Rob Jetten tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen

De dagen na Prinsjesdag debatteert de Tweede Kamer over de plannen van het kabinet. Namens D66 voert waarnemend fractievoorzitter Rob Jetten het woord. Hieronder lees je zijn bijdrage. Hij sprak over de woningnood, de kansencrisis in het onderwijs en het belang van een stevige klimaataanpak. Ook deed hij een oproep om excuses te maken voor het slavernijverleden.

22.09.2021

Bekijk de bijdrage van Rob Jetten aan de Algemene Politieke Beschouwingen terug.

Beeld: Rob Jetten tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen 2021.

Het zijn vandaag bijzondere Algemene Beschouwingen. Meestal staan hier de coalitiepartijen het beleid van het kabinet te ondersteunen, en heeft de oppositie daar kritiek op. Maar vandaag voeren we dit debat met een demissionair kabinet. Voor zover ik heb kunnen nagaan, is dat voor de eerste keer in de geschiedenis. En dat terwijl het kabinet inmiddels driedubbel demissionair is.

  • In januari is het volledige kabinet afgetreden naar aanleiding van de toeslagenaffaire. De documentaire Alleen tegen de Staat liet pijnlijk treffend zien hoe de overheid ouders totaal heeft geïsoleerd, geruïneerd en vernederd, en zonder enige uitweg heeft achtergelaten. Het vertrouwen van mensen in hun eigen overheid, en daarmee ook in ons als politiek, is bijna onherstelbaar beschadigd.
  • Vervolgens zijn er in maart verkiezingen geweest met ingrijpende consequenties voor het politieke landschap. 
  • En vorige week heeft een meerderheid van deze Kamer het handelen van het volledige kabinet als onverantwoord beoordeeld, en afgekeurd.

Van een driedubbel demissionair kabinet kunnen wij niet verwachten dat het met allerlei nieuwe plannen en voorstellen komt. Dat zou deze Kamer, terecht, ook niet accepteren. De democratische legitimatie van dit kabinet is zeer beperkt. Ik heb daarom begrip voor de relatief beleidsarme begroting. Liever zou ik hier evenwel tegen een nieuw, fris kabinet aankijken dat werk maakt van de grote opgaven van deze tijd. Ook al in 2022.

Mijn fractie wil een constructieve bijdrage leveren, in welke rol dan ook. Er is D66 veel aan gelegen om 2022 geen verloren jaar te laten zijn. De plannen die het kabinet gisteren heeft gepresenteerd, kunnen nog worden gewijzigd. Door een nieuw kabinet, of – als dat niet op tijd lukt – door deze Kamer. Daarom waardeer ik het initiatief van collega Hermans van de VVD om met zes partijen in gesprek te gaan over aanpassingen in de begroting.

Hopelijk leidt dit tot een akkoord over de begroting 2022. En wie weet smaakt dit naar meer. Een stabiele en brede coalitie van partijen die samen tot zakelijke afspraken komt en het land daadkrachtig regeert… dat zou wat zijn!

Er ligt een grote agenda te wachten op het volgende kabinet. Als eerste denk ik aan de groeiende ongelijkheid in kansen tussen mensen. Ongelijke kansen zijn gemiste kansen. Gemiste kansen voor ieder kind dat wel talenten heeft, maar niet de mogelijkheid om die talenten te ontplooien. En gemiste kansen voor onze samenleving. Want als mensen niet de kans krijgen om het beste uit zichzelf te halen, leidt individuele kansenongelijkheid tot collectieve verarming.

Goed onderwijs is de belangrijkste motor voor gelijke kansen. Maar die motor hapert. In de Miljoenennota staat een confronterend plaatje, dat laat zien dat Nederlandse scholieren slechter lezen en rekenen dan 15 jaar geleden.

