Mbo & Hoger Onderwijs

D66 wil het beste onderwijs voor iedereen. Dat betekent gelijke en de beste kansen. Voor iedereen.

Op deze pagina lees je alles over het mbo, hbo en wo.

Het leenstelsel, hoe zit het nu precies?

Het leenstelsel is een veelbesproken onderwerp geworden de afgelopen tijd. Blijft het leenstelsel in de huidige vorm bestaan? Of gaat er iets veranderen? Hier lees je alles er over.

Iedereen moet kunnen studeren. Dat staat voor D66 voorop. Onderwijs is een recht in Nederland. Voor iedereen. Het mag niet zo zijn dat je alleen maar een bepaalde studie kan volgen, omdat je ouders genoeg geld hebben. 

Het leenstelsel: blijft het?

Jongeren voelen steeds meer druk van onze prestatiemaatschappij. Ze willen een vaste baan, een betaalbaar huis en het beste CV. Toch is dat niet het geval. Veel jongeren ervaren stress en onzekerheid. En belangrijker: ze bouwen een schuld op. Er is kritiek op het leenstelsel. Vooral kritiek vanuit studenten zelf. Er is een stapel uitdagingen voor deze groep, zoals een vaste baan vinden en een huis. Het is voor D66 de reden om te kijken hoe het huidige leenstelsel beter kan. 

Jongeren hebben op dit moment te maken met een stapel uitdagingen die de vorige generatie veel minder sterk had.  We gaan niet wachten tot de volgende kabinetsformatie en dan pas kijken hoe de toekomst van het leenstelsel eruitziet. We moeten nú samenwerken om te kijken waar de kern van dat probleem zit, en ook bereid zijn samen een oplossing te vinden.

Samen met andere politieke partijen en het jongerenplatform van de Sociaal-Economische Raad (SER) gaan we kijken naar alternatieven voor het huidige leenstelsel. De meningen verschillen nogal. Wat moet er voor het leenstelsel in de plaats komen: een basisbeurs, of weer iets heel anders?

Het geld mag niet gehaald worden bij het onderwijs. Als we dat doen zou het een sigaar uit eigen doos worden. Bovendien: de universiteiten en hogescholen hebben recht op een betrouwbare overheid. Als we nu weer geld weghalen dat gaat naar kleinere werkgroepen, meer studentbegeleiding en beter onderwijs, dan spannen we het paard achter de wagen. Wat ons betreft is dat een harde voorwaarde vooraf.

De toekomst van het leenstelsel

We gaan dus spreken over een verandering van het huidige leenstelsel. Een van de oplossingen die we veel horen, is het herinvoeren van de oude basisbeurs. D66 wil het beste stelsel en als het beter kan, dan moeten het aangepast worden. Toch willen wij niet terug naar de basisbeurs.

De basisbeurs was er voor iedereen. Dus ook voor kinderen van ouders die het prima konden betalen. En dat terwijl er maar een beperkt budget is voor onderwijs. Als het aan D66 zou liggen, zou er meer geïnvesteerd worden in onderwijs. Maar het moet ergens vandaan komen. We willen het niet weghalen bij de investering in kwaliteit van ons onderwijs. Want dat is de sleutel naar een mooie toekomst.

03.07.2020

D66 komt met een plan voor een nieuwe studiebeurs. In het huidige stelsel voor studiefinanciering zitten enkele knelpunten.

D66 stelt daarom een nieuwe studiebeurs voor. Studenten waarvan ouders tot 70.000 euro per jaar verdienen (twee keer modaal), krijgen een studiebeurs van maximaal 400 euro per maand.

Bovendien wil D66 alle toeslagen afschaffen. In plaats daarvan krijgen studenten een belastingkorting van maximaal 300 euro per maand. 

Waarom is het leenstelsel ingevoerd?

In 2015 is het leenstelsel, ook wel studievoorschot genoemd, geïntroduceerd. Het belangrijkste argument om dit in te voeren, was dat we het geld wat hiermee vrijkomt hard nodig hebben. We investeren dit in de verbetering van de kwaliteit van het onderwijs.

Er zitten gunstige voorwaarden aan de lening vast: hij wordt alleen afgelost als je een baan hebt en minimaal het minimumloon verdient. De aflossing is maximaal vier procent van je maandinkomen. Hier krijg je 35 jaar de tijd voor. De aanvullende beurs is bij de invoering van het leenstelsel gewoon gebleven. Als je ouders niet of weinig kunnen meebetalen, heb je nog steeds recht op de aanvullende beurs. Deze is maximaal €396,39.

De investeringen die gemaakt zijn in de kwaliteit van het onderwijs, met behulp van het geld van de basisbeurs, komen nu op gang.

Wat was er ook alweer met het gehalveerde collegegeld?

