Hoe werkt het wetsvoorstel voltooid leven? Een uitleg in dertien stappen.

Tweede Kamerlid Pia Dijkstra dient het wetsvoorstel toetsing levenseindebegeleiding van ouderen op verzoek (voltooid leven) in. Als de wet aangenomen wordt kunnen ouderen op hoge leeftijd die hun eigen leven voltooid achten met hulp op een zelfgekozen moment hun leven beëindigen. Dit is een uitleg van het wetsvoorstel in dertien stappen.

  • Een oudere vindt haar of zijn leven voltooid en heeft daarom een stervenswens ontwikkeld en gaat daarmee naar een levenseindebegeleider
  • Een levenseindebegeleider zal op basis van gesprekken vaststellen of iemand voldoet aan de negen zorgvuldigheidseisen van de wet, waarbij vrijwel direct gekeken kan worden of voldaan is een van de zorgvuldigheidseisen: of de oudere minimaal 75 jaar oud is en of de oudere een Nederlander is dan wel minimaal 2 jaar ingezetene van Nederland is (kortom een inwoner van Nederland)
  • De levenseindebegeleider en ouderen met een stervenswens voeren hun eerste gesprek, de duur van het gesprek wordt niet door de wet bepaald maar het zal waarschijnlijk over gesprekken gaan van meer dan 3 uur.
  • Tijdens dit eerste gesprek moet de levenseindebegeleider een beeld krijgen of voldaan wordt aan de zorgvuldigheidseisen zoals de vragen of de wens besproken is met de naasten en of zij/hij overleg mag voeren met de huisarts. Als de oudere het wilt (en enkel dus als zij/hij toestemming geeft), kunnen zij ook betrokken worden bij het traject. Dat betekent absoluut niet dat zij mogen iets mogen beslissen, maar de oudere kan het wellicht juist fijn vinden om samen met de levenseindebegeleider de naasten en huisarts mee te nemen in haar/zijn wens.
  • Tijdens het gesprek zal de levenseindebegeleider bijvoorbeeld ook bekijken of, kijkend naar de achtergrond van het verzoek van de oudere, er ook andere hulp mogelijk zou zijn. Bijvoorbeeld een oudere die zich eenzaam voelt maar niet op de hoogte is van allerlei voorzieningen om eenzaamheid tegen te gaan, zal de levenseindebegeleider de mogelijkheden schetsen van andere hulpmogelijkheden.
  • Na het eerste gesprek stelt de oudere schriftelijk of door een filmopname een verklaring op dat de oudere verzoekt om hulp bij zelfdoding, hierna geldt er een minimale wachttijd van 2 maanden voordat een tweede gesprek plaats vindt.
  • Indien een oudere dat wilt, volgt een tweede gesprek tussen de levenseindebegeleider en de oudere waarbij nogmaals gekeken wordt of voldaan is aan de zorgvuldigheidseisen en de eerdere verklaring opnieuw wordt bevestigd. Ook vindt er een gesprek plaats met een onafhankelijke levenseindebegeleider, die ook kijkt of aan de zorgvuldigheidseisen is voldaan. Deze onafhankelijke levenseindebegeleider zal een advies (niet-bindend) geven aan de andere levenseindebegeleider over of iemand aan de zorgvuldigheidseisen voldoet.
  • Pas daarna kan de levenseindebegeleider als zij/hij van mening is dat aan alle zorgvuldigheidseisen is voldaan, in overleg met de oudere een afspraak maken voor het moment van hulp bij zelfdoding.
  • Op die dag haalt de levenseindebegeleider persoonlijke de dodelijke middelen op bij de apotheker en gaat zij/hij naar de oudere.
  • Of er naasten aanwezig zijn bij het laatste moment is aan de oudere zelf, wel is voorgeschreven dat de levenseindebegeleider bij dit moment aanwezig is.
  • Op ieder moment in het proces (dus ook tijdens het eerste gesprek) kan de oudere afzien van haar/zijn verzoek. Ook op het allerlaatste moment dat de oudere de dodelijke middelen in haar/zijn hand heeft is dit mogelijk. In dat geval brengt de levenseindebegeleider de middelen gewoon terug naar de apotheker.
  • Indien de oudere de dodelijke middelen neemt (NB: iemand drinkt het drankje zelf, het is hulp bij zelfdoding en geen actieve euthanasie zoals volgens de euthanasiewet wel mogelijk is), zal het proces dat daarna volgt net zo verlopen als bij de huidige euthanasiewet.
  • De levenseindebegeleider maakt een verslag op met alle relevante informatie en dient dit in bij een regionale toetsingscommissies die beoordeeld of het proces zorgvuldig doorlopen is. Dit lijkt op de RTE, de regionale toetsingscommissie euthanasie maar het zijn speciale voor deze wet opgerichte toetsingscommissies. Dit omdat RTE’s bestaan uit één jurist, één ethicus en één arts. Omdat ‘voltooid leven’ geen medische grondslag hoeft te hebben, wordt de positie van de arts in de door deze wet nieuw te creëren regionale toetsingscommissie ingenomen door een levenseindebegeleider.

