Volg jouw D66-thema

Schrijf je in voor onze nieuwsbrieven en ontvang de laatste updates op basis van jouw interesses.

Door je e-mailadres in te vullen en op "aanmelden" te klikken geef je ons toestemming om je e-mailadres op te slaan. Dit gebruiken wij om je regelmatig updates te sturen. Hier kun je meer lezen over hoe we omgaan met jouw persoonsgegevens. Hier kun je alle voorkeuren wijzigen.

Steun ons en help Nederland vooruit

vrijdag 1 februari 2019

Toespraak Minister Koolmees bij de Jan Brouwerconferentie

Minister van Integratie Wouter Koolmees sprak op de Jan Brouwerconferentie over samenleven en integratie. Lees zijn toespraak hier terug.

Migratie. Integratie. Én samenleven. Professor Louise Gunning, dank voor uw uitnodiging om vandaag de Jan Brouwer Conferentie af te sluiten. Dat doe ik met veel plezier! En die klemtoon op samenleven leg ik niet voor niets: Juist dat samenleven wordt vaak vergeten, terwijl het uiteindelijk juist dáár om draait: Hoe zorgen we ervoor dat we naast én met elkaar kunnen leven, in een land waarin we ons allemaal thuis voelen? Graag geef ik u hier vandaag mijn perspectief op.

De realiteit van diversiteit

Hiervoor begin ik met de realiteit die de professoren Crul en Bovens ook benoemden in hun boeiende verhalen. Een realiteit die op dit moment nieuw lijkt, en die sommigen zelfs ontkennen, maar in wezen een eeuwenoud verhaal is van komen en gaan, en van nieuw dat oud wordt. Een verhaal van continue verandering, die ik overal om me heen zie. Als ik door de stad fiets, bijvoorbeeld, of als ik kijk naar de klas van mijn kinderen. Die stad en klas zien er compleet anders uit dan toen ik jong was!

Maar die verandering zie ik ook als ik verder terugkijk, in onze geschiedenis. Bijvoorbeeld naar de naam van de eerste eigenares van dit huis, Keetje Hodshon. Hollandser dan ‘Keetje’ wordt het niet. Al komt Koolmees dicht in de buurt… Het staat in schril contrast met haar achternaam: Hodshon, die niet Hollands is, maar Brits. Haar naam is een van de vele sporen van het verhaal van Nederland als tussen- of eindstation van migranten. In dit geval Keetjes betovergrootvader, die als koopman naar Nederland emigreerde.

Maar of het nu handelaren zijn uit Engeland of Hugenoten uit Frankrijk; nieuwkomers uit oud-koloniën, óf Europeanen die hun vrijheid gebruiken om te werken en wonen waar ze willen: mensen veranderen onze samenleving, al eeuwenlang, en zullen dat nog eeuwenlang blijven doen.

Wat dat betreft is er niets nieuws onder de zon. Waarom is dit verhaal dan toch zo actueel en beladen? Er gaat geen dag voorbij zonder nieuwsbericht, opiniestuk, of social-media post hierover, vaak door mensen die zich positioneren als ‘voor- of tegenstander’ van onze diverse samenleving. Het is een ontwikkeling die mij sterk verwondert: onze huidige samenleving is niet iets waar je vóór of tegen kunt zijn.

Alle wens- of doemdenkerij ten spijt: het verhaal van migratie is noch een succesverhaal, noch een dystopie. Het is er. Een feit. En de vraag is dus niet of, maar hoe we ermee om moeten gaan.

Polarisatie vs een gelaagde werkelijkheid

Ik moet eerlijk toegeven dat dit een vraag is waar ik me, voordat ik minister werd, minder mee bezighield. Zeven jaar financieel woordvoerderschap, met de focus op de AOW, de Eurzone en de hypotheekrenteaftrek, bereidt je niet voor op spanningen bij moskeeën of de weerbaarheid van de samenleving. Maar nieuweling zijn, heeft ook een voordeel: als relatieve buitenstaander in het debat is er ruimte voor verwondering.

