Sukkelend innovatiebeleid schreeuwt om heldere keuzes en harde euro’s

Tweede Kamerlid Kees Verhoeven blikt terug op tien jaar innovatiebeleid in het Financieele Dagblad.

De Tweede Kamer behandelt deze week de begroting van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK). Los gezien van de coronasteunpakketten en het Nationaal Groeifonds is deze met €6,5 mrd relatief bescheiden. Naar sociale zekerheid en zorg gaan bijvoorbeeld respectievelijk €98 mrd en €87 mrd.
Desondanks is de EZK-begroting het fundament van ons nationale innovatiebeleid. In een global village waarin Nederland concurreert met landen als Israël, Singapore en Zuid-Korea zijn wendbaarheid en weerbaarheid noodzakelijk. Uiteraard moet dit van bedrijven komen, maar de overheid is onmisbaar voor het aanjagen van innovatie.

Gezien de moordende concurrentie doet Nederland dit niet goed genoeg. Terugkijkend op tien jaar innovatiebeleid zie ik drie tekortkomingen. Allereerst verzandt het innovatiebeleid al snel in creatief boekhouden, waarbij daadwerkelijke investeringen uitblijven. Ten tweede bestaat het innovatiebeleid te veel uit belastingkortingen die het mkb buitenspel zetten. Ten derde leunt het beleid op ouderwetse sectoren in plaats van op toekomstgerichte regio’s.

Drie kabinetten-Rutte op rij hebben gezégd werk te maken van innovatie. Helaas is het te vaak bij woorden gebleven.

Kabinet-Rutte I vormde het superministerie Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I). In crisistijd toverde minister Maxime Verhagen (CDA) het topsectorenbeleid uit de hoge hoed. In plaats van scherpe keuzes te maken, wees het kabinet negen topsectoren aan, van energie tot logistiek en van high-tech tot maritiem. Met een dominante stem voor traditionele bedrijven als Shell en PostNL. Adviesorgaan AWTI sprak van ‘gesloten circuits van de gevestigde orde’. De aangekondigde investering van €1,5 mrd bleek een sigaar uit eigen doos. Het doel om 2,5% van het bruto binnenlands product (bbp) te investeren in onderzoek werd nooit gehaald. Integendeel, de EL&I-begroting daalde vanaf 2010 van €5,2 mrd naar €4,4 mrd.

De geldstromen waren vrijwel oncontroleerbaar en het succes moeilijk aantoonbaar. Toch zette het kabinet-Rutte II het topsectorenbeleid voort. D66 bleef hameren op hervorming en modernisering, maar EZ-minister Henk Kamp (VVD) roemde de samenwerking tussen bedrijven, kennisinstellingen en overheden. Bovendien mochten we ‘het kind niet met het badwater weggooien’. Zo bleven de schaduwzijden in stand. Terwijl de innovatie- en onderzoeksregeling Wbso bedoeld was om research and development (R&D) in het mkb te stimuleren, aten grote bedrijven gulzig uit deze ruif. Andersom bleef de zogenaamde innovatiebox een vrijwel exclusieve belastingkorting voor multinationals. Alsof een winstkorting achteraf innovatie stimuleert.
Op aandringen van D66 kregen minister Eric Wiebes (VVD) en staatsecretaris Mona Keijzer (CDA) ten tijde van Rutte III oog voor digitalisering. Deze geopolitiek broodnodige focus leidde tot een Strategisch Actieplan voor Artificiële Intelligentie (SAPAI). Andermaal kwam er weinig boter bij de vis. Het kabinet beloofde in zeven jaar tijd €1 mrd te investeren. Dit bleek later te bestaan uit oude regelingen die achteraf aan kunstmatige intelligentie moesten worden toegerekend. Dat naast D66 ook UvA-hoogleraar Maarten de Rijke deze financiële vaagheid kraakte, mocht helaas niet baten.

Harde norm

Welke lessen kunnen we leren van de afgelopen tien jaar? Om onze concurrentiepositie overeind te houden zijn trendbreuken nodig. Allereerst moet het kabinet voortaan 3% van het nationaal inkomen investeren in de wetenschap. Een harde norm dus in plaats van boterzachte budgetten.

Ten tweede moet ons innovatiebeleid de nieuwe winnaars – startups en scale-ups – stimuleren, in plaats van nostalgisch vastklampen aan oude kampioenen. Laat deze groeibedrijven makkelijker talent uit het buitenland halen, stimuleer investeringen en laat ze hun personeel betalen in aandelen. Zo voorkomen we dat onze groeibriljanten vertrekken naar Shanghai of Silicon Valley.

Ten derde moeten niet achterhaalde bedrijfstakken maar groeiregio’s en wereldwijde uitdagingen als klimaatverandering, digitalisering en vergrijzing centraal staan. Van Foodvalley Wageningen tot AI-capital Amsterdam en van Brainport Eindhoven tot Health Hub Utrecht zijn er kansrijke ecosystemen waarin universiteiten, praktijkopleidingen, gevestigde bedrijven en kansrijke nieuwkomers elkaar versterken.
Die nationale potentie benutten, met harde euro’s en heldere keuzes: laat dat de koers voor de komende tien jaar zijn.