“Crisis ligt in mijn
comfortzone”

Beeld: Samira Rafaela (D66-Europarlementariër).

Door de wereldwijde coronapandemie en de intense racismedebatten was het een roerig eerste jaar voor D66-Europarlementariër Samira Rafaela. Maar ze heeft genoeg ervaring (en karakter) om de druk aan te kunnen. “Juist in deze crisissituatie kan ik mijn impact laten gelden.”

Dit artikel is eerder verschenen in Democraat

tekst: Marishka Neekilappillai

Bij de verkiezingen van 23 mei 2019 werd Samira Rafaela met voorkeursstemmen in het Europees Parlement gekozen. Op 2 juli werd ze geïnstalleerd; acht maanden later schorste het Europees Parlement alle niet strikt wetgevende activiteiten, uit voorzorg voor de oplaaiende coronapandemie. Hoe heeft zij dit roerige jaar ervaren? “Ik heb altijd al willen werken in het Europees Parlement. Als Europarlementariër kan ik grensoverschrijdend werken aan het tegengaan van sociaal-economische ongelijkheid. De administratieve rompslomp waardoor processen lang kunnen duren, is nu wat minder aan het werk in het Europees Parlement. Door de COVID-19- maatregelen verdween helaas ook het extraverte element in mijn werk. Ik mis de verbinding met mensen. Ik kan bijvoorbeeld geen bezoekersgroepen ontvangen in het Europees Parlement. Publieke optredens heb ik niet meer. Maar deze coronacrisis ligt in mijn comfortzone; juist in deze crisissituatie kan ik mijn impact laten gelden. Er wordt beroep gedaan op mijn natuurlijke drijfveer om de wereld beter te willen maken. In Leiden ben ik afgestudeerd op crisis- en veiligheidsmanagement. Daarna heb ik bij de politie ervaring opgedaan met moeilijke situaties waarin spanningen oplopen. Door deze praktijkervaring en mijn aard kan ik de druk die de coronacrisis legt op politici goed aan.”

Moeizame driehoeksverhouding

Het Europees Parlement oefent samen met de Raad van de Europese Unie de wetgevings- en begrotingstaak uit. Het Europees Parlement moet zijn goedkeuring geven aan elk wetsvoorstel van de Europese Commissie, die het ‘dagelijks bestuur’ van de Europese Unie vormt. Over deze driehoeksrelatie merkt Rafaela op dat de relatie tussen de Europese Commissie en het Europees Parlement niet eens de grootste uitdaging vormt: “De commissie en het parlement vinden elkaar meer op thema’s dan we denken, zoals discriminatie en migratie. Maar vervolgens is het de Raad van de Europese Unie – die bestaat uit de regeringsleiders van de EU-lidstaten – die ontwikkelingen op het gebied van migratie en discriminatie blijft blokkeren met een beroep op het subsidiariteitsbeginsel. Het argument luidt dan dat bepaalde kwesties niet op EU-niveau geregeld moeten worden. Zo blokkeert de Raad sinds 2018 de horizontale antidiscriminatiewet-richtlijn.”

Fractie Renew Europe

D66 heeft twee zetels in het Europees Parlement en is lid van de liberale fractie Renew Europe – de opvolger van de ALDE-fractie. Binnen deze fractie is Sophie in ’t Veld namens D66 coördinator en lid van de commissie Burgerlijke vrijheden, Justitie en Binnenlandse zaken. Rafaela is namens D66 coördinator en lid van commissie Vrouwenrechten en gendergelijkheid en vice-coördinator en lid van de commissie Internationale handel.

