Volg jouw D66-thema

Schrijf je in voor onze nieuwsbrieven en ontvang de laatste updates op basis van jouw interesses.

Door je e-mailadres in te vullen en op "aanmelden" te klikken geef je ons toestemming om je e-mailadres op te slaan. Dit gebruiken wij om je regelmatig updates te sturen. Hier kun je meer lezen over hoe we omgaan met jouw persoonsgegevens. Hier kun je alle voorkeuren wijzigen.

Steun ons en help Nederland vooruit

Schenk- en erfrecht

Beschikkingsvrijheid over de erfenis

In het Nederlandse erfrecht hebben afstammelingen van de erflater, zoals het kind, een dwingendrechtelijke aanspraak op de nalatenschap. Dit recht wordt de ‘legitieme portie’ genoemd. Als de erflater een afstammeling die recht heeft op de legitieme portie per testament heeft onterfd, dan heeft deze afstammeling toch recht op de helft van het versterfdeel in waarde van de nalatenschap. Dat is vreemd, want sommige mensen kiezen er bewust voor een goed doel of een stiefkind tot enige erfgenaam te benoemen. Toch hebben de juridische kinderen recht op een deel van de erfenis, terwijl de erflater dit misschien niet gewild heeft. D66 vindt daarom dat de legitieme portie de zogenaamde testeer- en schenkingsvrijheid beperkt. In het systeem dit nu een ongerechtvaardigde inbreuk op de vrijheid van de mens om over zijn of haar eigen vermogen te beschikken en het beperkt de mens in het invulling geven aan de waarde van sociale contacten. D66 wil daarom dat de legitieme portie wordt afgeschaft.

Nalaten en schenken alleenstaanden

Het Nederlandse fiscale erf- en schenkrecht kent een structuur van vrijstellingen en tarieven, waardoor mensen belastinggunstig kunnen nalaten en schenken aan partners en bepaalde mensen die verwant aan hen zijn. De rechtvaardiging voor deze structuur wordt gevonden in het zogenaamde draagkracht- en het buitenkansbeginsel. Partners en verwante personen worden daarin kunnen daardoor tegen een gunstiger tarief een erfenis ontvangen dan bijvoorbeeld een neef, nicht of goede vriend. Dat komt omdat de juridische verwantschapsgraad centraal staat. De redenering daarachter is: kinderen of partners die erven zullen dat minder als een buitenkans ervaren dan een neef. Mensen zonder partner en (pleeg-, stief- of gezag)kinderen, oftewel alleenstaanden, worden hierdoor benadeeld. Zij hebben niet de mogelijkheid naar lager tarief en met hogere vrijstelling na te laten of te schenken.

Nu het aantal alleenstaanden toeneemt, sluit de huidige wetgeving rondom erf- en schenkrecht niet meer aan op de huidige tijd. D66 vindt dat het huidige systeem geen oog heeft voor de waarde die mensen zelf aan sociale relaties toekennen. Ook worden mensen zonder partner en kinderen onrechtvaardig behandeld ten opzichte van mensen die dat wel hebben. Daarom wil D66 dat de tarief- en vrijstellingenstructuur van de erf- en schenkbelasting herijkt wordt op basis van de waarde die mensen zelf aan relaties toekennen, zodat ook alleenstaanden voordeling kunnen nalaten en schenken.

Laatst gewijzigd op 14 april 2016