Meer kansen op werk voor mensen met een niet-westerse achtergrond

Nederlanders met een niet-westerse achtergrond zijn drie keer vaker werkloos dan Nederlanders met een westerse achtergrond. Het gaat daarbij om meer dan 150.000 mensen, vooral jongeren. Ongeveer de helft van de hogere jeugdwerkloosheid is te verklaren door een gemiddeld lagere opleiding. Zoals voor elke Nederlander is het ook in deze situatie aan de leerling, hun ouders en de school om dit gat te dichten. Er zijn echter zo’n 50.000 jonge werklozen met een niet-westerse achtergrond waarvan de werkloosheid zich moeilijker laat verklaren. Een deel van de verklaring is te vinden in de keuze voor opleidingen die te vaak minder goed aansluiten bij de vraag op de arbeidsmarkt. En ook lijken er verschillen te zijn in de toegang tot netwerken, tot goede voorbeelden en ervaring met sollicitaties. Hier ligt een rol voor het onderwijs. Maar uit onderzoek blijkt dat ook discriminatie en stigmatisering een significante rol spelen. Van hun vooroordelen zijn werkgevers zich overigens lang niet altijd bewust.

D66 wil deze verschillen, die niets te maken hebben met uiteindelijke geschiktheid voor de baan, terugdringen. Uiteindelijk wordt dit probleem opgelost op de werkvloer en in de dagelijkse omgang tussen werkgevers en werknemers en werknemers onderling.

Maar de overheid kan hier, meer dan nu, een actieve helpende hand bieden. Allereerst door te investeren in goed onderwijs, in onderwijs met tweede en derde kansen en in een gedegen studiekeuze en goede sollicitatievaardigheden bij de betrokkenen. Ook kan de overheid als werkgever het goede voorbeeld geven door een actief diversiteits- en antidiscriminatiebeleid te voeren en te rapporteren over de samenstelling van haar personeelsbestand. Er worden experimenten opgezet voor neutrale sollicitatie- en promotieprocedures. Er worden afspraken gemaakt met vakbonden en werkgevers met duidelijke doelen en zelfverplichting. Er wordt geïnvesteerd in kennisopbouw over en verbreiding van effectief diversiteitmanagement. Tenslotte treedt de overheid actief en zichtbaar op in geval van discriminatie, waardoor onacceptabel gedrag bestreden wordt en de bewustwording toeneemt.