Lees voor

Maidenspeech Marieke Vellinga-Beemsterboer

Voorzitter,

In de maiden speeches die ik de afgelopen maanden heb mogen beluisteren heb ik veel mensen horen zeggen “ik had niet verwacht hier ooit te staan”.

Voorzitter, dit geldt ook voor mij. Het lag niet in de lijn der verwachting om een politieke carrière na te jagen.

Dat ik hier nu wel sta is te danken aan een samenloop van omstandigheden. Op sommige had ik invloed en op sommige niet. Ik had invloed op de leerschool die ik heb doorlopen als docent in het middelbaar onderwijs en als Statenlid, gemeenteraadslid en wethouder. Invloed op de momenten dat ik mijn hand opstak of mijn mond opentrok.

Maar ik ben me er ook van bewust dat ik buiten mijn invloed om heel veel geluk heb gehad. Op het juiste moment op de juiste plek was. Het geluk heb gehad in een warm en stabiel nest op te groeien, zonder voorbehoud een opleiding kon volgen. Dat maakt de opdracht om hier in deze Kamer meer dan je best te doen des te dringender.
“Doe je best” is de opdracht die ik van huis uit heb meegekregen. En van niemand heb ik die opdracht sterker meegekregen dan van mijn oma Corry, over wie ik u vandaag graag meer wil vertellen.

Mijn Oma werd geboren in 1924, in Zeeland, als oudste dochter in een groot Rooms-Katholiek gezin. Als jonge vrouw maakte zij de Tweede Wereldoorlog in volle heftigheid van dichtbij mee, en was het haar taak om in de schuilkelder haar 15 jaar jongere zusje vast te houden.

Na de oorlog liet ze vrienden en familie achter om bij mijn opa in de kop van Noord-Holland, in West-Friesland, te gaan wonen om samen een melkveehouderij te runnen. In die tijd was de route Zeeland-Noord-Holland nog een fikse afstand die ervoor zorgde dat ze zonder veel contact met “thuis” op een nieuwe plek een nieuwe sociale kring moest opbouwen. Iets waar ze ontzettend goed in was. Samen kregen Opa en Oma 7 kinderen dicht op elkaar.

Het moeten soms moeilijke jaren zijn geweest. Toch heeft ze ons daar door de jaren heen maar weinig over verteld of van laten merken. Wat ze wél met ons deelde, door het voor te leven, was wat zij van die jaren had geleerd.

Oma was namelijk elke dag van haar leven vastberaden positief.  Bijna op het verbetene af. In elke dag, hoe grijs of donker ook, wist zij een gouden rand te vinden. Ze onderstreepte dat graag met spreekwoorden als “geen zaterdag zo kwaad of de zon schijnt vroeg of laat” of het zelfbedachte “wie gooit je met stienen!” wat zoveel betekent (denken we…) als “wie doet je wat!”

Op zaken waar zij geen invloed meer op had bleef ze niet te lang broeden. “Met wat achter me zit heb ik niks te maken” een instelling die haar trouwens ook tot een zeker gevaar op de weg maakte. Niet dat ze niet wilde leren van het verleden maar, was de duidelijke boodschap, je kan niet achteruit leven. Je kan alleen maar vooruit. Dus neem mee wat je kan gebruiken, koester wat je wil bewaren en laat als je kan de onnodige ballast achter.

Oma was ook van aanpakken, stilzitten vond ze maar moeilijk en toen ze in de laatste jaren van haar leven steeds meer aan anderen moest overlaten vond ze dat lastig (hoewel ze het wel leuk vond om mensen aan het werk te zetten trouwens). Maar het liefst hield ze waar mogelijk zelf de regie.

Die regie en het vasthouden van autonomie – iets zélf kunnen doen – is belangrijk. Niet alleen voor mijn oma, maar voor vrijwel alle mensen is mijn ervaring. Mijn leerlingen in havo 2 en 3 werkten het beste als zij wisten dat er niet alleen verantwoordelijkheid van hen werd verwacht maar dat zij ook invloed hadden op hoe die verantwoordelijkheid moest worden ingevuld.

De taalambassadeurs met wie ik een paar jaar geleden mocht werken, mensen die moeite hadden met basisvaardigheden, noemden standaard als grootste winst dat zij niet meer zonder meer afhankelijk waren van anderen.

Voorzitter, ik noemde in het begin al dat je niet op elk aspect van je leven invloed kan hebben. Maar op die zaken waar je invloed op hebt wil je ook daadwerkelijk iets kunnen besluiten én heb je de verantwoordelijkheid om je best te doen, keuzes te maken en niet te blijven hangen in wat was maar te richten op wat kan zijn.

