Onderwijsvisie: Het jonge kind

Obstakels van nu:
Valse start

De eerste jaren van een kind zijn voor een belangrijk deel bepalend voor de verdere ontwikkeling. Kinderen die in deze fase een achterstand oplopen, halen die later vaak nauwelijks meer in. Het ene kind groeit op in een taalrijke en stimulerende omgeving en gaat naar een goede kinderopvang. Het andere kind heeft onrustige eerste jaren, gaat helemaal niet naar de opvang en loopt een achterstand op. 

Op dit moment is er voor deze laatst genoemde groep kinderen vanaf 2,5 jaar 16 uur per week voor- en vroegschoolse educatie. Dat is er voornamelijk op gericht om spelenderwijs taalachterstanden in te halen. Maar eigenlijk is dit al laat en kunnen we de opgelopen achterstanden al moeilijk inhalen voor ze naar school gaan. Bovendien zorgen deze verschillende vormen van opvang ervoor dat kinderen al vanaf de eerste jaren worden gescheiden naar sociaaleconomische kansen. Terwijl het in die jaren juist belangrijk is voor kinderen om samen spelenderwijs op te groeien, omdat kinderen veel van elkaar leren. Op het gebied van taal maar bijvoorbeeld ook sociale regels. Een ander gevolg van deze gescheiden aanpak is dat een basisschool kinderen binnenkrijgt die van vier verschillende soorten opvang komen. Hierdoor kunnen zij lastig samenwerken, een soepele overgang voor ieder kind realiseren en zorgen voor een doorlopende leerlijn. De kwaliteit van de kinderopvang is de laatste jaren toegenomen maar, de gemiddelde educatieve kwaliteit is duidelijk nog te laag. Terwijl de kwaliteit van de kinderopvang van groot belang is voor de ontwikkeling van het kind. 

Spitsuur van het leven
Ouders van jonge kinderen zitten in een stressvolle levensfase door het combineren van zorg, werk en een sociaal leven. Het is het spitsuur van het leven. Hoewel veel jonge ouders gelukkig zijn, geven zij ook aan zich opgejaagd en gestrest te voelen. Op dit moment sluiten opvang en onderwijs onvoldoende aan op het leven van een jong gezin. Kinderen moeten naar verschillende locaties voor opvang of onderwijs. En de openingstijden van opvang zijn doorgaans niet afgestemd op afwijkende en flexibele werktijden. Ouders organiseren zich een slag in de rondte met oppas, grootouders en buren om de gebreken van de voorzieningen op te vullen. 

Versnippering
Niet alleen de kinderen zijn verdeeld, het hele beleid is versnipperd. Kinderopvang wordt vanuit de overheid nu voornamelijk gezien als instrument voor arbeidsparticipatie. Daarom wordt de kinderopvang betaald door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, werkgevers en werkende ouders zelf. Werkende ouders zijn vaak veel geld kwijt aan kinderopvang. Kinderen van ouders zonder werk kunnen niet naar de kinderopvang. Zij krijgen voor- en vroegschoolse educatie. Dat wordt betaald door het ministerie van Onderwijs en de gemeente. De achterliggende argumentatie achter dit verschil, is dat dit wordt gezien als instrument om achterstanden voor de basisschool te voorkomen. De laatste jaren is er meer aandacht voor de ontwikkeling van het jongste kind, maar dit komt uit ministerie van Volksgezondheid. Onderling is er nauwelijks aansluiting in beleid tussen onderwijs, zorg en sociale zaken. Deze versnippering in aanpak, doelstellingen, financiering, verantwoordelijkheid en toezicht zorgt ervoor dat er grote verschillen zijn in de kwaliteit en de toegankelijkheid. Het creëert verschillen tussen verschillende vormen van opvang. Dat is niet in het belang van de ontwikkeling van kinderen. Bovendien werkt dit de segregatie tussen kinderen verder in de hand. 

Op de scholenreis hebben we gezien dat er steeds meer plekken zijn waarbij kinderopvang, scholen en zorg nauw samenwerken. Samen zijn zij gericht op de ontwikkeling van het kind. Denk hierbij aan de brede scholen, vensterscholen en integrale kindcentra. Vanuit één organisatie geven zij, als gemeenschap, aan ieder kind de beste kansen. Door de versnippering van beleid lopen zij continu tegen belemmeringen in wet- en regelgeving aan. Vanuit de overheid zijn deze organisaties nog totaal gescheiden werelden met eigen inspecties. Een kind uit groep 1 mag bijvoorbeeld absoluut niet een dagje terug naar het opvang gedeelte. 85% van de bestuurders geeft aan hier last van te hebben. De overheid zit deze initiatieven op dit moment in de weg. Bovendien starten deze initiatieven vooral in wijken met veel tweeverdieners en weinig achterstandsleerlingen waardoor ook hier een tweedeling is te zien. D66 wil dat de brede school de norm wordt voor alle kinderen en niet langer de uitzondering.

