Corona & de regels

Veel maatregelen berusten op vrijwilligheid. Andere maatregelen zijn wel verplicht. Dat vraagt goede wettelijke regeling. Met een goede balans tussen snel kunnen handelen en en betrokkenheid van volksvertegenwoordigers. Dat is een zoektocht.

Jeroen Mooijman

Juridische basis

Maatregelen zoals advies om je handen te wassen en thuis te blijven als je ziekt bent, berusten op basis van vrijwilligheid. D66 steunt dat, omdat wij uitgaan van de eigen verantwoordelijkheid van mensen. Andere maatregelen, bijvoorbeeld de veilige afstandsnorm en het verbod op evenementen zijn wel verplichtingen. Deze zijn nu neergelegd in regionale noodverordeningen, die bedoeld zijn voor een korte tijd. Die maatregelen beperken onze grondrechten, zijn weinig democratisch tot stand gekomen en zijn soms onduidelijk. In de eerste fase van acute spoed viel dat nog te begrijpen, maar nu de maatregelen langer duren, begint dit te knellen. Dat vindt ook de Raad van State. Sommige maatregelen maken namelijk een inbreuk op onze grondrechten en dan is een wet die is aangenomen door de Tweede en de Eerste Kamer vereist.

Goede wettelijke regeling

D66 wil dat in de plaats van de noodverordeningen er een goede wettelijke regeling komt, waar het parlement in openbaarheid over debatteert en stemt. Wat mag de minister wel, en wat niet? En als er beperkingen nodig zijn: welke dan, en onder welke voorwaarden? Nu is onder de noodverordeningen te veel mogelijk zonder democratische controle. Het feit dat D66 een wet noodzakelijk vindt, betekent niet dat wij zomaar met een nieuwe Coronawet instemmen. Die wet moet wel goed zijn. In die wet moet een balans zitten tussen betrokkenheid van volksvertegenwoordigers en de noodzaak snel te kunnen optreden in geval van nood. Het vinden van die balans is niet eenvoudig.

Bedenkingen bij wetsvoorstel

Het kabinet heeft in het voorjaar een voorstel gepresenteerd waar D66 veel bedenkingen bij had. Zo vond D66 de duur van de tijdelijke wet, één jaar, nog veel te lang. Ook had D66 ernstige bezwaren tegen het handhaven van het verbod op groepsbijeenkomsten achter de voordeur. Daarnaast wilden we dat de Tweede Kamer een grote rol kreeg bij het instellen van nieuwe maatregelen ter bestrijding van corona. De wet moet er niet voor zorgen dat de Minister van Volksgezondheid méér bevoegdheden krijgt, maar dat zijn rol juist kleiner wordt en die van het parlement groter. 

Wetsvoorstel is gewijzigd

Op bovenstaande punten is de wet nu gewijzigd: de rol van het parlement is stevig vergroot. Als de minister maatregelen wil nemen, moet hij die eerst voorleggen aan de Kamer. Daarnaast is handhaven achter de voordeur niet meer mogelijk en wordt de wet maar zes maanden geldig. Dat is een stap in de goede richting.

Er zijn echter nog steeds punten waarop verbetering nodig is.

Drie maanden geldig
Zo vinden we de duur van de wet nog steeds te lang. De wet biedt mogelijkheden om beperkende maatregelen te nemen, en daarom moet de wet alleen geldig zijn wanneer dat nog nodig is voor de bestrijding van het coronavirus. We weten niet goed hoe lang dat zal zijn. Daarom willen we dat de wet slechts drie maanden geldig wordt (in plaats van zes). Daarna is verlenging mogelijk, mocht dat nodig zijn -vanwege bijvoorbeeld een tweede golf-, maar alleen na een debat met het parlement. Zo blijft de Tweede Kamer in control.

Geen torenhoge boetes
Ook vinden we de boetes erg hoog. We willen dat mensen niet worden geconfronteerd met torenhoge boetes als ze een keer de fout ingaan. Daarnaast mag zo’n boete nooit meetellen voor je Verklaring Omtrent Gedrag.

Verpleeghuizen
Verder maakt D66 zich zorgen over mensen in verpleeghuizen en andere zorginstellingen. Als zij geen bezoek kunnen krijgen en op hun kamer moeten blijven is dat een vergaande beperking van vrijheid van mensen. Die worden in feite opgesloten. 

Grondige behandelingen in het parlement

Over de Coronawet wordt veel geschreven en gezegd. Helaas zitten daar ook veel onwaarheden bij. Zo denken mensen dat de Tweede Kamer deze wet even snel op een achternamiddag zou aannemen. Dat is onzin.

De wet wordt grondig en serieus behandeld. Met een schriftelijke behandeling en een uitvoerig debat in de Tweede Kamer. Ook is er begin september een hoorzitting met diverse deskundigen.

Hoewel de wet al stukken beter is geworden, houdt D66 een aantal bezwaren. Tijdens de behandeling van de wet zullen we die naar voren brengen en voorstellen voor verbetering doen.