Meer kansen voor ouderen op de arbeidsmarkt

We kunnen ouderen niet missen op de arbeidsmarkt. Anno 2016 vormen 55-plussers 16% van de beroepsbevolking. De arbeidsmarkt voor ouderen zit echter op slot. Zij hebben grote moeite om een nieuwe baan te vinden. Deels komt dit door vooroordelen bij werkgevers, soms door achterhaalde kwalificaties, en deels door verouderde regels. Deze stimuleren ouderen om in oude banen te blijven zitten en eenmaal werkloos, te lang de tijd te nemen om een nieuwe baan aan te nemen. Investeringen in inzetbaarheid en het terugdringen van de risico’s van werkgeverschap komen zeker ook ouderen ten goede. Door meer scholing, meer nadruk op inzetbaarheid als onderdeel van de huidige carrière en met een activerende WW. Door meer nadruk op een leven lang leren in het onderwijs zorgen we voor een nog beter aanbod van opleidingen. Denk bijvoorbeeld aan gerichte beroepsopleidingen via ROC’s. Ook willen we dat het UWV structureel meer persoonlijke aandacht besteedt aan bemiddeling en scholing van ouderen en andere mensen met een grote kans op langdurige werkloosheid. 

Werkenden persoonlijk begeleiden

Het UWV krijgt met D66 70 miljoen euro extra per jaar, zodat werkzoekenden meer persoonlijke begeleiding krijgen. 

We willen daarnaast sommige specifieke regels voor ouderen veranderen. Regels die vaak zijn vastgelegd in CAO’s. Wij willen dat loon zoveel mogelijk betaald wordt op basis van prestatie en op basis van toegevoegde waarde in plaats van leeftijd. We willen dat jongeren gelijkwaardiger worden betaald. De verhoging van het minimumjeugdloon is een goede eerste stap. Niet te rechtvaardigen beloningsverschillen tussen jongeren en ouderen moeten worden rechtgetrokken. Dat verlaagt de druk bij werkgevers om vooral jongere mensen aan te nemen. Ook bovenwettelijke ontziemaatregelen voor ouderen zoals extra verlofdagen en vrijstelling van ploegendienst dragen bij aan die druk. Wij willen deze ombuigen naar keuzemogelijkheden die voor alle werknemers beschikbaar zijn. Tegelijk moet het normaler worden dat een werknemer een stapje terug doet in werklast en beloning. Soms is het beter voor werknemer en werkgever om een takenpakket te herijken wanneer bijvoorbeeld de fysieke vermogens van een werknemer achteruitgaan. Dit moet meer bespreekbaar worden en een integraal onderdeel uitmaken van het HR-beleid van werkgevers. De overgang van een werknemer of een zelfstandige naar een leefwijze met onbetaald werk, bijvoorbeeld vrijwilligerswerk, moet eenvoudiger worden. Maar ook het doorwerken als werknemer of zelfstandige tot op hoge leeftijd moet, voor diegenen die dat willen, mogelijk worden gemaakt. De overheid geeft als werkgever bij dit alles het goede voorbeeld.