Twee zaken in het bijzonder vielen me op. Ten eerste de enorme polarisatie in de maatschappelijke discussies die we op dit moment voeren. Natuurlijk, die zag ik ook voordat ik minister werd, maar nu zit ik er midden in en zie ik van dichtbij hoe verlammend dit mechanisme werkt. We leven in een tijd van op je strepen staan. Van deelbelangen, en identiteiten die botsen. Van stoere taal, conflict, en het spuien van meningen.   Deze manier van doen lijkt heel ferm, maar uiteindelijk schieten we onszelf ermee in de voet.

Je wint er misschien een slag mee maar je zorgt er uiteindelijk voor dat we samen de strijd verliezen gevangen in een welles-nietes spel. Het binaire karakter van die maatschappelijke debatten staat haaks op de gelaagde, soms paradoxale werkelijkheid van onze diverse samenleving. En dat is de tweede observatie die ik wil delen. Kijk maar naar de cijfers. Deze laten allereerst zien dat er heel veel goed gaat.

De spurt die Turkse en Marokkaanse Nederlanders hebben gemaakt in het onderwijs, bijvoorbeeld. In 2017 zat 32 procent van de leerlingen van Marokkaans-Nederlandse afkomst in het derde leerjaar op de havo of vwo. Twaalf jaar eerder was dat nog slechts 20 procent.

En het aandeel Turks-Nederlandse leerlingen met een havo-advies of hoger steeg in acht jaar van 31 naar 38 procent. De afname van de werkloosheid na de crisis onder deze groep is ronduit spectaculair. Maar het gaat niet alleen om onderwijs of werk. Je ziet dat vooral de tweede generatie steeds meer doet aan vrijwilligerswerk en steeds meer sociale activiteiten ontplooit.

Ook als het gaat om normen en waarden denkt deze tweede generatie steeds meer hetzelfde als autochtone Nederlanders. Dat betekent natuurlijk niet dat alles goed gaat. Het WRR rapport De Nieuwe Verscheidenheid laat zien dat er een verband is tussen diversiteit en buurtcohesie. Hoe meer nationaliteiten in een buurt, hoe minder mensen met elkaar omgaan en hoe minder men zich thuisvoelt. Dat is zorgelijk, en dat geldt evengoed voor de criminaliteitscijfers.

Hoewel er sprake is van een spectaculaire daling in 13 jaar tijd, zijn die cijfers nog altijd hoger onder Nederlanders met een niet-westerse achtergrond. Het zijn cijfers die waar zijn, soms confronterend zijn, en waar we niet om heen moeten lopen. Cijfers die we nodig hebben om beleid te maken.

Tegelijkertijd zeggen deze cijfers niks over mensen zelf. U weet, ik houd van cijfers: Als drie van de 100 Marokkaanse jongens in de criminaliteit belanden, zijn er nog steeds 97 die dat niet doen. Maar ze worden er wel op aangesproken. Ook onze individuele werkelijkheid is gelaagd, soms zelfs paradoxaal.

Dat stelt bijvoorbeeld Kwame Anthony Appiah, hoogleraar filosofie en recht aan de universiteit van New York. Appiah is een moderne Keetje Hodshon: niet in een hokje te vangen, wat je deels ook in zijn naam terugziet. Zijn vader is Ghanees, zijn moeder Brits. Zijn vader antikoloniaal activist – en zijn Engelse grootvader Labour-minister van financiën.

Appiah zelf — homo, getrouwd met een joodse Amerikaan, en inmiddels Amerikaans staatsburger — stelt dat mensen zichzelf ten onrechte reduceren tot hun nationale, religieuze of ras-identiteit, terwijl de werkelijkheid vaak oneindig veel complexer is. We zouden er volgens hem veel beter aan doen om onze identiteit ‘vederlicht’ te dragen. “Het is niet jouw geschiedenis, het is de geschiedenis van je voorouders,” aldus Appiah.

