Naast de leerplicht ook het leerrecht voor elk kind

D66 wil dat iedereen het beste onderwijs krijgt. In Nederland bestaat nu alleen een leerplicht. Ouders zijn daardoor verantwoordelijk om hun kinderen naar school te sturen. Er zijn echter duizenden kinderen met een ziekte, handicap, leer- of gedragsprobleem of hoogbegaafdheid waarvan de ouders geen passende plek op school kunnen vinden.

Deze ouders kunnen niet voldoen aan de leerplicht en moeten daardoor ontheffing aanvragen. Deze kinderen komen noodgedwongen thuis te zitten. Terwijl ze vaak nog wel willen en kunnen leren.
 
D66 komt met een initiatiefwet om het leerrecht in de wet vast te leggen. Dit wetsvoorstel wordt in consultatie gebracht. Daarmee kunnen alle betrokkenen over het voorstel meepraten. Daarna wordt het voorstel ingediend. Het leerrecht is een onderdeel van de Onderwijsvisie die D66 deze zomer heeft gepresenteerd.

We mogen kinderen nooit opgeven

Van Meenen: “Ouders, leerlingen, scholen en leraren lopen vast in het passend onderwijs. Wanneer leerlingen worden vrijgesteld van de leerplicht heeft de overheid geen enkele verplichting meer om dit kind enige vorm van onderwijs te geven. Met een ontheffing is het probleem voor iedereen opgelost. Behalve voor het kind en voor de ouders. Want eigenlijk zeg je dan over het kind dat er geen perspectief meer is om iets van onderwijs te krijgen. Maar we mogen kinderen nooit opgeven. Een kind wil ontdekken, leren en uitproberen. Daar heeft elk kind recht op. Het is tijd dat we dat leerrecht wettelijk vastleggen. Want daarmee stellen we het kind centraal.”

Knoop doorhakken door jeugdarts

Met het wetsvoorstel wordt het leerrecht verankerd in de leerplichtwet. Bovendien krijgt de jeugdarts doorzettingsmacht. Daarmee is er altijd een weg uit de knoop van instanties en overleggen waar ouders, leerlingen, scholen en leraren soms in vastlopen. De jeugdarts of andere deskundige kan vaststellen hoe een kind zich nog kan ontwikkelen. Vervolgens kan de jeugdarts het schoolbestuur aanspreken op de zorgplicht voor het onderwijs aan het kind. De school gaat er dan voor zorgen dat de leerling onderwijs krijgt dat past bij de ontwikkelingsmogelijkheden van het kind. Ook krijgt het samenwerkingsverband de plicht om te melden bij de jeugdarts als een leerling dreigt uit te vallen. En de overheid zorgt ervoor dat de school en leraar de middelen heeft om het onderwijs te geven.
 
Van Meenen: “Het is voor ouders een hoop geregel en gedoe als ze onderwijs willen regelen voor hun kind met een beperking. En dat komt nog bovenop de zorg die ze geven aan hun kind dat bijvoorbeeld zwaar autistisch is. Dat is al zwaar genoeg. Iedereen wil het beste voor deze kinderen. En dat betekent ook dat elk kind de mogelijkheid krijgt om zich te ontwikkelen. Daarom moet een jeugdarts de knoop doorhakken. Daarbij staat centraal waar het kind behoefte aan heeft.”

Iedereen wil het beste voor deze kinderen. En dat betekent ook dat elk kind de mogelijkheid krijgt om zich te ontwikkelen.

Paul van Meenen, Tweede Kamerlid voor D66

Geld van de plank naar onderwijs en leraren

Afhankelijk van waar het kind behoefte aan heeft, krijgt het onderwijs op school, thuis, of allebei. Het is belangrijk dat leraren daarbij worden ondersteund. Daar is al geld voor beschikbaar, alleen wordt dat geld vaak niet gebruikt. Want schoolbesturen worden per leerling bekostigd en zullen dus geld ontvangen voor deze leerlingen. Bovendien hebben deze kinderen recht op extra bekostiging vanuit passend onderwijs. Voor passend onderwijs ligt nu bovendien al 300 miljoen euro op de plank. Dat geld moet in de klas en bij de leraren en kinderen terecht komen.

Inclusief onderwijs

Hiermee zetten we een belangrijke stap richting inclusief onderwijs. We brengen de leerplichtwet in overeenstemming met onder andere het kinderrechtenverdrag. Daardoor wordt ieder kind in staat gesteld om te kunnen deelnemen aan onderwijs op kosten van de overheid. Dat is het recht dat leerlingen hebben.
 
Van Meenen: “In allerlei internationale verdragen staat al dat kinderen een leerrecht hebben. Maar het staat nog niet in de Nederlandse wet. Ouders hebben alleen de plicht om hun kind naar een school te sturen. Maar bij plichten horen wat D66 betreft ook rechten van kinderen en ouders. Iedereen heeft het recht op onderwijs en dat gaat verder dan de muren van het klaslokaal. Ook als dat soms lastiger is. Want iedereen verdient de beste kans om zich zo goed mogelijk te ontwikkelen.”