Kinderen worden vanaf 2,5 jaar gesegregeerd naar de sociaaleconomische kansen

Voor de toekomst

Vanaf vier jaar gaan kinderen naar de basisschool. Dat is een vanzelfsprekendheid in Nederland. Wij willen kinderopvang minstens net zo belangrijk en vanzelfsprekend maken als school. Een plek waar alle kinderen kinderen naartoe gaan en er oog is voor hun ontwikkeling. Zodat er een samenleving ontstaat waar mensen met verschillende achtergronden letterlijk met elkaar hebben geknikkerd. Zodat ouders met een gerust hart naar hun werk kunnen gaan en weten dat hun kinderen in goede handen zijn.

Richtingwijzer 1:
Naar kinderopvang voor iedereen

De kinderopvang wordt een publiek bekostigde en algemeen toegankelijke voorziening. Aansluitend op het ouderschapsverlof krijgt elk kind in Nederland gratis opvang. De huidige opvang, voorschoolse educatie en peuterspeelzaal worden samengevoegd tot één voorziening. Zo worden alle kinderen bereikt, groeien ze samen op en leren ze van elkaar. En zo wordt het toegankelijk voor alle ouders.

D66 wil af van het toeslagensysteem. Eerder heeft D66 een voorstel gedaan om dit te realiseren en de kinderopvang een gratis publieke voorziening  te maken. De kinderopvang wordt direct publiek bekostigd. Daarbij hoort dat alle kinderopvangorganisaties maatschappelijk verantwoord ondernemen en zich blijven inzetten om de kwaliteit en de veiligheid van de kinderopvang te verbeteren. Het belang en het welzijn van het kind staan voorop. Zo behouden we de kenmerkende creativiteit, professionaliteit en dienstverlening van deze sector. Maar maken we een einde aan de cowboys en de sprinkhanen op de markt.

Het gratis maken van de kinderopvang vraagt om een flinke investering. Een goede en eerlijke start heeft forse maatschappelijke baten, zowel voor kinderen als voor de samenleving als geheel. Nobelprijswinnaar Heckman heeft aangetoond dat hoe jonger de investering in het kind, des te meer profijt later voor het kind en de samenleving. Het voorkomt toekomstige ineffectieve kosten. Denk hierbij aan kosten in de zorg, sociale voorzieningen, alfabetiseringsprogramma’s, achterstandenbeleid, schooluitval, en verval naar criminaliteit. Maar het zorgt ook voor hogere economische opbrengsten door de beter opgeleide beroepsbevolking. Dit wordt aangeduid met het ‘skill multiplier-effect’: vaardigheden die worden aangeleerd in de periode 0-4 zijn bepalend voor de leerprestaties later. Dit effect is sterker voor kinderen met het risico op achterstanden. Hoe jonger de achterstanden worden aangepakt, des te beter de achterstanden weer worden ingelopen of zelfs ongedaan gemaakt kunnen worden. Voorkomen is en blijft beter, en goedkoper, dan genezen.

Een toegankelijke en kwalitatieve kinderopvang heeft ook een positief effect op werkende moeders. Nederlandse moeders werken internationaal vergeleken weinig uren. 9 op de 10 moeders is op enig moment thuis terwijl de partner werkt. In gezinnen waarvan kinderen naar de opvang gaan, werken moeders meer uren; terwijl er geen samenhang is met de gewerkte uren van de vader. Dit toont aan dat de zorg voor kinderen voor en na school op dit moment nog grotendeels rust op de schouders van de moeders. Zij hebben er profijt van als de opvang beter wordt geregeld. Moeders kunnen meer uren werken, daardoor betere posities krijgen en financiële onafhankelijkheid bereiken. Goed voor de positie van de vrouw én goed voor de samenleving en de economie.

Wij werken toe naar een toekomst waar opvang en onderwijs fysiek op één locatie worden aangeboden met ruime openingstijden. De brede school biedt een aanbod van 0 tot 12-jaar met zowel opvang als onderwijs. Hierdoor is de kinderopvang beter toegespitst op het moderne gezinsleven. Het draagt bij aan een meer ontspannen en plezierig werk- en privé balans voor jonge ouders. Er is bovendien één aanspreekpunt voor ouders. Dat versterkt ook de onderlinge betrokkenheid en samenwerking tussen ouder(s), leraar en pedagogisch medewerker. Voor het kind verzacht het de wisselingen op een dag en in hun schoolloopbaan. Een kind is op één plek, met dezelfde kinderen om zich heen, waar dezelfde regels gelden, en eventueel met hun broertje of zusje in de buurt. Deze rust is in het belang van het kind. Bestaande mooie kinderopvangfaciliteiten kunnen blijven. Wel is het van belang dat er nauwe onderlinge samenwerking ontstaat met de basisschool.

