Blijf op de hoogte!

Door uw mailadres in te vullen en op "verstuur" te klikken geeft u ons toestemming om uw mailadres op te slaan. Dit gebruiken wij om u regelmatig updates te sturen. Hier kunt u meer vinden over hoe wij omgaan met uw persoonsgegevens.

Steun ons en help Nederland vooruit

Basis & voortgezet onderwijs

Goed onderwijs en kansen voor kinderen begint bij de basis. Door de komst van passend onderwijs is er sprake van grotere verschillen tussen leerlingen in de klas. Dat vraagt om maatwerk. Dat kunnen we alleen bieden als er voldoende handen in de klas zijn.

Besteed onderwijsgeld aan onderwijs

Geld voor onderwijs moet allereerst terecht komen waar het hoort: in de klas. Kosten voor management en huisvesting moeten worden beheerst en in sommige gevallen fors worden teruggebracht. Als een opleiding niet voldoet aan een goede balans tussen onderwijs en overhead, dient de school dit te verantwoorden.

Minder bureaucratie op school

Een betere kwaliteit en positie van leraren vraagt om een professionelere school met meer tijd en ruimte voor onderwijs. D66 wil dat gediplomeerde docenten zo veel mogelijk uren besteden aan onderwijzen, in plaats van aan door “Den Haag” opgelegde overbodige vergaderingen, voorschriften en rapportages. D66 wil af van rigide urennormen. Meer lesuren betekent namelijk niet automatisch dat de kwaliteit van het onderwijs ook hoger wordt.  De kwaliteit van het onderwijs is wél gebaat bij professionele leraren die maatwerk bieden voor individuele leerlingen. De leraren moeten hiervoor ruimte en vertrouwen krijgen. Daarom dient de overheid terughoudend te zijn in het opleggen van nieuwe regels die rapportageverplichtingen met zich meebrengen. Bestaande verplichtingen moeten worden heroverwogen. Zodra de kwaliteit achterblijft en een school zwak presteert, grijpt de overheid in en stelt ze eisen aan bijvoorbeeld de onderwijstijd.

Toezicht

Een onderwijsinspecteur is voor D66 ook een onderwijsprofessional. D66 wil een inspectie die op de school toezicht houdt en oordeelt zonder te verzanden in micro-rapportages en het beoordelen per spreadsheet. De inspectie moet toezicht houden op de basiskwaliteit. Die moet solide zijn. Om een bewuste schoolkeuze mogelijk te maken moet de onderwijsinspectie de prestaties van scholen inzichtelijk, vergelijkbaar en vrij herbruikbaar online publiceren.

D66 wil in het basis-, voortgezet en beroepsonderwijs de kwaliteitsnormen vastleggen en verhogen. Zeer zwakke basisscholen zijn onacceptabel. Deze moeten binnen één jaar sterk verbeterd zijn. Om sluiting te voorkomen wil D66 dat een zwakke school onder curatele wordt gesteld. Ook voor andere opleidingen, zoals in het voortgezet onderwijs, het MBO, HBO en WO, wil D66 vergelijkbare eisen. Als zo’n opleiding na een jaar niet is verbeterd, mag ze geen nieuwe studenten aannemen.

Geen Haagse toetsen en normen

D66 ziet toetsen als middel, niet als doel. Dat laatste leidt namelijk tot perverse prikkels zoals het niet aannemen van leerlingen die om misschien hele goede redenen lager scoren dan het gemiddelde. Het leidt er ook toe dat leerlingen bedreven raken in het maken van toetsen, in de plaats van dat ze bijvoorbeeld beter leren rekenen. D66 heeft scherpe kritiek op de bestaande rekentoets. De toets staat vol met verhalende rekensommen, waardoor het meer een taaltoets dan een rekentoets is. Om leerlingen beter te leren rekenen, moet vooral geïnvesteerd worden in rekenonderwijs in het primair onderwijs en in de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Hierbij horen ook investeringen in het rekenonderwijs op de lerarenopleidingen.

Beloon onderwijskwaliteit en lagere schooluitval

Schooluitval laat kostbaar talent onbenut, schaadt de persoonlijke ontwikkeling en is slecht voor de kenniseconomie. Door onder andere ouders meer te betrekken en te zorgen voor goed onderwijs in goede schoolgebouwen dringen we schooluitval terug. D66 wil instellingen belonen die zich onderscheiden door een hogere onderwijskwaliteit en minder uitval.

Versimpel de relatie tussen scholen en de overheid

De onderwijswereld is te ingewikkeld georganiseerd. Met een ministerie, veel semi-overheidsinstituten, verenigingen en koepelorganisaties. Volgens D66 kan dit simpeler. Een dergelijke versimpeling leidt tot meer vrijheid, minder regeldruk en minder rapportages voor scholen en instellingen. Een directere relatie tussen onderwijs en gemeente, regio en Rijk leidt ook tot meer flexibiliteit en een snellere afstemming over (lokale) behoeften. D66 wil heldere afspraken over kwaliteit tussen overheid en onderwijsinstellingen waar vervolgens de inspectie op toeziet. Hierdoor kunnen het aantal semi-overheidsinstituten en de bijkomende kosten worden teruggebracht.

Maak fusies aantrekkelijk

Scholen moeten niet te groot, maar ook niet te klein zijn. Basisscholen met te weinig leerlingen hebben vaker een lagere onderwijskwaliteit, terwijl ze per leerling drie keer duurder zijn dan een gemiddelde school. Voor kleine scholen is het nu nog financieel ongunstig om te fuseren. D66 vindt dat dit aantrekkelijker moet worden. Ook moet samenwerking tussen kleine scholen in krimpregio’s worden aangemoedigd. Ook moet het mogelijk zijn dat openbare en bijzondere scholen fuseren.

Passend onderwijs

D66 is een voorstander van passend onderwijs waarbij elk kind een passende plek binnen het onderwijs krijgt. De uitvoering scoort op dit moment echter nog onvoldoende. Doordat er grotere verschillen zijn tussen leerlingen, maar het aantal leerlingen in de klas hetzelfde is gebleven of zelfs is toegenomen, krijgen niet alle leerlingen de aandacht die ze nodig hebben. Leraren hebben te maken met extra werkdruk. Ook weten ouders vaak niet waar ze aan toe zijn en worden ze van het kastje naar de muur gestuurd. Om passend onderwijs tot een succes te maken is voldoende begeleiding in de klas nodig. Ook moeten klassen kleiner worden gemaakt. D66 heeft eerdere bezuinigingen op passend onderwijs teruggedraaid. Daarbij blijven we pleiten voor meer handen in de klas. Ook wil D66 dat er een oplossing komt voor de thuiszitters. Wat D66 betreft komt er een leerrecht in plaats van een leerplicht: elk kind heeft recht op onderwijs.

Laatst gewijzigd op 3 mei 2017