen kiezen voor schone en betaalbare warmte.

  • Duurzame verwarming begint bij goede isolatie. De huishoudens die dat het meest nodig hebben, moeten het eerst profiteren van een lagere energierekening door betere isolatie. Woningcorporaties kunnen putten uit een nieuw corporatiefonds om bestaande woningen te isoleren en duurzaam te verwarmen.
  • Om isolatie van woningen te stimuleren, behouden we de subsidie voor woningeigenaars en VvE’s voor isolatie. We kijken naar mogelijkheden om de subsidiebedragen per verduurzamingsmaatregel te verhogen zodat deze betaalbaarder worden, waarbij het ook belangrijk is dat de kosten voor verduurzaming omlaag blijven gaan. We maken het aanvragen van de subsidie eenvoudiger en toegankelijker voor mensen.
  • Gemeenten geven in hun warmteplannen naar bewoners toe duidelijk aan welke schone warmte-oplossing (van warmtepomp tot warmtenet) het meest geschikt is en wanneer daartoe wordt overgegaan. Bewoners worden ondersteund met informatie, subsidies en leningen uit het Warmtefonds. Daar staat tegenover dat gemeenten een redelijke einddatum stellen voor wanneer de gaskraan dicht gaat.
  • Warmtenetten hebben de potentie om op een comfortabele manier betaalbare warmte te leveren. Om de klant te bedienen wil D66 het monopolie van warmtebedrijven doorbreken door een open warmtenet mogelijk te maken als alternatief voor een gesloten warmtenet. Bij gesloten warmtenetten bestaat het integrale warmtetarief uit de kostprijs plus een redelijk rendement, dat de ACM bepaalt. Mensen moeten zelf kunnen kiezen of ze een aansluiting op het warmtenet willen. Op warmtenetten geldt geen afsluitboete.
  • We helpen veelbelovende duurzame warmtebronnen met subsidies over de marktdrempel, zodat ze snel betaalbaar worden en zonder staatssteun verder kunnen. Zo kunnen warmtepompen, zonnethermie, restwarmte uit datacenters en andere industriën, geothermie en aquathermie (warmte uit oppervlaktewater) snel tot ontwikkeling komen. Restwarmte moet beschikbaar worden gesteld aan warmtenetten tegen een redelijke vergoeding.
  • Door de klimaatverandering is er in woningen en kantoren steeds meer warmte over. We willen stevig inzetten op warmte- en koudeopslag. Zo voorkomen we dat er in warme perioden veel onnodige energie nodig is voor koeling en benutten we die warmte voor de koudere perioden.
  • Alleen voor bepaalde oude stadswijken waar alternatieven onbetaalbaar zijn, staan we toe om over te schakelen op schoon gas of hybride warmtepompen. Gemeenten moeten voor die keuze goedkeuring vragen bij de minister.
  • We willen gebouwgebonden financiering, waarmee de financiering van bijvoorbeeld zonnepanelen, een warmtepomp en isolatie gebonden zijn aan gebouwen in plaats van personen. Zo blijf je na verkoop van je woning niet met een restschuld achter en kun je zonnepanelen doorgeven aan de nieuwe bewoner.
  • In nieuwe gebouwen komt geen gasketel meer. Nieuwe ketels moeten ten minste hybride zijn. We stimuleren bovendien innovaties om volwaardige alternatieven voor de cv-ketel te ontwikkelen.
  • We wijzigen de wet, zodat ongebruikte aardgasleidingen niet meer hoeven te worden verwijderd.