Blijf op de hoogte

Kies zelf van welke thema's jij op de hoogte blijft en schrijf je in voor een van onze nieuwsbrieven. Je ontvangt dan altijd de laatste updates op basis van jouw interesses. Wil je ook via Whatsapp op de hoogte blijven? Meld je dan direct aan.

Door je e-mailadres in te vullen en op "aanmelden" te klikken geef je ons toestemming om je e-mailadres op te slaan. Dit gebruiken wij om je regelmatig updates te sturen. Hier kun je meer lezen over hoe we omgaan met jouw persoonsgegevens. Hier kun je alle voorkeuren wijzigen.

Steun ons en help Nederland vooruit

Hoofdstuk 5: Zorg: voorkomen is beter dan genezen

Wat de overheid over zorg beslist, raakt ons allemaal. Het raakt onze eigen gezondheid, en die van onze kinderen, partner, ouders en vrienden. Het raakt de kwaliteit van ons leven maar ook onze portemonnee. Wanneer het om zorg gaat, staat er veel op het spel voor ons allemaal.

Wij hebben een van de beste stelsels voor gezondheidszorg ter wereld. Onze zorg is toegankelijk voor iedereen en van hoge kwaliteit. Toch kunnen we niet tevreden achterover leunen. Ons stelsel bestaat nu ongeveer tien jaar in de huidige vorm. D66 wil binnen dit stelsel experimenteren om te verbeteren. Want het kan beter. Ons stelsel vertoont bureaucratische trekjes. Terwijl het om mensen gaat, is de menselijke maat soms zoek. Als kwetsbare patiënt, of betrokken mantelzorger, voelen we ons wel eens volstrekt onbegrepen, of vertwijfeld over wie ons nu echt helpen kan. En dan de kosten. Die lopen stevig op en het einde lijkt nog niet in zicht.

Er ligt dus een grote uitdaging. Daarbij moeten we een paar dilemma’s oplossen. Als patiënt of ‘zorgconsument’ nemen wij het liefste zelf de regie en praten en beslissen we mee. Soms kan een patiënt die keuzes niet goed maken, omdat hij te kwetsbaar is of onvoldoende inzicht heeft in kwaliteit en consequenties – hoe zorgen we dat het in die situaties toch mogelijk is de goede keuzes te maken? Daarnaast hebben we graag maatwerk. Daar staat tegenover dat de zorg een massale omgeving is met prijzen, protocollen, checklists, en grote instellingen. Hoe zorgen we voor mensenwerk en maatwerk in de zorg?

De kosten tenslotte: sinds 1970 zijn de overheidskosten voor zorg met een factor acht toegenomen. Die kosten, zo’n € 5000 per persoon per jaar, moeten we samen opbrengen. Voeg hier de groeiende inzet van mantelzorgers en betalingen voor premie en eigen bijdragen aan toe, en we spreken over een astronomisch bedrag. De verwachting is dat de zorgkosten blijven stijgen en daarom, ondanks de verwachte economische groei, de komende jaren geen stijging van koopkracht verwacht mag worden. Hoe houden we goede zorg voor iedereen toegankelijk en op lange termijn voor de samenleving betaalbaar? Het is zaak deze kostenstijging samen met de mensen in de zorg te beheersen.

D66 wil de menselijke maat terug in de zorg – naar zorg met een menselijk gezicht – en van daaruit vernieuwend vooruit. Inventief, betaalbaar en kwalitatief beter. Want dat kan, met beleid dat zijn vertrekpunt vindt in de wensen van ons allemaal. Zo willen wij allemaal graag gezond blijven. Het belangrijkste is daarom investeren in preventie om te voorkomen dat mensen ziek worden. Daar is soms hulp bij nodig, of een nieuw inzicht of goed advies. En wanneer het tegenzit en we zorg nodig hebben, moet dit zo snel mogelijk in onze eigen, vertrouwde leefomgeving georganiseerd worden. Vooral voor de groeiende groep ouderen is dit belangrijk, en voor degenen die hen als mantelzorger bijstaan. We zullen brede zorg moeten concentreren in de buurt, voor patiënten en ter ondersteuning van mantelzorgers. Met meer aandacht voor chronisch zieken die kansen moeten krijgen ondanks beperkingen en voor mensen die re-integreren na hun ziekte. eHealth zal de zorg ingrijpend veranderen en geeft de patiënt meer regie over eigen gezondheid en behandeling. Het helpt patiënten én professionals om heel nauwkeurig en efficiënt te monitoren en te diagnosticeren. De patiënt krijgt meer grip op de eigen situatie en het scheelt een regelmatige gang naar de arts. Voor het bedrijfsleven ligt hier een kansrijk terrein voor innovatie.

Hoogcomplexe zorg, bijvoorbeeld een openhartoperatie of longtransplantatie, hoeft niet in de buurt plaats te vinden. Die zorg concentreert zich in een aantal centra waar professionals veel ervaring opbouwen in deze complexe ingrepen en de kwaliteit nieuwe impulsen kunnen geven.

In ons stelsel staat de patiënt centraal, met de huisartsen en andere medische professionals als de eerste vertrouwenspersoon. Zorgverzekeraars spelen een cruciale rol in het bevorderen van innovatie, efficiëntie en transparantie van kwaliteit. D66 wil dit stelsel verder verbeteren.