Leraren doen hun deel, met overtuiging en vakmanschap, iedere dag opnieuw. Maar de politiek stelt leraren onvoldoende in staat om te doen waar zij goed in zijn: ieder kind de aandacht geven dat het verdient. Terwijl wij voor onze welvaart nu en in de toekomst afhankelijk zijn van goed opgeleide mensen. Forse investeringen in onderwijs, onderzoek en wetenschap zijn daarvoor noodzakelijk.

Die investeringen zouden met name gericht moeten zijn op geduld met kinderen met gratis kinderopvang en een brede brugklas, waardering voor leraren met een hoger salaris en het zo snel mogelijk oplossen van het lerarentekort—dat vooral speelt op de plekken waar goede leraren het hardst nodig zijn. Een betere beloning is daarvoor essentieel. Maar ook dat leraren niet te pas en te onpas formulieren hoeven in vullen om te verantwoorden wat ze doen. Het broodnodige extra geld moet terechtkomen waar het hoort: in de klas. Buiten de klas moet er extra tijd zijn voor huiswerk, sport en cultuur. Het rendementsdenken in het hoger onderwijs moeten we achter ons laten zodat studenten in alle vrijheid weer kunnen doen wat ze willen doen: studeren.

In het Document op hoofdlijnen dat de VVD en D66 deze zomer samen hebben geschreven, hebben we de tegenstellingen tussen onze partijen overbrugd en deze grote ambities voor het onderwijs en wetenschap gemarkeerd. Een volgend kabinet moet daar mee aan de slag, liever vandaag dan morgen.

Voorzitter, waar de kansenongelijkheid op dit moment zeer nijpend is, is in de zoektocht naar een betaalbaar huis. De huizen- en huurprijzen blijven extreem hard stijgen. Kassa voor huiseigenaren en huisjesmelkers, maar een drama voor mensen – en vooral jonge mensen en starters – die een woning zoeken of er een willen huren. 

Meer huizen bouwen is noodzakelijk, in hoog tempo. Dat het kabinet daar voor komend jaar extra geld voor uittrekt, is niet meer dan terecht. Maar meer bouwen is niet het enige wat er moet gebeuren. We zullen nieuwe buurten en wijken moeten ontsluiten met de aanleg van stations en spoor. We zullen moeten kijken naar alles wat met belastingen te maken heeft: de verhuurderheffing, de hypotheekrenteaftrek, de belastingvrije ton voor vermogende ouders, de onroerendzaakbelasting. En we zullen de ongelijkwaardige macht van huisjesmelkers moete breken, bijvoorbeeld door de inkomenseisen voor huurders te maximeren.

De OESO, het IMF, het CPB, de Nederlandsche Bank: alle experts bepleiten een combinatie van dit soort ingrijpende aanpassingen om de belofte van een goede en betaalbare woning voor iedereen in te kunnen lossen. Alleen politieke partijen met drie letters zijn nog tegen. Maar ook hun verzet is uiteindelijk onhoudbaar. Want als mensen niet betaalbaar kunnen wonen moeten in Den Haag de heilige huisjes omver.

Voorzitter, het is bijna onmogelijk om vandaag vorm te geven aan algemene beschouwingen over het kabinetsbeleid. Maar er bestaat ook in deze situatie een noodzaak voor specifieke beschouwingen. Die moeten gaan over de klimaat- en natuurcrisis. Debatten over de houdbaarheid van de staatsschuld hebben geen zin zonder het inlossen van onze klimaatschuld. 

Wie de wetenschap niet wil geloven, kon het deze zomer met eigen ogen zien. Zevenhonderd Valkenburgse gezinnen zijn ontheemd. De schade voor de stad wordt geschat op vierhonderd miljoen euro. En dan heb ik het nog niet eens gehad over de rest van Zuid-Limburg. In Duitsland werden 190 doden geteld en liep de schade op tot dertig miljard. Van Frankrijk tot Griekenland werd de natuur in de fik gezet door allesverzengende hitte. Op het door droogte geteisterde Madagaskar worden meer dan een miljoen mensen door honger bedreigd.