Richtingwijzer 2:
Naar het samenspeelrecht

Zoals genoemd zijn de eerste jaren van een kind zeer bepalend voor de verdere ontwikkeling. Daarom is het van belang dat de kwaliteit van de kinderopvang goed op orde is. Er is aandacht nodig voor de ontwikkeling van het kind. Voor kinderen tot zes jaar voeren we een samenspeelrecht in (voor oudere kinderen een leerrecht, zie daarvoor het hoofdstuk onderwijs en zorg). Dit betekent niet dat kinderen achter een bureautje een kleutertoets aan het maken zijn, maar dat kinderen samen opgroeien in een taalrijke en stimulerende omgeving. Jonge kinderen spelen en zingen samen en luisteren samen naar verhaaltjes en liedjes. Kinderen met taalachterstand krijgen extra ondersteuning.  Tussen de middag krijgen de kinderen een gezonde warme maaltijd.

De opvang voorziet zowel in zorg als ontwikkeling en dit loopt soepel in elkaar over. Leraren gespecialiseerd in het jonge kind en pedagogisch medewerkers werken samen voor de gezonde ontwikkeling en het veilig opgroeien van kinderen (zie Leraren). Dit verhoogt de kwaliteit en het aanzien van de kinderopvang. Onderzoek toont aan dat de kwaliteit van de voorzieningen grotendeels wordt bepaald door de kwaliteit van de professional. Leraren creëren een stimulerende omgeving en vormen het leerplan, waarin jonge kinderen spelenderwijs sociale, motorische en taalvaardigheden ontwikkelen. Door spraak- en taalvaardigheden te bevorderen (zoals woordenschat en klanken), leren kinderen op latere leeftijd makkelijker lezen en schrijven. Samen houden de leraar en de pedagogisch medewerker de ontwikkelbehoefte van het kind in de gaten en bieden maatwerk. Zoals bij de leraren beschreven komen ook de pedagogisch medewerkers in de onderwijs-cao. Pedagogisch medewerkers verdienen een eerlijk salaris in vergelijking met leraren. En ook voor hen geldt dat de beroepsgroep een grote rol dient te spelen bij besluiten over de inhoud van het vak. 

Samenbrengen beleid
De overheid bevordert de samenwerking in wet- en regelgeving en financiering. De overheid ziet toe op de kwaliteit, de gezondheid en veiligheid van de voorzieningen voor het jonge kind. In samenspraak met het veld worden richtlijnen opgesteld voor de ratio begeleider-leraar/kind. De onderwijsinspectie en de GGD vormen een gezamenlijke inspectie voor de kinderopvang en de basisschool (zie Systeem). De kinderopvang valt onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van onderwijs.

Geduld met kinderen
Door de vroege startleeftijd en de kwaliteitsverbeteringen kunnen achterstanden ongedaan worden gemaakt. Jonge kinderen beginnen hierdoor niet langer met een valse start aan de basisschool. Er is een doorlopende ontwikkellijn waardoor het mogelijk wordt om te differentiëren met overgangsleeftijden. We hebben dus geduld met kinderen; ze maken de stap naar het basisonderwijs als ze er klaar voor zijn. Hierdoor wordt de eerste leservaring geen verveling of ‘ik-kan-het-niet-ervaring’, beide destructief voor de leermotivatie van kinderen. Daarnaast zorgt deze persoonlijke benadering ervoor dat de kinderopvang inclusief kan worden en ook kinderen met een handicap  erheen kunnen. Hoe de dag eruitziet als de kinderen aan het basisonderwijs starten, wordt in het volgende hoofdstuk beschreven.

Voorstellen

  1. Kinderopvang als gratis voorziening voor elk kind
  2. Samenspeelrecht voor kinderen van 0-6 jaar. Kinderen met achterstand krijgen extra ondersteuning.
  3. Hoge kwaliteit, veiligheid en gezondheid van opvang
  4. Ruime openingstijden voor de kinderopvang
  5. Naar opvang en basisschool op één locatie
  6. Warme lunch voor de kinderen
  7. Gezamenlijke inspectie op onderwijs en opvang.
  8. Een doorlopende ontwikkellijn waardoor het mogelijk wordt om te differentiëren met overgangsleeftijden
  9. Kinderopvang valt onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van OCW. De ontwikkeling van het kind staat centraal.
  10. Strengere regels aan maatschappelijk verantwoord ondernemen voor kinderopvangorganisaties