 

Liever voorkomen dan genezen: een rookvrije generatie die gezond eet en sport

Het is voor iedereen altijd het beste dat een zorgvraag voorkomen wordt. De gezondheidszorg zou in de kern gericht moeten zijn op gezondheid. D66 wil daarom in alle geledingen van de zorg meer aandacht voor de bescherming van gezondheid. Dit maken we eenvoudiger door ruimte te bieden aan experimenten rond bekostiging van gezondheidszorg en voor samenwerking tussen instellingen die levensstijl, gezondheid en zorg raken. Een bijzonder speerpunt is en blijft roken – nog steeds een zeer grote belasting voor onze gezondheid. Het is ons streven dat de volgende generatie een rookvrije generatie wordt. Dat bereiken we door een combinatie van voorlichting, gereguleerd aanbod en gereguleerde marketing.

Daarnaast zijn wij een voorstander van een actief voedingsbeleid dat gezonde patronen in de kindertijd aanleert door betere voedselvoorlichting, een actief voedingsbeleid in kinderomgevingen, bescherming van kinderen tegen marketing en impulsaankoop van ongezonde producten en ook voor volwassenen voldoende keuze in onder andere bedrijfsrestaurants.

De overheid moet mensen stimuleren te sporten en te bewegen: door hier vroeg op school mee te beginnen, maar ook door het zekerstellen van infrastructuur.

 

Huisarts in een hoofdrol

De huisarts is voor de meeste mensen al de toegangspoort tot de zorg: zij spelen een cruciale rol bij het vinden van goede specialistische ondersteuning en bij preventie en het voorkomen van zorgvraag. D66 wil deze rol verder versterken omdat we daarmee betere, snelle zorg dichtbij mogelijk maken. Dat begint met het bevorderen van samenwerking tussen huisarts, apotheker, jeugdhulp en welzijn in de wijk – bijvoorbeeld in gezondheidscentra of praktijkteams – en met meer innovatie in huisartsenzorg (de zogenaamde eerste lijn). Met meer ondersteuning door praktijkondersteuners huisartsenzorg (POH’s) zijn huisartsen in staat efficiëntere en betere zorg te verlenen. Wij willen experimenteren met bekostiging gericht op het bevorderen van gezondheid en het voorkomen van zorgvraag – bijvoorbeeld via populatiebekostiging of door een deel van de huisartsenvergoeding te bestemmen voor innovatie. We willen ook experimenteren met ‘kijk- en luistergeld’ voor huisartsen en specialisten, zodat zij niet een perverse prikkel hebben om onnodig diagnoses te stellen en interventies voor te schrijven. Daarnaast willen we financiële prikkels en budgetten die zorg in instellingen (intramurale zorg) aanjagen wegnemen. Net als prikkels die investeringen in eHealth belemmeren. Wij willen dat huisartsen als professionals de ruimte krijgen om, met minimale bureaucratie, deze rol te vervullen. Dat vertrouwen in en de verantwoordelijkheid van de arts gaat gepaard met hoge verwachtingen. Een goede professional werkt aan geleverde zorgkwaliteit, houdt kennis en vaardigheden up-to-date en zorgt bijvoorbeeld met flexibele openingsuren voor betere toegankelijkheid.

 

Meer zorg dichtbij

D66 wil meer doen om de basiszorg in de buurt te versterken. Daarbij denken we met name aan zorg voor chronische patiënten met bijvoorbeeld diabetes of de ondersteuning van mantelzorgers die zorgen voor dementerenden. Deze zorg willen we in de buurt organiseren. Dat vraagt om nieuwe vormen van zorginstellingen tussen de eerste (de huisarts) en de tweede lijn (het ziekenhuis) in. Deze instellingen kunnen zorg bieden die dichterbij, meer gespecialiseerd en ook nog goedkoper is. Daarbij investeren we in wijkverpleegkundigen die voor chronische patiënten het gezicht van de zorg in de wijk zijn en die veel zorgvragen, bij bijvoorbeeld huisartsen, kunnen voorkomen. Deze verandering vraagt samenwerking tussen ziekenhuizen, huisartsen en gemeente, met steun van zorgverzekeraars. D66 wil ruimte bieden aan experimenten, onder andere rond bekostiging en veilige, snelle en betrouwbare gegevensuitwisseling, maar ook mededinging, en vervolgens de successen verder uitrollen.

 

Eigen regie versterken

Patiënten of zorgconsumenten nemen het liefste zelf de regie en willen meepraten en -beslissen. Soms kunnen patiënten geen goede keuzes maken, omdat ze te kwetsbaar zijn of onvoldoende inzicht hebben in kwaliteit en consequenties. De huisarts, specialist, verpleegkundige of onafhankelijke cliëntondersteuner zorgt ervoor dat de patiënt mee kan beslissen over de zorg door de juiste informatie beschikbaar te stellen en te adviseren. Gezamenlijke besluitvorming is goed voor patiënt én zorgverlener. Dit is niet nieuw, maar nog niet breed ingevoerd en vraagt allereerst om vertrouwen tussen patiënt en arts. Dat wordt bevorderd door de patiënt de eigen huisarts te laten kiezen. De versterkte eerstelijnszorg geeft de huisarts meer middelen en meer inzicht om zijn rol te vervullen waardoor deze ook minder snel hoeft door te verwijzen. Geholpen door meer en betere kwaliteitsinformatie kunnen artsen hun adviezen op objectieve feiten baseren. Deze advies- en navigeerrol kost tijd en daarmee geld. De overheid geeft zorgverleners hier budget voor waar dit nu nog niet gedekt is door een vaste patiëntenvergoeding of een budgetcode (DBC).