Nederland heeft nu een bijzondere verantwoordelijkheid om de leiding te nemen en het tij te keren. Niet per se vanwege onze omvang. Voor iedere Nederlander in de wereld zijn er 453 niet-Nederlanders. Wel vanwege onze milieuafdruk: een Nederlander stoot drie keer zoveel uit als de gemiddelde wereldburger. Wel vanwege onze welvaart, onze kennis en het gevaar van onze lage ligging.

De vraag is niet of we het kunnen, de vraag is of we het willen. De Europese Unie is wat dit betreft hard op weg zijn meerwaarde te bewijzen: de slagkracht van bijna een half miljard Europeanen wordt in sneltreinvaart vervat in regels, belastingen en subsidies. Het is ook hoopgevend dat de minister-president zelfs binnen onze Unie olympisch kampioen klimaatactie wil worden. Diezelfde olympische ambitie volgt hopelijk ook bij de even benodigde biodiversiteitsactie. 

Tegen de premier zeg ik: Olympisch kampioen word je alleen niet liggend op de bank voor de buis. Daarvoor moet je vroeg opstaan en aan het werk. En voor je überhaupt aan de Spelen mee mag doen, moet je je je kwalificeren met topprestaties op de nationale kampioenschappen.

Het is allemaal niet vrijblijvend. Het is een plicht. Mensen komen voor hun belangen op en halen hun recht. De vervuilende daad van de een leidt tot aantoonbare schade van de ander. En gelukkig hebben wij een rechtsstaat waarin je als burger niet zomaar de schade die je van een ander ondervindt hoeft te accepteren. Het slepende stikstof-dossier en de Urgenda-opdracht zijn belangrijke voorbeelden.

Het kabinet is nu stapje voor stapje aan de slag gegaan. Maar die benadering is onvoldoende. Miljarden investeringen in Rotterdam worden misgelopen vanwege een nog altijd te hoge stikstofuitstoot, de natuur is in gevaar en er worden te weinig huizen gebouwd voor mensen.

Welk kabinet er dus ook komt: het moet meer, sneller, beter. Maar ook dit demissionaire kabinet kan zich niet van de plicht ontslaan om al het nodige te doen om het Urgenda-doel van 2022 toch te halen. 

Waarom zouden we dan niet nu de maatregelen nemen die nodig zijn? De pleister er in één keer af in plaats van de pijn langzaam uit te smeren? Aan de ideeën en mogelijkheden ligt het niet. We zouden zo snel mogelijk nog een kolencentrale kunnen sluiten. We kunnen de afvalverbrandingsinstallaties nu al afschalen. 

Hoe langer we wachten hoe onveiliger het wordt in ons land en hoe meer belastinggeld we zullen moeten verkwisten aan dwangsommen, dure last-minute ingrepen en onherstelbare schade. Als je dat weet, waarom zou je dan treuzelen?

Het roer moet om. We zullen in 2030 zestig procent minder CO2 uit moeten stoten. We zitten nu amper op 25% en hebben nog maar 8 jaar. Mensen zelf doen al hun deel. Nu gaat het met name om de industrie en de landbouw. En daar heeft de overheid bij te helpen.
 
Groene industriepolitiek is nu gemeengoed in deze Kamer. Daar kunnen we dus mee aan de slag. Ik wil de plannen en de toezeggingen zo snel mogelijk zien. Van elke grote vervuiler. De overheid gaat helpen. Voor de grote dertig vervuilers sta ik open voor gesprekken over maatwerk. Maar alleen met harde toezeggingen. Er zijn geen gratis lunches voor grote bedrijven.
 
De landbouw moet versneld de omslag maken naar kringloop. Binnen tien jaar moet er een einde komen aan de bio-industrie. Dat moet ruimhartig: boeren kunnen er niets aan doen dat ze in het hamsterwiel van intensivering terecht zijn gekomen. Onze plannen zijn er niet alleen voor de natuur maar ook voor de toekomst van de boeren. Wij willen dat zij meer verdienen met minder vee. Dat is mogelijk, maar het is ook noodzakelijk. 

