Maidenspeech Mahjoub Mathlouti

Voorzitter,
Geboren in Tunis, Tunesië, en sinds mijn derde opgegroeid in het mooie Leidschendam-Voorburg. En met die achtergrond draag ik twee werelden met mij mee.

Tunis is onlosmakelijk verbonden met mijn familiegeschiedenis.
De stad waar ik meerdere keren per jaar kom, waar je wordt omarmd door familie, waar gastvrijheid vanzelfsprekend is, en waar gesprekken aan de eettafel óf op het strand, doorgaan tot diep in de avond.

Daar zie ik waar mijn ouders vandaan komen. Hun waarden. Hun veerkracht. Hun trots.

Maar door omstandigheden daar ook hun kracht om hun kinderen hier – in Nederland – hoe dan ook te laten slagen.

Leidschendam-Voorburg daarentegen is de plek waar mijn leven zich vanaf mijn 3e vormde. Waar ik naar school ging. Waar vriendschappen ontstonden, en waar ik leerde wat meedoen betekent. Het is de gemeente die mij heeft gevormd tot wie ik vandaag ben. Mijn thuis.

Voorzitter,
Ik kijk terug op een mooie jeugd. Die ook uitdagingen kende, maar wat altijd overeind bleef, was de overtuiging van mijn ouders dat hun kinderen – ondanks welke uitdaging dan ook – volwaardig moesten meedoen. Niet aan de zijlijn, maar midden in de samenleving.

Sport speelde daarin een grote rol. Voetbal in het bijzonder.
Op het voetbalveld leerde ik lessen die geen schoolboek mij hadden kunnen leren.

Bijvoorbeeld, 
Dat talent zonder discipline nergens komt. 
Dat je alleen succesvol kan zijn wanneer je door blijft gaan bij tegenvallers, of uitdagingen van buiten.  Dat je soms harder moet werken dan een ander om hetzelfde te bereiken.
Mede dankzij die instelling kwam ik in het voetbal bij Telstar terecht, en mocht ik ruiken aan het profvoetbal. Een droom die uitkwam,
maar uiteindelijk bleken talent en keihard werken niet genoeg.
 
Dat moment was bepalend. Want dan sta je voor een keuze: 
blijf je hangen in wat niet is gelukt, of bouw je verder met wat je hebt geleerd? Die ervaring heeft me gevormd, voorzitter.

Reflecteren. Verantwoordelijkheid nemen. Altijd blijven investeren in jezelf, en vooral keihard doorgaan.

Voorzitter,
In de periode waarin mijn maatschappelijke loopbaan begon, werd het politieke debat scherper. Het rechts-extreme geluid werd luider. En steeds vaker ging het gesprek over “de moslim”.

Het voelde alsof die retoriek steeds vaker ging over mij, én de mensen uit mijn omgeving. Dat bleef niet beperkt tot talkshows of verkiezingsprogramma’s. Dat sijpelde door in het dagelijks leven.
In uitgaansgelegenheden waar je soms nét iets kritischer werd bekeken.

Langs het voetbalveld en in stadions waar racistische opmerkingen steeds vaker te horen waren. Bij sollicitaties waar je het gevoel had dat je net een extra stap moest zetten om hetzelfde vertrouwen te krijgen. Of in een winkel waar wantrouwen voelbaar kon zijn zonder dat er iets werd gezegd.

En voorzitter, ondanks die ervaringen wil ik duidelijk maken dat ik mij nooit slachtoffer heb willen voelen, Maar ik zou liegen als ik zou zeggen dat het in verschillende situaties niet voor onzekerheid heeft gezorgd.

Tegelijkertijd hebben die ervaringen mij niet kleiner gemaakt, maar scherper. Ze versterkten de overtuiging dat meedoen geen vanzelfsprekendheid is – en dat politiek ertoe doet. 
Dat was voor mij ook het moment om politiek actief te worden.
 
Zaken als vrijheid van het individu, en de focus op onderwijs en ontwikkeling brachten mij bij D66. Net als de scherpe maar rechtvaardige debatten van Pechtold. 

Voorzitter, namens D66 heb ik vervolgens acht jaar lang in de gemeenteraad van Leidschendam-Voorburg mogen zitten.

Daar heb ik mij met volle overtuiging ingezet op de dossiers die raken aan bestaanszekerheid. Dossiers die direct gaan over het leven van mensen.

Ik heb mij er hard voor gemaakt dat inwoners niet vastlopen in regels, maar perspectief krijgen, en zo veel mogelijk mee kunnen doen.
Dat we als overheid niet tegenover mensen staan vanuit wantrouwen, maar naast hen vanuit vertrouwen.

Met concrete voorstellen heb ik geprobeerd de politiek, de overheid en onze inwoners dichter bij elkaar te brengen.

Want vertrouwen ontstaat niet in beleidstukken, maar in hoe beleid uitwerkt in het dagelijks leven van mensen.

Dat ze daar zelf ook invloed op uit kunnen oefenen, en dat er naar ze geluisterd wordt.
 
Voorzitter,
En daarmee kom ik bij het onderwerp van dit debat.
Ikzelf ben gelukkig geen gedupeerde van de toeslagenaffaire,
maar bij mensen in mijn omgeving heb ik van dichtbij gezien wat het met hen doet:

Jaren van stress, schulden, je huis uit moeten, relatieproblemen en een diep wantrouwen richting de overheid dat niet zomaar verdwijnt.

Voorzitter, wat er in de toeslagenaffaire is gebeurd, was niet alleen een uitvoeringsprobleem. Het was een systeem dat mensen reduceerde tot een label, tot verdachte. 

Zonder voldoende rechtsbescherming. Zonder menselijke maat. En zonder transparantie.

En nú – jaren later – moeten ouders nog steeds vechten voor iets wat vanzelfsprekend zou moeten zijn, namelijk inzage in hun dossier – en in gevallen in strijd met de wet.

Daarom heb ik een aantal vragen aan de Staatssecretaris:

1. Voorzitter, hoe beoordeelt de Staatssecretaris zelf het gebrek aan toegang tot gegevens van gedupeerden,
En nog veel belangrijker voorzitter; Hoe gaat de Staatssecretaris ervoor zorgen dat gedupeerden die recht hebben op inzage, deze zo snel krijgen?

2. En voorzitter, hoe rijmt het feit dat gedupeerden geen inzicht hebben in hun stukken met het standpunt van de werkgroep Toeslagenadvocaten dat gedupeerde ouders moeten beschikken over ALLE stukken die raken aan de door hen geleden schade?

3. En voorzitter, toch de vraag of wij als Kamer van deze situatie hadden afgeweten als een paar actieve journalisten hier niet over hadden geschreven?
 
Voorzitter, tot slot,

En we gaan er de komende tijd nog over praten, maar ik wil in het bijzonder aandacht blijven vragen voor de kinderen van gedupeerden – Een groep die te vaak onzichtbaar blijft.

Terwijl wij hier spreken over inzicht in gegevens, herstel en compensatie, groeien zij op met de gevolgen van stress, onzekerheid, wantrouwen en mentale problemen.

Zo bij een kennis van mij die wel gedupeerde is geweest, en nu zijn leven weer aardig op orde heeft, geldt dat helaas niet voor zijn kind.
Voorzitter deze kinderen hebben geen formulieren ingevuld, maar dragen wel dagelijks de impact van wat hun ouders is overkomen.

En daar moeten we wat mee!
Dank u wel.