Hoe werkt het wetsvoorstel voltooid leven? Een uitleg in twaalf stappen.

Tweede Kamerlid Pia Dijkstra heeft het wetsvoorstel toetsing levenseindebegeleiding van ouderen op verzoek (voltooid leven) ingediend. Als de wet wordt aangenomen, kunnen ouderen op hoge leeftijd die hun eigen leven voltooid achten met hulp op een zelfgekozen moment hun leven beëindigen. Dit is een uitleg van het wetsvoorstel in dertien stappen.

  • Een oudere vindt haar of zijn leven voltooid en heeft daarom een stervenswens ontwikkeld en gaat daarom naar een zogenaamde levenseindebegeleider. De levenseindebegeleider heeft een speciale opleiding gevolgd.
  • Een levenseindebegeleider stelt op basis van een aantal gesprekken vast of iemand voldoet aan de 9 zorgvuldigheidseisen van de wet, waarbij vrijwel direct gekeken kan worden of voldaan is aan een van de volgende zorgvuldigheidseisen: is de oudere minimaal 75 jaar oud en is de oudere een Nederlander ofwel minimaal 2 jaar ingezetene van Nederland.
  • De levenseindebegeleider en oudere met een stervenswens voeren hun eerste gesprek. De lengte van zo’n gesprek wordt niet wettelijk vastgelegd, maar duurt waarschijnlijk langer dan 3 uur.
  • Tijdens dit eerste gesprek moet de levenseindebegeleider een beeld krijgen of er voldaan wordt aan de zorgvuldigheidseisen. Denk aan de vraag of de wens besproken is met de naasten en of de begeleider overleg mag voeren met de huisarts. Als de oudere daarvoor toestemming geeft, kunnen zij ook betrokken worden bij het traject. Dat betekent absoluut niet dat zij iets mogen beslissen, maar de oudere kan het wellicht juist fijn vinden om samen met de levenseindebegeleider de naasten en huisarts mee te nemen in zijn of haar wens.
  • Tijdens het gesprek maakt de levenseindebegeleider de afweging of er ook andere hulp mogelijk zou zijn. De levenseindebegeleider zal dan de mogelijkheden schetsen van andere vormen van hulp.
  • Na het eerste gesprek stelt de oudere schriftelijk of door een filmopname een verklaring op dat hij of zij verzoekt om hulp bij zelfdoding. Hierna geldt er een minimale wachttijd van 2 maanden voordat een tweede gesprek plaatsvindt.
  • Er kan een tweede gesprek tussen de levenseindebegeleider en de oudere plaatsvinden. Hierbij wordt nogmaals gekeken of voldaan is aan de zorgvuldigheidseisen en de eerdere verklaring wordt opnieuw bevestigd. Ook vindt er een gesprek plaats met een onafhankelijke levenseindebegeleider, die ook kijkt of aan de zorgvuldigheidseisen is voldaan.
  • Als aan alle zorgvuldigheidseisen is voldaan, maakt de levenseindebegeleider in overleg met de oudere een afspraak voor het moment van hulp bij zelfdoding.
  • Op de afgesproken dag haalt de levenseindebegeleider persoonlijk de dodelijke middelen op bij de apotheker en gaat hij of zij naar de oudere.
  • Of er naasten aanwezig zijn bij het laatste moment is aan de oudere zelf, wel is wettelijk bepaald dat de levenseindebegeleider bij dit moment aanwezig is.
  • Indien de oudere de dodelijke middelen neemt (NB: iemand drinkt het drankje zelf), zal het proces dat daarna volgt net zo verlopen als bij de huidige euthanasiewet.
  • De levenseindebegeleider maakt een verslag op met alle relevante informatie en dient dit in bij een regionale toetsingscommissie die beoordelen of het proces zorgvuldig is doorlopen. Dit lijkt op de Regionale Toetsingscommissie Euthanasie (RTE), maar is net iets anders ingericht. RTE’s bestaan uit één jurist, één ethicus en één arts, maar omdat ‘voltooid leven’ geen medische grondslag hoeft te hebben, wordt de positie van de arts ingenomen door een levenseindebegeleider.

NB: Op ieder moment in het proces kan de oudere afzien van zijn of haarverzoek. Ook op het allerlaatste moment dat de oudere de dodelijke middelen in zijn of haar hand heeft is dit mogelijk. In dat geval brengt de levenseindebegeleider de middelen gewoon terug naar de apotheker.

De negen zorgvuldigheidseisen uitgelegd

De levenseindebegeleider zorgt dat het proces goed loopt. Hij schrijft de dodelijke middelen voor en haalt deze op, is aanwezig bij het moment van zelfdoding en zorgt dat de oudere de middelen goed gebruikt.

  • Iemand is wilsbekwaam en heeft op film of papier aangegeven dat hij dodelijke middelen wil innemen. 
  • Er is gevraagd of naasten betrokken zijn bij de wens en het verzoek. Ook wordt de mogelijkheid geboden om naasten alsnog te betrekken, wanneer iemand dat niet wil heeft dat geen invloed op het verzoek
  • De wens is vrijwillig, weloverwogen en duurzaam zijn hetgeen onder andere vastgesteld wordt door minimaal twee maanden tussen het eerste en tweede gesprek.
  • Andere mogelijke hulpvormen zijn, als ze er zijn, voorgesteld door de levenseindebegeleider aan de oudere maar deze hulp is niet gewenst.
  • De levenseindebegeleider moet uitleggen hoe hulp bij zelfdoding volgens deze wet werkt.
  •  Iemand is 75 jaar of ouder (volgt uit definitie oudere in artikel 1 samen met dit artikel)
  • Iemand woont in Nederland (of woont hier al minimaal 2 jaar legaal).
  • De oudere spreekt ook met een onafhankelijke levenseindebegeleider die ook kijkt of iemand voldoet aan de zorgvuldigheidseisen. Deze onafhankelijke levenseindebegeleider adviseert de eerdere levenseindebegeleider hierover.
  • Als een oudere het goed vindt, spreekt de levenseindebegeleider met de huisarts.