Om studenten tegemoet te komen na het afschaffen van de basisbeurs, is voor eerstejaarsstudenten het collegegeld gehalveerd. Voor studenten van de pabo en de lerarenopleiding is dit zelfs de eerste twee jaar gehalveerd, om zo het beroep van leraar op een basisschool aantrekkelijker te maken.

Compensatie?

Er zijn studenten die pas na het afschaffen van de basisbeurs gingen studeren, het halveren van het collegegeld niet hebben gehad en ook niet van de hogere kwaliteit van het onderwijs hebben kunnen profiteren. Deze studenten is nu een onderwijsvoucher van 2000 euro beloofd. In 2021 worden de eerste vouchers uitgekeerd.

Maar er zijn ook studenten die dan al klaar zijn met hun opleiding en niet verder willen studeren en ook geen cursus willen volgen. Daarom wil D66 dat de mogelijkheid komt op dit bedrag te gebruiken als kwijtschelding op hun studieschuld.

Het beste middelbaar Beroepsonderwijs (mbo)

Wie bouwen in de toekomst onze huizen, repareren de windmolens en helpen in de klas van onze kinderen? Juist. Mbo-studenten. De vakmensen van de toekomst. Het is hoog tijd dat de mbo-opleidingen beter aansluiten bij de arbeidsmarkt van dit moment.

Investeren in technisch mbo

Goed techniekonderwijs is heel belangrijk. De ontwikkelingen gaan snel, denk aan de ontwikkelingen in de energiesector, de opkomst van de elektrische auto en installaties in onze huizen. Omdat we niet weten hoe de technische arbeidsmarkt eruitziet als de huidige leerlingen gaan werken, moeten scholen in staat zijn hun onderwijs voortdurend te vernieuwen. Met deze investering krijgen scholen meer lucht om verder te bouwen aan hun techniekaanbod.

Dezelfde stagevergoeding

Samen met de PvdA willen wij dat studenten van het mbo evenveel stagevergoeding krijgen als studenten van het hbo of wo. Op dit moment is dat niet het geval. De verschillen lopen op tot honderden euro’s per maand. Vanaf schooljaar 2020-2021 zijn mbo’ers voor de wet studenten en hoort er dus geen verschil meer te zijn met de andere niveaus. De mbo’ers werken net zo hard en maken net zo veel uren als alle andere stagiairs. Zij verdienen een gelijke vergoeding!

17.06.2020

Het kan niet zo zijn dat als je Achmed of Fatima heet, je vaker een afwijzing krijgt voor een stage dan wanneer je Paul of Antje heet. Stagediscriminatie moet stoppen.

Mbo’ers zijn ook studenten

Mbo’ers worden vanaf 2020 gewoon student genoemd, in plaats van deelnemer. Dat is in de wet vastgelegd. Jongeren in het mbo zijn net zo goed studenten als al die anderen. Door nu ook in de wet de term deelnemer te veranderen in het woord student doen we aan iedereen recht.

Een woord is leuk, maar wat betekent dat concreet? Het betekent bijvoorbeeld dat mbo-studenten net als hbo- en wo-studenten gebruik kunnen maken van de voordeeltjes voor studenten, zoals kortingen en toegang tot kroegen.

Mbo’ers studeren op hun eigen tempo

De cascadebekostiging wordt teruggedraaid. Een ingewikkeld woord, maar het is goed nieuws! Waarom? Eerst was het zo dat als een student langer doet over zijn mbo-opleiding, de opleiding minder geld krijgt voor de student. Hoe sneller iemand zijn of haar diploma haalde, hoe meer geld de opleiding kreeg dus. Daardoor hadden mbo’s de neiging om studenten snel door de opleiding te jagen. Iedere student heeft het recht om een opleiding op zijn of haar eigen niveau te doen. Daarom gaan we het mbo niet meer op deze manier bekostigen.

Het beste hoger onderwijs (hbo en wo)

We willen de beste kansen in het Hoger Onderwijs voor iedereen. Of je nou een honorsstudent bent die een deel van de studie in het buitenland wil doen of de eerste uit de familie die op de universiteit komt en zonder veel hulp het moet zien te redden. Daar is meer persoonlijke begeleiding en aandacht voor studenten voor nodig. Bovendien moeten we lucht geven in de enorme prestatiedruk die steeds meer jongeren voelen. Lees hier wat D66 al heeft geregeld voor studenten en waar we ons de komende tijd voor hard gaan maken.

Collegegeld voor eerstejaars omlaag

Als je gaat studeren is collegegeld zo’n beetje de eerste rekening die je krijgt. Het maakt dan echt uit of daar ruim 2000 euro op staat of 1000 euro. Om ervoor te zorgen dat studeren bereikbaarder wordt voor iedereen, is het collegegeld voor eerstejaarsstudenten gehalveerd. Voor de lerarenopleiding pabo geldt dit niet alleen voor het eerste, maar ook voor het tweede jaar.