Hoe oefen je als tweekoppige D66-delegatie invloed uit op de politieke agenda van Renew Europe, die 98 zetels telt? Rafaela: “Doordat ik coördinator ben van de commissie Vrouwenrechten en gendergelijkheid heb ik een behoorlijke vinger in de pap. Zo heb ik in deze commissie het geweld tegen vrouwen tijdens de coronacrisis geadresseerd. Verder heb ik een punt gemaakt van gender budgeting voor de aankomende meerjarenbegroting van de Europese Unie. Hierdoor neem je in acht welke impact het op vrouwen heeft als je ergens publiek geld aan uitgeeft. Daarnaast bepleit ik dat er voldoende budget beschikbaar moet zijn om specifiek vrouwen te helpen. Ik denk dat ik in het Europees Parlement behoorlijk bekend ben op de thema’s gender en handel. Zo betoog ik ook dat in handelsverdragen hoofdstukken over gender opgenomen moeten worden. Verder is een van mijn speerpunten dat in het defensie- en buitenlandbeleid aandacht wordt besteed aan vrouwenrechten.”

Aanjager Europees racismedebat

Rafaela was als co-president van de Anti Racism & Discrimination Intergroup (ARDI) van het Europees Parlement nauw betrokken bij de totstandkoming van een resolutie waarin het Europees Parlement zich uitspreekt dat: Black Lives Matter. D66 heeft deze resolutie geïnitieerd binnen de Renew Europe-fractie. Rafaela: “De aanleiding voor de resolutie is de dood van George Floyd in de Verenigde Staten en de wereldwijde protesten tegen raciale ongelijkheid en politiegeweld die daarop volgden. Als D66-delegatie hebben we tegen Renew Europe gezegd dat er een resolutie moest komen, zodat we een debat over racisme in het Europees Parlement kunnen hebben. De fractie is daarmee akkoord gegaan. Vervolgens is het een door het Europees Parlement breed gedragen resolutie geworden. Door deze resolutie wordt het belang van antiracisme op Europees niveau erkend, bijvoorbeeld dat politieautoriteiten moeten investeren in gedrag en houding zodat etnisch profileren voorkomen kan worden. Dat data over racisme en discriminatie in Europa verzameld moeten worden. Dat racistische karikaturen zoals Zwarte Piet veroordeeld moeten worden. Dat er meer onderwijs gegeven moet worden over het gedeeld verleden. En we hebben ingestemd met een internationale dag waar de afschaffing van slavernij in Europa wordt herdacht.”

Discussie tussen delegaties

Binnen de Renew Europe-fractie heeft de VVD-delegatie tegen het amendement over raciale karikaturen gestemd. Rafaela: “Ik blijf dat merkwaardig vinden. We hebben discussies gevoerd over de vraag of je racistische karikaturen zoals Zwarte Piet moet veroordelen. Sommige delegaties binnen de fractie vinden dit een nationale discussie. Wij vinden dat we racistische karikaturen in Europa moeten veroordelen en daarmee moeten stoppen. Gelukkig staat de meerderheid van de liberalen van deze fractie achter deze resolutie en amendement. Het zijn veelal de meer conservatievere liberalen die zo’n amendement afwijzen. Het valt mij op dat in deze delegaties ook weinig diversiteit te bespeuren is. Als je zelf geen etnische minderheden in je delegatie hebt, of je die minderheden in je eigen partij nauwelijks terugziet, dan kunnen zij je ook niet onderwijzen in discriminatie en racisme. Dat is natuurlijk ook het gebrek dat zij hebben.”

Als co-president van ARDI heeft Rafaela eraan bijgedragen dat racisme op het niveau van het Europees Parlement en de Europese Commissie wordt veroordeeld. Rafaela: “De meest expliciete reactie van de Europese Commissie op de resolutie is haar EU Antiracisme Actieplan. De commissie heeft goed geluisterd naar het parlement. In dat plan worden structureel racisme en verschillende vormen van discriminatie erkend. Aanbevelingen uit de resolutie zijn in het actieplan overgenomen. Wat ik goed vind aan dit plan is dat de Europese Commissie aan de lidstaten om een nationaal actieplan vraagt dat in 2022 ingeleverd moet zijn. In 2023 worden deze nationale actieplannen geëvalueerd. Ik vind het een sterke oproep van de Europese Commissie dat zij lidstaten actief oproept om racisme te bestrijden.”

Samira Rafaela
11.01.1989