Congres 116 | Laatste update vandaag om 11:29 uur

PM115.33 – Gelijkwaardigheidsbeginsel in de Grondwet

Advies: Ontraden
Status: Verworpen

Indiener: Mark Mulder e.a.
Woordvoerder: Jaap Breur

Het D66 Congres op zaterdag 19 november 2022 bijeen te Rotterdam,

constaterende dat:
• een gelijkwaardige omgang in het maatschappelijk verkeer jegens elkaar, ongeacht godsdienst,
levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, een
kernwaarde is in veel mensenrechtenverdragen en sterk met het gelijkheidsbeginsel verwerven
is;
• dat niet uitdrukkelijk in de Grondwet is bepaald dat men elkaar op voet van gelijkwaardigheid
zou behoren te behandelen en dat diverse internationale verdragen, waaronder het VNgehandicaptenverdrag en Het Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van elke vorm van
rassendiscriminatie, het een ieder behandelen op voet van gelijkwaardigheid beschouwt als een
kernwaarde en deze waarde voorts universeel is;

overwegende dat:
• dat het wenselijk is om universele waarden, als het gelijkwaardigheidsbeginsel, te incorporeren
in de Grondwet om het belang van de universaliteit van dergelijke waarden te benadrukken,
zonder dat een directe grondwettelijk aanknopingspunt wordt gerealiseerd om deze bij of
krachtens wet tot rechten of verplichtingen voor de burger te laten leiden;
• dat de bedoeling van het opnemen van een waarde in de Grondwet als het
gelijkwaardigheidsbeginsel niet het opleggen van een morele of juridische verplichting is aan de
burger, maar het onderkennen van de universaliteit van aan diverse voor Nederland bindende
internationale verdragen ten grondslag liggende waarden in de Grondwet een welverdiende
plaats verdienen;
• dat sommige van aan de Grondwet en Internationale Verdragen ten grondslag liggende waarden
van dusdanig groot belang zijn voor zowel Nederland als de internationale gemeenschap dat zij
een plaats moeten krijgen in de Grondwet;
• Dat gelijkwaardigheid een dergelijke waarde is;

spreekt uit dat:
• naast het gelijkheidsbeginsel het gelijkwaardigheidsbeginsel in de Grondwet zou dienen te worden opgenomen, zonder daar rechtsgevolgen aan te verbinden of morele verplichtingen aan
de burger op te leggen;

verzoekt het Landelijk Bestuur:
• de strekking van deze motie tot politieke stellingname uit te dragen mocht deze motie passeren;

en gaat over tot de orde van de dag