Weg met strenge selecties

In dit kabinet pakken we de zogenaamde selectie aan de poort aan. Universiteiten kunnen voortaan alleen met een goede reden een numerus fixus of decentrale selectie instellen, bijvoorbeeld als er écht te weinig plek is.

Ook de selectie in de masterfase wordt transparanter en eerlijker. Iedere afgestudeerde bachelorstudent krijgt het recht door te stromen naar minstens één masteropleiding binnen het eigen vakgebied.

Meer invloed op kwaliteit

Studenten krijgen meer invloed op de kwaliteit van het onderwijs. En terecht! Tot en met 2024 komt er steeds meer geld bij, oplopend tot maar liefst 574 miljoen euro per jaar extra voor de hogescholen en universiteiten. Studenten hebben instemmingsrecht op de besteding van dat geld. De Universiteit Maastricht gaat bijvoorbeeld zorgen voor kleinere werkgroepen met maximaal 15 studenten, en in Nijmegen gaat de universiteitsbibliotheek veel vaker open.

Studeren in het buitenland

Studeren in het buitenland is wat D66 betreft vanzelfsprekend. Bijna elke student zal later naast Nederland op z’n minst in de wereldtaal Engels werken. En als er één land is dat graag de blik naar buiten richt, dan is het Nederland. Wat ons betreft kan iedere student die dat wil in een internationale collegezaal zitten: of het nou met Koreaanse studenten bij Internationaal Recht of Indiase studenten bij Vliegtuigtechniek is. Zo lang Nederlandse studenten niet verdrongen worden, is internationalisering een kans. Daarom willen wij ook veel meer mogelijkheden voor studenten om een periode naar het buitenland te gaan, door meer geld voor Erasmusbeurzen en door deze ook beschikbaar te maken voor alle MBO-studenten.

Geen hogere studierente

D66 vindt dat een studielening je niet in de weg moet zitten als je bijvoorbeeld later een huis wil kopen. Door knap werk van de studentenorganisaties is de verhoging van de studierente niet doorgegaan. D66 is daar blij mee. We waren nooit voorstander van dit plan, dat op initiatief van andere partijen wel in het regeerakkoord kwam.

Nu het niet doorgaat hebben wij samen met de VVD gevraagd ook te zorgen dat studenten ná hun studie meer hypotheekruimte kunnen krijgen als ze een woning willen kopen. De rente op studieleningen blijft definitief laag, en bovendien hoef je een studielening alleen terug te betalen als je ook genoeg inkomen hebt. Daarom hoeft een studieschuld volgens D66 veel minder sterk mee te wegen bij je hypotheek dan wanneer je bijvoorbeeld een flatscreentelevisie op afbetaling koopt.

De toekomst van het bindend studie-advies (BSA)

Wij willen geen bindende studieadviezen die studenten dwingen te stoppen met de studie als ze één vak niet hebben gehaald. Het bindend studieadvies (BSA) is geen advies, je wordt gewoon van de opleiding weggestuurd. D66 is dan ook kritisch op het BSA. Het wordt te makkelijk gebruikt, en soms wordt een student al van de studie afgegooid als je niet meteen álle punten haalt.

Dat legt een enorme druk op studenten, juist in het eerste jaar van hun studie als studenten nog moeten wennen aan een totaal andere omgeving in een andere stad met nieuwe verwachtingen. Veel studenten gaan als ze weggestuurd zijn dezelfde of bijna dezelfde studie doen bij een andere instelling. Daarom schiet het BSA vaak zijn doel voorbij. D66 wil in plaats van steeds méér gebruik van het BSA, juist meer persoonlijke begeleiding, zodat een student die in het eerste jaar moeilijker meekomt geholpen kan worden bij de beste keuze. Uiteindelijk geloven wij dat een student het beste weet welke studie de juiste is.

Geen vast bedrag per student voor hbo’s en universiteiten

Hogescholen en universiteiten krijgen nu een bedrag per student. We willen hogescholen en universiteiten een groter vast bedrag geven, zodat ze minder behoefte hebben om zoveel mogelijk studenten binnen te halen.

Minder werkdruk voor onderzoekers

Voor onderzoekers is de werkdruk te hoog. Gemiddeld werken onderzoekers een kwart meer dan in hun contract staat. De constante combinatie van onderzoek, onderwijs geven én steeds weer aanvragen voor onderzoeksgeld doen levert veel stress op, en helpt de wetenschap te weinig. Bij sommige grote beurzen is de slagingskans voor aanvragen maar 5%. Daarom gaan we meer onderzoeksgeld direct aan universiteiten en hogescholen geven, waar geen aparte aanvraag voor nodig is. Wat ons betreft moeten we kwaliteitsafspraken ook leiden tot meer langjarige en vaste contracten.