 

Verbeteren kwaliteit – weten en delen wat werkt

Er zijn in de zorg grote verschillen in de geleverde zorgkwaliteit. De kans op complicaties en bijwerkingen verschilt sterk tussen instellingen en artsen. Natuurlijk willen artsen als professionals zelf steeds betere zorg leveren. En patiënten willen kunnen kiezen voor de beste zorg. Door informatie over kwaliteit beschikbaar te maken voor patiënten en hun huisartsen krijgen zij meer regie en verbetert de kwaliteit. Daarom moet de overheid stimuleren en faciliteren dat zorgverleners en patiënten(vertegenwoordigers) manieren ontwikkelen om de kwaliteit van zorginstellingen en artsen inzichtelijk te maken. De overheid kan dit stimuleren door te zorgen voor de ontwikkeling van een nationaal platform waarop ondernemende artsen of anderen kwaliteitsregistraties kunnen starten. Daarnaast kan de overheid in woord en daad stimuleren dat informatie over kwaliteit beschikbaar komt en wordt gebruikt. Wij kunnen ons voorstellen dat er zelfs disciplines zijn waar de overheid dit verplicht, omdat de verwachte gezondheidswinst heel groot is.

Wij willen dat zorgverzekeraars zich nadrukkelijk bezighouden met het inzichtelijk maken en het bevorderen van kwaliteit. Daarbij spelen preventie en ketenzorg een rol. De overheid maakt ruimte voor zorgverzekeraars om daar meer mee te experimenteren en voert een innovatieagenda met vernieuwing en implementatie van reeds bewezen interventies. Dit kan versterkt worden door experimenteerruimtes te creëren, bijvoorbeeld in de vorm van een pilotregio waar zowel met interventies als met kwaliteitsmeting geëxperimenteerd kan worden. Het Radboudumc in Nijmegen heeft met twee verzekeraars een nieuw soort zorgcontract afgesloten, waarbij de kwaliteit van de zorg leidend is, in plaats van het aantal verrichte medische handelingen. Dit soort initiatieven ziet D66 graag.

Ook de kwaliteit van de door zorgverzekeraars geleverde diensten moet hiermee beter vergelijkbaar worden, waarbij online vergelijkers een grote rol kunnen spelen in het creëren van transparantie maar wel met waarborgen voor onafhankelijkheid en privacy. Tenslotte geeft de overheid zelf het goede voorbeeld door in het eigen beleid bij ‘waarde’ altijd te redeneren vanuit kwaliteit van leven en niet alleen vanuit kosten. De overheid speelt ook een rol in het beperken van bureaucratie en de beheersing van het aantal geregistreerde indicatoren. De minister heeft tot taak de bureaucratie te verminderen. Dat lukt alleen wanneer ook de verschillende zorgsectoren, toezichthouders en financiers hierin gezamenlijk optrekken. Vertrouwen, betrokkenheid en openheid vormen de noodzakelijke basis voor minder procedures.

 

Experimenten om de zorg nog meer patiëntgericht te maken

Het belang en de gezondheid van de patiënt vraagt er om dat zorgverleners meer samenwerken. Zeker bij chronisch zieken en patiënten met meerdere aandoeningen. Daarnaast moeten ze meer sturen op preventie. De manier van vergoeden van zorg en de deelbelangen van verschillende zorgverleners maken dit soms moeilijk. Daarom moeten financiële schotten en belangen worden doorbroken. D66 wil, binnen het huidige zorgstelsel, experimenteren met vormen van zorgbekostiging die het vervangen van dure door goedkopere zorg, preventie en vroegsignalering en -interventie bevorderen. Dit kan bijvoorbeeld door met populatiebekostiging te experimenteren. Om dit mogelijk te maken, maakt de overheid afspraken met zorgverzekeraars en gemeenten over die experimenten en verschaft ze de benodigde speelruimte door flexibele toepassing van mededingingsregels. Regionale zorgnetwerken zouden daarbij, rondom specifieke vormen van zorg, als één geheel kunnen worden gecontracteerd en afgerekend op kwaliteit van geleverde zorg of preventie. De minister neemt de regie over versimpeling van bekostiging binnen de bestaande DBC-systematiek. Deze is onnodig bureaucratisch geworden. Tenslotte willen we vooral in de langdurige zorg experimenteren met persoonsvolgende bekostiging of een persoonsgebonden budget (PGB) met een nieuwe vorm van trekkingsrecht. D66 blijft voorstander van meer persoonsgebonden budgetten die patiënten de regie geven over de inrichting en invulling van hun zorg.

