Vijf vragen aan Achraf Bouali

Na vier jaar verlaat Achraf Bouali de Tweede Kamer. Hij hield zich tijdens zijn Kamerlidmaatschap bezig met internationale handel en ontwikkelingssamenwerking. Wij stelden hem vijf vragen.

25.03.2021

Foto: Jeroen Mooijman - Beeld: Achraf Bouali

Waar ben je het meest trots op?

Ik ben er trots op dat wij in de coalitie gezorgd hebben dat er extra budget voor ontwikkelingssamenwerking kwam. Daarmee kunnen we heel mooie dingen doen in de wereld.
Ik bezocht samen met Maarten Groothuizen een vluchtelingenkamp in Jordanië en daar zagen we dat wat wij in Nederland doen op het gebied van ontwikkelingssamenwerking ervoor zorgt dat bijvoorbeeld kinderen naar school kunnen gaan. Ik heb toen ook een motie ingediend om 100 miljoen euro vrij te maken voor onderwijs voor kinderen in bijvoorbeeld vluchtelingenkampen.

Ook de motie waarbij we Holland Houses in 23 landen hebben opgericht vond ik mooi. Dit zijn hubs waar Nederlandse bedrijven in het buitenland steun krijgen.

Wat ga je het meest missen?

De dynamiek van volksvertegenwoordiger zijn waarbij je de hele dag met mensen over de hele wereld spreekt maar vooral ook in Nederland over onze positie internationaal. Dat ga ik het meest missen.

Wat is de belangrijkste les die je geleerd hebt van je tijd in de Kamer?

In de Kamer heb ik geleerd hoe je coalities moet smeden. Dat doe je door met elkaar samen te werken en ook ruimte te geven aan anderen.

Welk leuke of mooie moment van je kamerlidmaatschap ga je nooit meer vergeten?

Onze werkreis naar Colombia waarbij we met veel kamerleden in één week alles te zien kregen ga ik niet meer vergeten. Van vluchtelingencentra tot -koffieplantages en palmolieplantages. Dan zie je dat ook alles in een ander land ook aan ons land raakt.

Onze Ambassadeur daar in Colombia had ook geregeld dat we een ontmoeting hadden met Colombiaanse parlementariërs en met de President; heel gaaf!

Waar gaan we je terugzien in de toekomst?

Ik weet het nog niet. Ik heb een droom om misschien les te gaan geven in het buitenland. Maar misschien wil ik me ook wel inzetten voor mijn stad Amsterdam. We shall see!