De dertien zorgvuldigheidseisen uitgelegd

De zorgvuldigheideisen houden in dat de levenseindebegeleider:
 
Heeft vastgesteld dat de betrokkene een oudere is, die in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake en van hem een aantoonbaar actuele verklaring heeft ontvangen die schriftelijk of met behulp van audiovisuele middelen is vastgelegd en die een verzoek inhoudt om hem de middelen te verschaffen met het oog op zijn voorgenomen zelfdoding.
          
Uitleg: Iemand is wilsbekwaam en heeft op film of papier aangegeven dat hij dodelijke middelen wil innemen. 
 
Aan de oudere heeft gevraagd of hij bij zijn verzoek aan hem om hulp bij zelfdoding zijn naasten heeft betrokken en, als hij dat nog niet heeft gedaan maar het wel mogelijk is dat alsnog te doen, in overweging heeft gegeven daartoe over te gaan.
 
Uitleg: Gevraagd of naasten betrokken zijn bij de wens en het verzoek en de mogelijkheid bieden dit alsnog te doen, als iemand dat niet wil heeft dat geen invloed op verzoek.
 
De overtuiging heeft gekregen dat sprake is van een vrijwillig, weloverwogen en duurzaam verzoek, waarbij ten minste twee maanden zijn verstreken tussen opeenvolgende gesprekken met de oudere.
 
Uitleg: De wens moet vrijwillig, weloverwogen en duurzaam zijn hetgeen onder andere vastgesteld wordt door minimaal twee maanden tussen het eerste en tweede gesprek.
 
Met de oudere de overtuiging heeft gekregen dat andere hulp, gericht op de achtergrond van het verzoek, niet gewenst is.
 
Uitleg: Andere mogelijke hulpvormen zijn, als ze er zijn, voorgesteld door de levenseindebegeleider aan de oudere maar deze hulp is niet gewenst.
 
De oudere heeft ingelicht over de inhoudelijke en procedurele aspecten van de hulp bij zelfdoding.
 
Uitleg: De levenseindebegeleider moet uitleggen hoe hulp bij zelfdoding volgens deze wet werkt.
 
Heeft vastgesteld dat de oudere op het moment van de ontvangst van de verklaring, bedoeld in onderdeel a Nederlander of ten minste twee jaar ingezetene van Nederland is.
 
UItleg: Iemand is 75 jaar of ouder (volgt uit definitie oudere in artikel 1 samen met dit artikel) en woont in Nederland (of woont hier al minimaal 2 jaar legaal).
 
Ten minste één andere, onafhankelijke levenseindebegeleider heeft geraadpleegd die de oudere heeft gezien en schriftelijk zijn oordeel heeft gegeven over de naleving van de zorgvuldigheideisen, bedoeld in de onderdelen a tot en met e (NB: de zorgvuldigheidseisen gaan met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet meer wijzigen maar de volgorde veranderd nog wel dus dit klopt al niet meer).

Uitleg: De oudere spreekt ook met een onafhankelijke levenseindebegeleider die ook kijkt of iemand voldoet aan de zorgvuldigheidseisen. Deze onafhankelijke levenseindebegeleider adviseert de levenseindebegeleider hierover.
 
Zo mogelijk en voor zover de oudere daarmee heeft ingestemd overleg heeft gevoerd met de huisarts van de oudere.
 
Uitleg: Als een oudere het goed vindt, spreekt de levenseindebegeleider met de huisarts.
 
Zorg draagt voor een professionele uitvoering van de te verlenen hulp, waaronder in ieder geval wordt begrepen de naleving van het bepaalde in hoofdstuk 3, met uitzondering van artikel 4, tweede lid.
 
Uitleg: Zorgen dat de hulp bij zelfdoding goed loopt. Het gaat er hierbij bijvoorbeeld om dat de levenseindebegeleider een afspraak maakt met de oudere, de levenseindebegeleider de middelenvoorschrijft en ophaalt, aanwezig is bij de zelfdoding en zorgt dat de oudere de middelen goed gebruikt.