Echt patiëntgerichte zorg houdt ook meer rekening met verschillen tussen patiënten. Bijvoorbeeld tussen vrouwen en mannen, maar ook tussen mensen met een westerse en mensen met een niet-westerse achtergrond. Zij verschillen namelijk niet alleen in de manier waarop zij het effectiefst benaderd kunnen worden, maar ook in de effectiviteit van sommige geneesmiddelen of behandelmethoden.

 

Versterken patiëntenorganisaties

Patiëntenorganisaties geven de patiënt een stem en spelen een belangrijke rol bij veranderingen rond meer eigen regie, verhoogde kwaliteit en meer patiëntgerichte zorg. D66 wil dat zij bij deze interventies en experimenten een stem hebben in de details rond uitvoering en de evaluatie. Indien dit te veel van hun beperkte middelen vraagt, moeten we op zoek naar manieren om hen voor deze investering te compenseren.

 

Ziekenhuizen nog beter

D66 wil in de hoogwaardige, maar ook kostbare ziekenhuiszorg de juiste balans vinden tussen specialisatie en concentratie van complexe zorg en goede brede zorg in de regio. Daarbij verwachten wij dat er uiteindelijk meer locaties met brede zorg in de zogenaamde anderhalve lijn (tussen de huisarts en de specialist in) ontstaan, er een groot aantal ziekenhuizen met goede brede zorg nodig is en er beduidend minder locaties met complexe zorg nodig zijn. Dit wordt nog versterkt door de opkomst van eHealth, waardoor steeds meer zorg buiten de muren van een ziekenhuis plaatsvindt. Vastgoed en bedden worden minder belangrijk,voorkomen dat mensen ziek worden belangrijker. Dat betekent een geleidelijke, maar grote, verandering en vereist samenwerking en overleg tussen ziekenhuizen, zorgverzekeraars en aanbieders in de eerste lijn. De minister neemt samen met de zorgverzekeraars de regie in dit proces. Een langetermijnperspectief is nodig, zodat het pad naar een nieuw landschap ingezet kan worden. Bij dit proces stelt D66 bij toepassing van de mededingingswet het belang van de patiënt en de invloed op geleverde zorgkwaliteit in relatie tot kosten voorop. Onnodige belemmeringen voor samenwerking of herschikking worden voorkomen.

De vereiste veranderingen van ziekenhuizen om deze betere zorg te leveren, vragen erom dat bestuurders besluiten tot bijvoorbeeld samenwerking eenvoudiger kunnen nemen. Maatschappen en specialisten BV’s maken dit moeilijker. D66 wil daarom dat specialisten uiteindelijk werknemers worden van ziekenhuizen.

 

Investeren in innovatie zoals eHealth

De gezondheidszorg staat bol van innovatie. Innovatie helpt de kwaliteit van zorg te verhogen, maakt preventie en het leven met aandoeningen draaglijker en kan ook zorgkosten helpen verlagen. D66 wil dat Nederland vooroploopt met zorginnovatie. D66 wil zorgaanbieders stimuleren om meer gebruik te maken van eHealth-oplossingen, zoals patiënten portalen en apps. Waar nodig wordt ruimte gemaakt voor experimenten, bijvoorbeeld wanneer uitwisseling van (patiënt-)informatie nodig is. Onder voorwaarden staan we privaat kapitaal toe in innovatieve zorg, mede omdat nieuwe toetreders een belangrijke bron van innovatie kunnen zijn. Een fonds voor zorginnovatie, gericht op grote doorbraken, zou nieuwe aanbieders moeten ondersteunen. Patiënten en hun vertegenwoordigers moeten nauw betrokken worden bij innovatie. Ook procesinnovaties die leiden tot kwaliteitsverbetering of kostenverlaging verdienen aandacht.

Om gezondheidsrisico’s te beheersen is er sprake van een toelatingstoets voor nieuwe geneesmiddelen door het College ter beoordeling van geneesmiddelen (CBG). D66 wil dat het CBG ook de toelating van nieuwe hulpmiddelen beoordeelt. Het toetsingskader mag, zeker voor levensreddende middelen, geen onnodig vertragende factor vormen.

 

Dure geneesmiddelen

Er zijn gelukkig baanbrekende medicijninnovaties. Mede daardoor komen er ook meer dure geneesmiddelen beschikbaar, vooral voor complexe ziektes, zoals kanker. Vaak zijn deze geneesmiddelen niet genezend, maar levensverlengend. Voor patiënten zijn zij een laatste strohalm. D66 wil de bestaande praktijk van een niet-gepolitiseerd advies over toelating en vergoeding van medicijnen door professionals versterken. Ook als dit leidt tot de keuze een medicijn niet op te nemen wegens onvoldoende gezondheidsbaten in verhouding tot de kosten. Daarnaast wil D66 dat tussen zorginstellingen en ook binnen Europa samengewerkt wordt op het vlak van inkoop van medicijnen. Uiteraard binnen heldere mededingingskaders. De invloed van farmaceutische bedrijven op artsen en patiëntenorganisaties vereist continue waakzaamheid – zij moet transparant zijn en worden teruggedrongen.

