Vijf vragen aan Wouter Koolmees over coronasteun

Wouter Koolmees in gesprek op Congres 110 in Breda – Foto: Jeroen Mooijman

Wouter Koolmees, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, moest in een paar weken tijd een noodmaatregel (NOW) uit de grond stampen om zoveel mogelijk te voorkomen dat bedrijven failliet gaan en mensen hun baan verliezen.

Wanneer besefte je dat Nederland in een crisis was beland? 

“In normale tijden kunnen bedrijven die tijdelijk minder werk hebben door een calamiteit een beroep doen op een gedeeltelijke WW-uitkering voor hun personeel. Vóór corona gebeurde dat zo’n 200 keer per jaar. Sinds eind februari zagen we de aanvragen voor de regeling snel oplopen. Het besef groeide dat het coronavirus niet alleen forse impact heeft op de zorg en gezondheid van mensen, maar ook op de economie. Op 13 maart hadden we in een dag een verdubbeling van 2.500 naar 5.000 aanvragen. In dat weekend is besloten dat de horeca op zondagavond dichtging. De crisis werd toen in volle omvang duidelijk. Op maandag was het aantal aanvragen voor de werktijd- verkorting vertienvoudigd naar 54.000 en was de regeling niet meer houdbaar. Toen wisten we: we moeten iets nieuws bedenken.”

Dat werd de NOW. Wat houdt deze Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid in? 

“De NOW heeft als belangrijkste doel: het behoud van banen. Alle bedrijven die minimaal 20 procent omzetverlies hebben, krijgen – afhankelijk van hun omzetverlies – tot 90 procent van hun loonkosten vergoed. Bedrijven kunnen zo hun personeel met al hun kennis en ervaring zoveel mogelijk in dienst houden. En werkne- mers krijgen zo hun salaris doorbetaald, zodat ook zij hun lasten en onkosten kunnen blijven betalen. De regeling is zo gemaakt dat hij robuust en snel uitvoerbaar is en bedrijven snel hun geld krijgen. De eerste bedrijven hadden vier dagen na opening van het loket al geld op hun rekening. Meer dan 1,5 miljoen mensen krijgen inmiddels deze inkomenssteun van de overheid – dat is gigantisch.”

Wat kost dit, en hoe gaan we dit met z’n allen betalen?

“Volgens onze voorspellingen kost deze regeling 10 miljard voor de eerste drie maanden. En als we de regeling verlengen, dan kost het nog een keer zo’n bedrag. Dat is heel veel geld. Maar als we hiermee de eerste harde klappen kunnen opvangen en grote snel stijgende werkloosheid – zoals in de VS – kunnen voorkomen, dan is het welbesteed. Dat neemt niet weg dat we hoe dan ook in een crisis zitten. Niet alleen in een gezondheidscrisis, ook in een economische crisis. Er zullen bedrijven failliet gaan en mensen hun baan verliezen, hoe stevig en groot onze maatregelen ook zijn. Ik besef dat dat een harde boodschap is, maar het is wel de enige eerlijke boodschap. In deze crisis wordt ook nóg scherper duidelijk dat mensen met een tijdelijk contract of oproepkrachten als eerste hun baan kwijtraken. Dat onderstreept voor mij de noodzaak om de arbeidsmarkt zo te hervormen dat er meer gelijke kansen ontstaan. Als voorzitter van de commis- sie die het D66-verkiezingsprogramma schrijft, neem ik dat zeker mee.”

Als (tijdelijk) vicepremier ben je nu ook lid van de ‘nationale crisisstructuur’. Hoe is het om zo’n verantwoordelijkheid te dragen?

“Omdat Kajsa nog niet teruggekeerd was na haar ziekte toen het virus uitbrak – nu gelukkig wel! – zit ik als tijdelijk vicepremier inderdaad in het hart van de besluiten, de overleggen met het RIVM en de andere deskundigen. We nemen als kabinet grote besluiten, met veel impact op de samenleving en het leven van mensen. Dat is zeer nodig om het virus een halt toe te roepen. Maar dat laat
me natuurlijk niet onberoerd. Op een zeldzaam moment van rust, komt dat soms echt wel even binnen. Ik heb grote bewondering voor de professionaliteit en deskundigheid van de mensen die ons adviseren. We mogen trots zijn op de kennis en wetenschap die we in Nederland hebben.”

Je werkt momenteel dag en nacht, je bent nauwelijks thuis. Hoe gaat het eigenlijk met jou en met je gezin?

“Goed hoor! Ik ben gezond, mijn vriendin en de kinderen ook. Dat is het allerbelangrijkste natuurlijk. Ik zie ze inderdaad nog minder dan anders. Dat vind ik soms best lastig, zeker omdat de kinderen thuis zijn nu en niet naar school kunnen. We regelen het zo goed en zo kwaad als het gaat, net als al die andere gezinnen in Nederland.”