De natuur is wereldwijd in de verdrukking. Driekwart van de insecten is verdwenen. Diersoorten gaan verloren voor volgende generaties, de voedselketen staat onder de druk en de opwarming van de aarde wordt versneld. Om hier iets aan te doen wil ik dat Nederland op de grote biodiversiteitsconferentie in China koploper is. Daar kunnen we de afspraken maken die we hier ook op nationaal niveau uitvoeren. 

Deze klimaatambitie kan alleen slagen als het gepaard gaat met een even hoge sociale ambitie. Wie in een tochtig huis woont met een hoge energierekening wordt als eerst geholpen. Wie elektrisch wil rijden moet dat betaalbaar en tweedehands kunnen doen. Wie het openbaar vervoer wil gebruiken moet overal snel en schoon naartoe kunnen. 
 
Laat ik over deze drastische overgang helder zijn. De klimaat- en natuurcrisis kunnen we nu alleen nog aanpakken zoals de coronacrisis. Dat wil zeggen: zonder omkijken en in het voortdurende besef dat we fouten zullen maken en dat het soms ook verschrikkelijk duur zal zijn. Als we falen is de prijs vele malen hoger dan hetgeen we nu nog makkelijk op kunnen brengen met onze portemonnee. Als we slagen kunnen we beter leven, veiliger zwemmen, schoner ademen, rijker leven en comfortabeler wonen dan we ooit hebben gedaan. 

Voorzitter,

Begin deze maand bracht de Surinaamse president Santhoki een historisch staatsbezoek en ontmoette hij ons parlement in de Ridderzaal. Hij sprak indrukwekkend over de relatie tussen Nederland en Suriname. En over de geschiedenis die wij delen. Ik citeer: “De banden tussen onze landen zijn historisch. We zijn eeuwenlang met elkaar verbonden, zelfs in een relatie die gekenmerkt moet worden door zwarte bladzijden in ons beider geschiedenis.” Een geschiedenis waar wij ons nog altijd rekenschap van moeten geven. 

In eerdere debatten heb ik aandacht gevraagd voor de manier waarop het slavernijverleden en de koloniale geschiedenis doorwerkt in onze hedendaagse samenleving. Hoe patronen van stereotypering, discriminatie en institutioneel racisme voortkomen uit die geschiedenis en tot op de dag van vandaag leiden tot minder kansen voor veel Nederlanders. 

Voor mij is het historische bezoek van Santhoki een nieuwe aanleiding om die geschiedenis zo snel mogelijk recht te doen. En daarom doe ik vandaag opnieuw een oproep aan de collega’s in deze zaal. Als Nederland zijn excuses aanbiedt voor onze rol in het slavernijverleden kan dat het begin zijn van een heling van de wonden. Het kan de basis zijn voor een toekomst waarin we elkaar liefhebben, elkaar vertrouwen, elkaar sterker maken. 

Voorzitter, tot slot: ik heb vandaag, in de milieutraditie van mijn partij, lang stil gestaan bij wat we kunnen doen om de dreigende klimaat- en natuurramp te voorkomen. Dat is voor mij, in letterlijke zin, fundamenteel. Bij een gebrek aan kabinetsbeleid om algemeen te beschouwen heb ik de kans aangegrepen om specifiek te zijn.

Rijksbouwmeester Floris Alkemade vraagt in zijn essay De Toekomst van Nederland: ‘zijn we sterk genoeg om in onze eigen tijd te leven’? Waarmee hij bedoelt: kunnen we op tijd van richting veranderen? 

Laten wij die vraag in dit parlement beantwoorden. Ik hoop dat het antwoord luid en duidelijk klinkt. In één lettergreep en twee letters. Ja.