 

Belang van privacy en medisch beroepsgeheim

Mede als gevolg van digitalisering, innovaties rond eHealth, preventie en de toenemende kracht van big data is er meer en meer mogelijk. Dit biedt enorme kansen voor gezondheid, maar brengt ook risico’s voor privacy met zich mee. Dit kan beperkingen opleveren voor het delen van tot de individuele patiënt herleidbare gezondheidsinformatie, maar dat mag niet verworden tot een oneigenlijk argument tegen zorginnovatie. De patiënt is en blijft echter wel eigenaar van zijn eigen gezondheidsinformatie. D66 wil dat het medisch beroepsgeheim onaangetast blijft.

 

Geestelijke gezondheidszorg: professioneel en met menselijke maat

Ook in de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) is voorkomen beter dan genezen. Daarom wil D66 werk maken van preventie en het bespreekbaar maken van psychische problemen, vooral ook onder jongeren en op de werkvloer. Veel mensen wachten te lang met het zoeken van hulp uit angst voor stigmatisering. Als je er vroeg bij bent, kan medische hulp worden voorkomen. Anderzijds moeten we ervoor waken dat vroege signalering leidt tot behandeling van problemen die vanzelf overgaan. Om deze balans te vinden is laagdrempelige toegang tot GGZ noodzakelijk. Juist door de decentralisaties van bijvoorbeeld de jeugdhulp is lokale GGZ-expertise belangrijk, bijvoorbeeld door GGZ-expertise in sociale wijkteams op te nemen. Via kennisontwikkeling en kennisdeling tussen alle betrokken partijen in het GGZ-domein zorgen we voor verbetering van de zorg. D66 wil dat bij de behandeling van fysieke aandoeningen, zoals kanker, psychosociale zorg altijd onderdeel kan uitmaken van de behandeling. Wij waarborgen dat er in de GGZ een gevarieerd aanbod is aan hulpverleners, zodat mensen terecht kunnen bij een hulpverlener die goed bij hen past.

Mensen met zware psychische problemen kunnen ernstige overlast veroorzaken of zelfs in de criminaliteit belanden. D66 vindt dat ook verwarde mensen recht hebben op een plek in de samenleving. Hiertoe zal de maatschappelijke opvang en GGZ-opvang moeten worden versterkt. Daar waar er onaanvaardbare risico’s zijn, moeten er voor acute zorg 24 uur per dag voldoende veilige plekken zijn.

 

Rust in langdurige zorg

In de langdurige zorg is de afgelopen jaren heel veel veranderd. D66 wil dat de decentralisaties de komende jaren de kans krijgen hun toegevoegde waarde te laten zien. Wij waren en zijn voorstanders van die decentralisaties, omdat ze de kans tot maatwerk en betere samenwerking tussen zorg en welzijn en bijvoorbeeld ook onderwijs bieden. Het maakt betere kostenbeheersing mogelijk, omdat brede domein overschrijdende zorg ook betere en dus efficiëntere zorg is. De komende jaren zullen we, gemeente na gemeente, de resultaten zien. We moeten dan wel zorgen dat transparant is wat werkt en wat niet werkt. Daarbij zullen we zeker successen zien, maar ook uitdagingen en problemen. Wij willen dat gemeenten de komende jaren van elkaar leren en hun prestaties vergelijken, maar willen dat de rijksoverheid niet vervalt in een reflex van detailsturing en gelijkschakeling. De regeldruk in de langdurige zorg moet de komende periode omlaag. De aandacht moet weer naar de zorg kunnen gaan in plaats van naar de administratie.

Een voorwaarde voor decentralisatie is vertrouwen in de gemeentelijke overheid en de lokale democratie om haar scherp te houden.

In de gehandicaptensector moeten de komende periode ouder en kind weer centraal komen te staan en het beleid zich naar die belangen voegen door te zorgen voor maatwerk en toegankelijkheid.

 

Zorgen om verpleeghuiszorg

Doordat we door een betere zorg langer thuis wonen, verandert ook het karakter van het verpleeghuis. We verblijven daar steeds korter, met complexere problemen en een intensieve zorgbehoefte. Het verpleeghuis wordt daardoor steeds meer het verlengstuk van het ziekenhuis en is tegelijk voor velen het laatste thuis. Met al die veranderingen moeten we blijven zorgen dat zorg en verblijf zoveel mogelijk op maat van de cliënt zijn. Intimiteit en seksualiteit is bijvoorbeeld belangrijk, de behoefte hieraan verdwijnt niet als je gehandicapt bent of in een verpleeghuis woont. Toch zijn deze instellingen nog slecht ingericht op deze behoeften en is er onvoldoende privacy. Wij zien dat mensen zich zorgen maken over de kwaliteit van deze zorg en de aansluiting van verpleeghuizen bij deze nieuwe eisen. Persoonsvolgende bekostiging zou meer maatwerk kunnen bevorderen.

De komende kabinetsperiode wil D66 dat er transparantie komt over kwaliteit van de verpleeghuiszorg. Met de resultaten hiervan kan een volgend kabinet dan aan de slag. Van gemeenten vragen wij nu al aandacht voor de bouw van levensloopbestendige woningen en het gebrek aan ouderenwoningen.

