Vijf plannen voor dieren

Dieren worden helaas niet altijd goed behandeld. Urenlange transporten, stalbranden, illegale handel en (wilde) dieren hebben steeds minder leefruimte. Dat moet anders. We verbeteren dierenwelzijn, zodat zij een beter leven leiden. 

1.

We maken een einde aan de bio-industrie
D66 wil dat dieren in de landbouw een goed leven hebben. We willen af van het slachten op industriële schaal van varkens, kippen en geiten en het houden van deze dieren in veel te kleine ruimtes. We maken een ommekeer richting kringlooplandbouw waar er meer ruimte is voor dieren, zodat zij een beter leven krijgen.

2.

We stoppen de illegale handel in wilde dieren
Wilde dieren worden op onvoorstelbaar grote schaal naar Nederland gesmokkeld. Dat zijn vaak dieren die met uitsterven worden bedreigd, zoals gekko’s, berberapen of tropische vogels. Door deze handel is er een grotere kans op besmettelijke ziektes die overgedragen worden op mensen. Het coronavirus is tenslotte ook ontstaan bij dieren. We moeten de illegale handel stoppen, bedreigde dieren beschermen en het risico op een nieuwe pandemie verkleinen.

D66 wil hogere straffen voor handelaren in wilde dieren. Op Schiphol moeten we de smokkel van dieren opsporen. En wilde dieren moeten goed opgevangen worden zodra ze zijn opgespoord. 

3.

Een betere controle op dierenwelzijn
Het ministerie van landbouw controleert of dieren goed worden gehouden. Dat lijkt niet echt een onafhankelijke controle te zijn: landbouwbelangen voeren vaak de boventoon in plaats van dierenwelzijn. Daarom moet het welzijn van dieren onafhankelijk gecontroleerd worden.

De capaciteit van de dierenpolitie moet worden uitgebreid. Zo kunnen we de misstanden in slachthuizen aanpakken. Voor deze misstanden komen hogere boetes en willen we tijdelijke camera’s instellen. 

Ook vinden er nog steeds branden plaats in stallen. Koeien, varkens en kippen die op tragische wijze om het leven komen. Dat moet anders. Er moeten strenge regels komen rondom brandveiligheid om te voorkomen dat dieren bij branden sterven. 

4.

We creëren grotere natuurgebieden
Natuurgebieden in Nederland zijn klein en liggen ver van elkaar af. Dieren komen moeilijk bij elkaar en kunnen zich daardoor moeilijker voortplanten. Dat vormt een bedreiging voor het voortbestaan van diersoorten. Daarom creëren we grotere natuurgebieden die onderling verbonden zijn. Ook over de grens, met Belgische en Duitse natuurgebieden. Zodat elk eekhoorntje, hertje of zwijntje zijn grenzen kan verleggen en dieren weer samen komen.

5.

Dierproeven niet meer als gouden standaard 
Er wordt nog te veel getest op dieren, terwijl er soms goede alternatieven zijn. Als het anders kan, moet het ook anders. Niet meer vanzelfsprekend testen op dieren, maar eerst kijken naar andere mogelijkheden. Bij onderzoeksvoorstellen moeten gecontroleerd worden of het onderzoek met dieren echt nodig is. We dagen de wetenschap uit om verder te kijken. Verder te kijken dan de gouden standaard van dierproeven. Zo voorkomen we dat dieren onnodig slachtoffer worden gebruikt voor onderzoek.