Topje van de ijsberg: D66 wil PFAS-inventarisatie én actie 

De recente NOS-berichtgeving over tientallen ernstig met PFAS vervuilde locaties laat zien hoe urgent het probleem is, én dat we waarschijnlijk nog maar een deel in beeld hebben. 

Daarom stellen D66, SvZH, Volt, PvdD, JOU, SP, JA21 en CU schriftelijke vragen aan het college van Gedeputeerde Staten. De partijen willen duidelijkheid over het opsporen van PFAS-vervuiling, de voortgang van sanering, risico’s voor bodem, grond- en (zwem)water én de inzet op een stevige landelijke en Europese bronaanpak.

Sneller inzicht en betere sturing om inwoners te beschermen

De NOS meldt dat de inventarisatie van PFAS-locaties nog volop loopt en dat het aantal gevaarlijk vervuilde plekken de komende jaren waarschijnlijk verder zal stijgen. Juist daarom vragen de acht fracties hoe Zuid-Holland samenwerkt met omgevingsdiensten, waterschappen, het IPO en het ministerie om vervuiling beter in beeld te krijgen, en welke locaties en aandachtslocaties nu al bekend zijn. Ook willen wij weten of er risico is op verspreiding naar kwetsbare gebieden of uitloging naar het grondwater, en welke knelpunten er zijn bij opsporing, onderzoek en sanering.

D66-Statenlid Evita Rozenberg benadrukt dat de ernst van het probleem niet mag worden onderschat: “De gevolgen van PFAS raken direct onze gezondheid en de kwaliteit van onze leefomgeving. Daarom moeten we deze vervuiling veel harder aanpakken.” Daarom vragen de fracties ook of bevoegde instanties voldoende instrumenten hebben om onderzoek af te dwingen als medewerking uitblijft, en of provincie en omgevingsdiensten genoeg capaciteit en expertise hebben om de opgave aan te kunnen.

Daarnaast vragen de partijen expliciet aandacht voor recreatie- en zwemwaterlocaties: waar kunnen risico’s spelen en hoe wordt voorkomen dat plekken (nu of in de toekomst) beperkt of gesloten moeten worden vanwege gezondheidsrisico’s?

Bronaanpak: strengere regels, “vervuiler betaalt” en een breed PFAS-verbod

Voor D66 is duidelijk: meten en opruimen alleen is niet genoeg- PFAS moet vooral bij de bron worden teruggedrongen. Rozenberg wijst erop dat de aanwijzing van PFAS als zeer zorgwekkende stof helpt om bedrijven te verplichten plannen te maken om uitstoot terug te dringen. Tegelijk is er meer nodig, ook landelijk en Europees. Daarom vragen de fracties welke inzet Zuid-Holland binnen IPO-verband levert op het terugdringen van PFAS-lozingen, strengere normering en een zo breed mogelijk PFAS-verbod op Europees niveau.

Een belangrijk uitgangspunt voor D66 is daarbij dat niet de samenleving, maar de veroorzaker de rekening betaalt. Rozenberg: “Bij elke mogelijke overeenkomst moet één principe voorop staan: de vervuiler betaalt.” Met de schriftelijke vragen willen de acht fracties bereiken dat Zuid-Holland niet alleen reageert op nieuwe meldingen, maar structureel werkt aan schoon water en een gezonde leefomgeving, met transparante voortgang en duidelijke keuzes.