 

Bijzondere aandacht voor kwetsbare groepen

Er is een aantal zeer kwetsbare groepen die zorg ontberen en soms zorg ontwijken. Binnen de zorg moet er genoeg aandacht zijn voor kindermishandeling, ouderenmishandeling en huiselijk geweld. Zorgverleners zijn in de positie om deze misstanden vroeg te signaleren en hebben ook de vertrouwenspositie om hulp te verlenen. Toch is er vaak sprake van spanning tussen de wens zorg te bieden, en het medisch beroepsgeheim. Met zorgverleners, voornamelijk huisartsen en wijkverpleegkundigen, moet gewerkt worden aan oplossingen om beide te combineren.

Opvanglocaties in Nederland zijn overvol, mede als gevolg van de sterke toename van het aantal daklozen in de laatste jaren. Zij weten bovendien niet altijd de weg naar hulp te vinden. Het gaat om mensen die het vaak niet meer op eigen kracht redden. D66 vindt het de taak van ons allemaal om extreem kwetsbare mensen beter op te vangen. Lokale initiatieven, zoals bijvoorbeeld het Straat Consulaat in Den Haag, kunnen hier een belangrijke rol in spelen. Op de eerste plaats moeten knelpunten bij het vroegtijdig signaleren opgelost worden, zodat minder mensen in deze situatie terechtkomen. Ook de toegang tot de schuldhulpverlening moet worden verbeterd. Het komt nog steeds voor dat gemeenten daklozen, onder wie zwerfjongeren en alleenstaande moeders met kinderen, een plek in de opvang weigeren. De rijksoverheid moet knelpunten in de toegankelijkheid van de opvang samen met de gemeenten oplost. Daarnaast wil D66 dat gemeenten actief ondersteuning aanbieden aan deze kwetsbare mensen. Voor mensen die geen zorgverzekering kunnen afsluiten, moet er een passende regeling voor noodzorg komt.

 

Zorgen voor kwetsbare kinderen: jeugdhulp

Er zijn helaas veel kwetsbare kinderen en jongeren die hulp nodig hebben. Deze kinderen moeten die hulp krijgen. Daarvoor is het nodig dat de, soms vele, instellingen die daarvoor zorgen, samenwerken en maatwerk leveren. De behoeften van het kind staan daarbij centraal. D66 was en is daarom voorstander van de complete decentralisatie van de jeugdhulp. Die overgang is nog maar net begonnen. De decentralisatie krijgt vorm, maar er is ook nog veel onrust door wachtlijsten en een gebrek aan uniformiteit. Gemeenten moeten wennen aan alle nieuwe bevoegdheden die bij hen worden neergelegd en daar ontstaan soms knelpunten. Ook in deze zorg wil D66 nu vooral aandacht voor een goede kwaliteit binnen het huidige stelsel. Nieuwe grote wijzigingen zijn niet in het belang van deze kwetsbare kinderen en hun ouders. De inbedding van de jeugd-GGZ verdient bijzondere aandacht omdat er aan de ene kant behoefte is aan nauwe samenwerking met de brede jeugdhulp en aan de andere kant ook met psychische, psychiatrische en bredere medische zorg.

Gemeenten worden gestimuleerd om regionaal samen te werken om de beschikbaarheid van schaarse en vaak dure zorg zeker te stellen. Zorgaanbieders zullen zich met behoud van professionaliteit sector overstijgend moeten richten op gemeenten en regio’s. Zo kan de effectiviteit van de zorg omhoog en kunnen administratieve lasten omlaag. De primaire verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij gemeenten die daar, binnen landelijke kwaliteitskaders, de ruimte voor krijgen. Daarbij moedigt D66 gemeenten en aanbieders aan burgers te betrekken bij de inrichting van hun jeugdhulp.

D66 zal in de komende kabinetsperiode inzetten op het verder ontwikkelen en flexibiliseren van de jeugdgezondheidszorg, gericht op vroegsignalering, vroeg-interventie en een betere aansluiting op de jeugdhulp.

Het tegengaan van kindermisbruik en mishandeling hebben bijzondere aandacht. De veiligheid van kinderen moet beter geborgd worden in de jeugdhulp door een betere signalering en snelle interventies. Waarheidsvinding moet voorop staan, zodat alle partijen – allereerst het kind – gehoord worden. Wij zien een abrupte overgang van intensieve begeleiding naar hulp op afstand wanneer kinderen achttien jaar worden. Dat gaat soms ten koste van deze jongvolwassenen. We willen voorkomen dat kinderen wanneer zij achttien worden, volledig van de zorgradar verdwijnen, zonder dat dit in de weg staat van hun vrijheid en zelfstandigheid. D66 wil dat de komende jaren gezocht wordt naar en geëxperimenteerd wordt met oplossingen.

 

Minder medicijnen voor kinderen

Wij maken ons zorgen over het hand over hand toenemende gebruik van medicijnen door kinderen. Veel te veel kinderen zijn chronisch gebruiker van middelen tegen bijvoorbeeld depressie, drukte of angst. D66 wil dat artsen terughoudender zijn in het voorschrijven van medicijnen en dat er meer naar alternatieven wordt gezocht, ook als die meer behandeltijd en meer werk van de arts vragen. Met medicatie bij ongewenst of onbegrepen gedrag, bijvoorbeeld het drogeren van ouderen in een verpleeghuis, moet ook met terughoudendheid worden omgegaan.