Met die bril op kijk ik naar het debat van vandaag. Samen met de kersverse minister en staatssecretaris wil ik aan de slag om ons land groener en sterker te maken. Daarvoor zullen in de komende maanden en jaren soms ook stevige keuzes moeten worden gemaakt. Sterke samenwerkingen worden gesmeed en vooral kansen worden gepakt waar die kansen zich voordoen.

Voorzitter, sterke, toegankelijke natuur is belangrijk. Nederlanders houden van de natuur. De natuur is belangrijk voor onze economie, voor onze gezondheid en voor ons welzijn.  Daarom voorzitter, is het goed dat we inzetten op meer en verbonden natuur, binnen en buiten de stad, en herstel van de Noord- en Waddenzee.

We hebben hier de verantwoordelijkheid om natuurherstel in samenhang met andere thema’s aan te vliegen. Anders zijn keuzes vandaag, morgen weer achterhaalt.

Die samenhang biedt ook veel kansen. Als het gaat over natuuruitbreiding, de stikstofaanpak of natuurherstel in het kader van de Natuurherstelwet. Een stap op het ene punt is een versterking van het ander.

De voorganger van de minister presenteerde daarentegen een Natuurherstelplan waar de ambitie nou niet echt vanaf spatte. Maar wat wel in september naar Brussel gestuurd wordt.

Met de benodigde samenhang in het achterhoofd ga ik ervan uit dat deze minister het plan zal herzien.

Dus kan hij toelichten op welke punten hij het Natuurherstelplan zal aanpassen en op welke termijn?

Dan voorzitter, als we het hebben over koppelkansen moet ik ook denken aan windparken op zee.

Naast duurzame energie bieden de windparken kansen voor nieuwe en schonere natuur, koolstofvastlegging en kansen voor sectoren zoals zeewierboerderijen en mosselkweek. Daarmee kunnen we voedsel voor mensen maken, gebruiken we het als diervoeder – toch duurzamer dan uit de Amazone -, of zetten we het in voor een van de vele andere toepassingen zoals in medicijnen, brandstof en nog veel meer.

In het Noordzeeakkoord en Programma Noordzee staan plannen om te zorgen dat deze sectoren voet aan het water krijgen. Maar ik hoor graag wat de stand van zaken is met alle pilots.
Kan de staatssecretaris een overzicht geven van de resultaten van de pilots voor medegebruik, en toelichten er bij medegebruik nadrukkelijk naar schaalbaarheid van de projecten wordt gekeken?
Voorzitter, voor mijn laatste onderwerp blijf ik op het thema van koppelkansen.

En ik denk dat het ook een onderwerp is waar de staatssecretaris als voormalig woordvoerder energie warm van kan worden, namelijk het oplossen van netcongestie met de glastuinbouw.

De glastuinbouw is enorm flexibel als het gaat om energiegebruik. Zij kunnen snel en simpel veel warmte of licht inzetten voor hun planten maar kunnen ook hun energievraag snel afschalen als dat nodig is.
Dat maakt hen een hele nuttige partner als het aankomt op het oplossen van netcongestie. Ik hoop dan ook dat de staatssecretaris bereid is om nauw te gaan samenwerken met de minister van Klimaat en Groene Groei om te zorgen dat de glastuinbouw de ruimte krijgt om de congestie op het net wat te verminderen.

Daarover alvast de volgende aanmoedigende vragen:
Herkent de staatssecretaris dat de glastuinbouwsector een essentiële rol kan spelen in het flexibele energiesysteem van de toekomst?

En welke rol ziet hij om met netbeheerders deze initiatieven te stimuleren?

Voorzitter, het is mijn ambitie om de komende tijd te leren van de lessen uit het verleden maar wel altijd vooruit te kijken. De komende maanden en jaren zullen er ook besluiten genomen moeten worden die soms pijn doen, die ons dwingen om afscheid te nemen van datgene wat we gewend waren om ruimte te maken voor een nieuwe toekomst.  Als we maar durven voorzitter.

Voorzitter, mijn oma overleed op 8 maart 2023, een dag voor haar 99e verjaardag. Vrijwel tot het einde was ze een zorgzame gangmaker, een huiselijke matriarch maar vooral een oneindig positieve en krachtige vrouw wiens voorbeeld ik elke dag, en zeker ook in deze kamer, hoop na te volgen.