Omgevingsbeleid met koers: D66 wil bouwen met kwaliteit, natuur als grens en energie met draagvlak 

Zuid-Holland is een puzzel van een provincie vol met contrasten: van haven tot polders, van kennissteden tot kwetsbare natuur. De ruimte is schaars, maar de opgaven zijn groot. Bij de herziening van het omgevingsbeleid pleit D66 daarom voor duidelijke keuzes die verder kijken dan de korte termijn.

Zoals Statenlid Lisanne van Damme het verwoordde: “We moeten keuzes durven maken”, met vertrouwen in wat mogelijk is, en met één rode draad: “niet alleen ruimte verdelen, maar kwaliteit toevoegen aan Zuid-Holland.”

Artikel is onderaan geüpdatet met de uiteindelijke stemming.

Doorbouwen zonder vastlopen

De discussie over woningbouw in Zuid-Holland speelt inmiddels ook landelijk. Woonminister Elanor Boekholt-O’Sullivan (D66) tikte de provincie in meerdere media op de vingers: volgens haar kunnen de Zuid-Hollandse regels woningbouw belemmeren en vraagt de provincie bij nieuwbouw een te hoog aandeel sociale huur (33% in plaats van het landelijke uitgangspunt van 30%).

D66 Zuid-Holland herkent het kernprobleem: we staan bijvoorbeeld voor sociale huur en voldoende betaalbare woningen, maar sturing moet wél effectief zijn. Nu wordt soms zó strikt op projectniveau gestuurd dat projecten vertragen of stilvallen- óók in gemeenten waar de sociale voorraad al (ruim) boven de 30% ligt. Daarom dient D66 een amendement in dat de omgevingsverordening beter laat aansluiten op de aankomende Wet versterking regie volkshuisvesting: “géén afzwakking van sociale woningbouw, maar slimmer sturen zodat er daadwerkelijk gebouwd kan worden.”

Tegelijk wil D66 zorgvuldig omgaan met onbebouwde ruimte. Met een voorstel uit de spreektekst wordt onderzocht of in uitzonderlijke gevallen buitenstedelijke ontwikkelingen mogelijk kunnen zijn, mits ze aantoonbaar leiden tot toename van biodiversiteit- zodat bouwen en verbeteren van de leefomgeving hand in hand gaan.

Dit vraagt ook om beleid dat duidelijk is en richting biedt, in het bijzonder voor gemeenten. Willekeur zorgt voor vertraging en voor wantrouwen. Voor inwoners en gemeenten is het belangrijk dat er wordt gewerkt aan een duurzaam woonbeleid dat zorgt voor versnelling en versterking. 

Natuur is geen sluitstuk: water en bodem als harde randvoorwaarde

Keuzes maken betekent ook eerlijk zijn over de grenzen van het systeem. D66 wil daarom stevig vastleggen dat “water en bodem écht sturend zijn” in ruimtelijke ontwikkeling; niet slechts iets waar je rekening mee houdt. Nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan een sterker en toekomstbestendig water- en bodemsysteem.

Daarnaast vraagt D66 met een motie om een strategisch afwegingskader: een duidelijke werkwijze waarmee Provinciale Staten integraal kunnen beoordelen wat per gebied prioriteit heeft en hoe afwegingen tussen wonen, natuur, economie en bereikbaarheid worden gemaakt. Dat helpt om koers te houden en vertrouwen te geven én zorgt dat keuzes uitlegbaar en voorspelbaar worden.

Stikstof: van vrijblijvend naar noodzakelijk

Stikstof kunnen we niet oplossen zonder emissiereductie, en dat vraagt om duidelijke richting. D66 wil daarom in de Omgevingsvisie expliciet vastleggen wat nodig is om doelen te halen: een gemiddelde ammoniakemissie vanuit de melkveehouderij. 

Tegelijk wil D66 dat dit niet blijft bij een getal op papier. Met een motie vragen we om dit uitgangspunt gebiedsgericht uit te werken in de komende herziening landbouw, inclusief hoe normering in de Omgevingsverordening kan bijdragen. Zo ontstaat helderheid en perspectief: eerlijk over wat nodig is, en zorgvuldig over hoe je daar per gebied naartoe werkt.

Tot slot, om boeren perspectief te geven, vraagt D66 daarnaast om het principe ‘juiste landbouw op de juiste plek’ leidend te maken, zodat per regio helder wordt welke landbouw past bij de draagkracht van bodem, water en natuur. 

Energie en economie: vooruitgang die je samen maakt

D66 koppelt het omgevingsbeleid ook aan een innovatieve economie en een duurzame energievoorziening. Dat vraagt om scherpe keuzes over ruimte voor werk (met oog voor regionale verschillen en groeiruimte voor campussen) én om een energietransitie die mensen meeneemt. 

Daarom zet D66 in op het versterken van energiecoöperaties en lokaal eigendom: lokaal zeggenschap, opbrengsten die in de omgeving landen, en een brug tussen ontwikkelaars en inwoners. Zo wordt de transitie iets wat we samen vormgeven: “met lef keuzes maken, met oog voor de toekomst en met vertrouwen in wat mogelijk is.”


Update: Zuid-Hollands omgevingsbeleid aangenomen

Het nieuwe provinciale omgevingsbeleid en de bijbehorende omgevingsverordening zijn door Provinciale Staten aangenomen. D66 Zuid-Holland heeft tegen deze stukken gestemd. In de eindstemming zijn namelijk enkele vergaande amendementen aangenomen, terwijl meerdere verbetervoorstellen van D66 helaas geen meerderheid kregen.

Zo blijft de eis van 1/3 sociaal en 1/3 betaalbaar op projectniveau overeind. D66 vindt dat dit in de praktijk woningbouw kan vertragen of zelfs blokkeren; juist ook omdat woonminister Elanor Boekholt-O’Sullivan (D66) de provincie hier recent op heeft gewezen, omdat het woningbouw kan bemoeilijken.

Daarnaast is een amendement aangenomen dat prioritaire zoeklocaties voor windenergie schrapt. Daarmee dreigen doelen voor betaalbare, regionale energie uit beeld te raken, terwijl de energietransitie juist vraagt om richting, samenhang en voorspelbaarheid.

Tot slot is vastgesteld dat de regels voor buitenstedelijke woningbouwontwikkelingen worden versoepeld. D66 wilde hier duidelijke randvoorwaarden aan verbinden, zoals aantoonbare toename van biodiversiteit, zodat nieuwe woningbouwlocaties een positieve impuls geven aan het landschap in plaats van een negatieve.

We raden lokale bestuurders en raadsleden aan om kennis te nemen van het vastgestelde omgevingsbeleid en de aangenomen moties en amendementen. Deze keuzes vormen de basis voor ruimtelijke besluiten in Zuid-Holland én hebben direct gevolgen voor wonen, natuur, energie en leefbaarheid in onze gemeenten.