 

Aanpakken kinderarmoede

400.000 kinderen groeien op in een gezin dat rond moet komen van een huishoudinkomen onder of rond het sociaal minimum. Ongeveer 127.000 kinderen leven in een gezin dat zich minstens vier jaar lang in die situatie bevindt. Onderwijs en werk zijn de belangrijkste ladders om armoede te ontstijgen en daarom investeren we sterk in kansen. Maar daarnaast wil D66 ook gericht kinderarmoedebeleid. Uitvoerende verantwoordelijkheden voor participatie en jeugdhulp liggen bij gemeenten, omdat dit ruimte biedt voor maatwerk. De financiering van deze activiteiten vindt plaats vanuit het gemeentefonds, zonder specifieke oormerken. D66 wil geen nadere verplichting van gemeenten, maar zal zelf lokaal van kindarmoede een prioriteit maken en streeft daarbij naar een integrale aanpak, uitgaand van één plan per familie, met één aanspreekpunt. Landelijk zorgen we dat er meer geld beschikbaar komt voor de kinderen die het het hardst nodig hebben. Bijvoorbeeld door de kinderbijslag te integreren in een kindgebonden budget en zo bestaande regelingen meer te richten op de mensen die de hulp echt nodig hebben.

 

Sport en bewegen als kernonderdeel van preventie

De brede steun van D66 voor sport en bewegen vormt een hoeksteen van het preventiebeleid. D66 is van mening dat sport en bewegen onontbeerlijk zijn voor een gezonde en vitale bevolking – voor jong of oud, arm of rijk, met of zonder handicap, ongeacht afkomst. Nog niet voor iedereen is het echter normaal om te gaan sporten en dat een leven lang te blijven doen. Naast de aandacht voor sport in het onderwijs spelen buurtsportcoaches hierin een belangrijke, stimulerende rol. Wij vinden dat het werk van de buurtsportcoaches moet worden voortgezet en worden uitgebreid in wijken waar de sportparticipatie laag is en het vermogen tot zelforganisatie (aanvankelijk) beperkt is. Een studie-, werk- en woonomgeving die sporten en bewegen stimuleert is van groot belang. De overheid kan zelf het voortouw nemen wat betreft fysieke voorzieningen. Werkgevers worden gestimuleerd bij te dragen aan de gezondheid en inzetbaarheid van hun werknemers door beweeg- en vitaliteitsprogramma’s. Interventies die volwassen inactieve Nederlanders helpen om uiteindelijk op eigen kracht structureel in beweging te komen en te blijven, steunen wij.

De voordelen van sporten en bewegen gaan verder dan alleen zorg. Investeren in sport is vaak een goede investering in welzijn en leefbaarheid. D66 wil daarom dat lokale overheden de ruimte krijgen en nemen om in sport te investeren als onderdeel van hun sociale zaken- en welzijnsbeleid. Landelijk willen we dat een bewindspersoon zich verantwoordelijk voelt voor een sportagenda die een belangrijk onderdeel vormt van haar of zijn takenpakket.

 

Het gaat om sport, niet om hoe die georganiseerd is

In Nederland hebben wij een rijk sportverenigingsleven. Vrijwilligers zorgen daar, met gerichte steun van vooral de lokale overheid bij met name het aanbieden van faciliteiten, voor een bloeiend sportleven voor jeugd en volwassenen. Sportverenigingen en sportvelden zijn plekken waar dwarsdoorsneden van de samenleving elkaar ontmoeten en met elkaar plezier hebben. Dat is een groot goed en moet in een tijd van toenemende maatschappelijke tweedeling gekoesterd worden. Diversiteit van sportverenigingen verdient daarom steun. De overheid biedt ruimte aan verenigingen om zich aan te passen aan veranderende behoeften van sporters, zoals het sporten op andere tijden of in nieuwe spelvormen.

Tegelijkertijd zien we dat met name volwassenen buiten verenigingsverband sporten en actief bewegen. Alleen of met anderen en op een tijdstip dat het haar of hem uitkomt. D66 wil graag dat de overheid actief inspeelt op deze veranderende vraag en de ongeorganiseerde sport en de commercieel georganiseerde sport, net als de meer traditioneel georganiseerde sport, betrekt bij overleg en raadpleging over op te stellen provinciaal of lokaal sportbeleid. Ook sportondernemers spelen een belangrijke rol in het in beweging brengen van grote groepen Nederlanders. De openbare ruimte is voor deze ongeorganiseerde sport vaak cruciaal. D66 wil dat de overheid daarop inspeelt door te zorgen voor een openbare ruimte die beweging stimuleert. Denk aan het aanleggen, verlichten en verzorgen van fiets-, wandel-, skeeler- en ruiterpaden, maar ook skateplekken, basketbalpleintjes en plekken voor bootcamps. De gezondheids- en welzijnsbaten van deze investeringen wegen ruimschoots op tegen de kosten. Ook al ziet de lokale overheid de baten slechts indirect terug in haar eigen begroting. Bijkomend voordeel van deze sportinfrastructuur is dat zij kansen biedt aan sportondernemers en zzp’ers om hun diensten aan te bieden.

 

Topsporters inspireren

D66 koestert topsporters: dit zijn onze helden. Met hun doorzettingsvermogen en discipline om de top te bereiken zijn zij een inspirerend voorbeeld voor anderen, binnen en buiten de sport. D66 vindt dat topsporters een belangrijke bijdrage leveren aan de samenleving en de internationale zichtbaarheid van Nederland. Daarom moeten zij zo goed mogelijk ondersteund worden in aanloop naar en tijdens hun topsportcarrière, bijvoorbeeld door een stipendium aan te bieden. Maar ondersteuning betekent ook dat sporters gestimuleerd worden naast hun sportcarrière een maatschappelijke carrière te ontwikkelen. Slechts een enkele sporter slaagt er immers in financieel onafhankelijk te worden. Daarom zal een aantal uitzonderingsposities voor (oud-)topsporters moeten worden gecreëerd. Vaak vallen de beste jaren voor sporters samen met de tijd waarin anderen studeren. D66 wil oud-topsporters de mogelijkheid geven om ook na hun sportcarrière een studielening aan te vragen.

 

Evenementen boeien

Sportevenementen brengen Nederlanders bij elkaar en trekken toeristen aan. Daarnaast dragen zij bij aan het imago van Nederland in het buitenland. Sportevenementen zijn een investering in ons vestigingsklimaat en een instrument om talent voor Nederland te interesseren. Denkend vanuit die toegevoegde waarde wil D66 dat de overheid kijkt naar het steunen van de organisatie van internationale sportevenementen.

D66 wil de Nederlandse kandidatuur voor de Olympische Spelen nieuw leven inblazen. Dit zouden Olympische Spelen nieuwe-stijl moeten zijn: niet megalomaan en exorbitant, maar zoveel mogelijk gebruik makend van bestaande voorzieningen, echt duurzaam, waarbij de samenleving zoveel mogelijk wordt betrokken en waarden op het gebied van mensenrechten, eerlijke arbeidsomstandigheden en good governance worden gerespecteerd.

 

Eerlijke sport

Topsport stimuleert sporten en heeft een voorbeeldfunctie. Wij willen daarom een eerlijke sport en bestrijden matchfixing, doping en geweld. Daarbij moeten niet alleen frauderende sporters, maar ook de netwerken rond de sporters worden aangepakt: de artsen, coaches en bonden.

 

Veilig en verantwoord drugsgebruik

Drugsgebruik is van alle tijden. Zowel het gebruik van soft- als harddrugs is onderdeel van de samenleving. De keuze om drugs te gebruiken is voor iedereen een eigen, individuele keuze. Wel vindt D66 dat de overheid een verantwoordelijkheid heeft om het gebruik van drugs die schadelijk kunnen zijn, op een verantwoorde en veilige manier te reguleren. D66 verzet zich daarom tegen het verbieden van drugs, omdat dit het gebruik ervan alleen maar gevaarlijker maakt. Jaarlijks sterven mensen, omdat zij vervuilde XTC-pillen gebruiken. Ook is onbekend hoe hasj en hennep worden geteeld en komt het gebruik van schadelijke bestrijdingsmiddelen voor, die de gezondheid kunnen schaden. D66 vindt het belangrijk dat consumenten weten wat zij gebruiken of innemen, net zoals voor alle andere producten die genuttigd kunnen worden het geval is. Gereguleerde productie en verkoop is daarom noodzakelijk. De Nederlandse politiek durft, ondanks het pleidooi van D66, dit taboe niet te doorbreken. Dit terwijl sommige landen in de wereld al wel tot regulering zijn overgegaan. Waar Nederland ooit koploper was met een vooruitstrevend drugsbeleid, realistisch en gericht op het terugdringen van gezondheidsrisico’s, lopen we nu achter de feiten aan. D66 wil daarom stappen zetten naar regulering van drugs en waar mogelijk legalisering, waarbij maatwerk als het gaat om de soort drug voorop staat. De focus ligt hierin op de beperking van gezondheidsschade en decriminalisering van het gebruik. Op deze manier komt bovendien ruimte voor adequate voorlichting aan (jonge) gebruikers, die gepaard moet gaan met een ontmoedigingsbeleid vanuit de overheid, zoals ook voor alcohol en tabak het geval is. Ook lijdt de natuur onder het ongecontroleerd gebruik van drugs, aangezien drugsafval in de natuur gedumpt wordt en in ons drinkwater terecht kan komen. Met de regulering van drugs kan georganiseerde criminaliteit uit de handel van drugs geweerd worden. Politie en justitie kan zich gerichter focussen op de aanpak van illegale drugscriminaliteit. Ten slotte vindt D66 dat Nederland zich op internationaal niveau moet inzetten om de internationale drugsverdragen te flexibiliseren, zodat deze beter aansluiten op de huidige ontwikkelingen. Deze zijn nog teveel gericht op de criminalisering van drugs, terwijl het tegengaan van de gezondheidsproblematiek centraal moet staan.

 

Laatst gewijzigd op 26 augustus 2016

Rob Jetten

Hi,
Heb je een vraag? Neem dan contact op met mijn collega's via WhatsApp of ga naar onze contactpagina.
Groet, Rob

Whatsapp ons 06 11 91 25 48