Het enige dat je tegen identiteitsverharding kunt doen is het gecompliceerde verhaal blijven vertellen. Die individuele gelaagdheid en dualiteit die Appiah benoemt , zie je ook terug in recent onderzoek van het Kennisinstituut voor Integratie en Samenleving. Uit dat onderzoek blijkt dat individuele mensen veel genuanceerder denken dan het publieke debat doet vermoeden. Zoals een van hen het verwoordde:

Ik heb heel vaak dubbele gevoelens, ik vind dat heel lastig.

Als je die narigheid ziet van wat vluchtelingen is overkomen, dan denk ik ‘laten we alsjeblieft aardig voor ze zijn’.

Maar als je dan tegelijkertijd de ellende ziet die mensen uit andere culturen soms veroorzaken in Nederland, zoals zich heel brutaal gedragen, dan vind ik dat toch ook moeilijk.”

Het zouden de woorden kunnen zijn van een van mijn familieleden en misschien ook van die van u. Toch zie je deze dubbele gevoelens en die gelaagdheid zelden terug in het publieke debat, en als ze er zijn, dan worden ze vaak afgestraft of verzwegen.

Kijk maar naar wat er gebeurde met de acteur Nasrdin Dchar. Vlak voor Kerst plaatste hij op Instagram een foto van hem in djellaba naast zijn kerstboom. In zijn eigen woorden ‘Niet vanuit religieus oogpunt, maar meer vanuit gezelligheid. Zoals we ook Sinterklaas vieren. En omdat ik vind dat het één het ander niet hoeft uit te sluiten.’  Voor deze foto kreeg hij een stortvloed aan kritiek en bedreigingen.

Wat mij ook opviel is hoe het incident breed werd uitgemeten in de media. Extreme geluiden kregen volop de aandacht, terwijl een enkel bijzinnetje vermeldde dat waarschijnlijk steeds meer moslims een kerstboom thuis hebben staan. Het gecompliceerde verhaal, het gelaagde verhaal en de feiten, dáár lijkt weinig interesse naar. Ik vind dat mechanisme van aandacht eisen en aandacht geven heel opmerkelijk. Het zijn keuzes die we met z’n allen maken.

Ik heb het niet alleen over de schreeuwers, maar ook over de rest die hen een platform biedt, en vaak heimelijk smult van ‘wéér een nieuwe episode in de soap’, zoals we elke avond zien op TV! Het zijn keuzes waarvan we allemaal weten dat ze tegenstellingen vergroten. Keuzes die ervoor zorgen dat mensen met gezonde twijfels en logische tegenstrijdigheden zich steeds stiller houden. Een Nasrdin die de volgende keer wellicht zijn mond houdt.

Even zorgelijk is dat we onszelf zó bezighouden met die die soap van tegenpolen, dat we de werkelijke problemen niet meer zien. Identiteitsverharding en de discussie over wie we zijn, zitten veel belangrijkere zaken in de weg: Hoe we met elkaar leven samen. Hoe we ervoor zorgen dat onze samenleving werkt, en een plek is waarin we ons thuisvoelen.

De keuze is aan ons: Gaan we het hebben over de kerstboom van Nasrdin? Of besteden we die tijd om te praten over de kansen die we mensen in Nederland kunnen geven om er wat van te maken, en om echt mee te doen?

Kansen in de samenleving

Nu is in dit huis er al veel gezegd en gesproken over Keetje Hodshon,  en als directeur of lid van de KHMW weet u veel meer van haar dan ik. Wat mij persoonlijk opvalt aan haar verhaal is de positie die deze zelfstandige en eigenzinnige vrouw innam, in een tijd waarin dat nog niet vanzelfsprekend was. Een moderne vrouw, die het maatschappelijk debat wilde faciliteren, zo omschreef een van haar biografen haar.

Het was een bijdrage die je moet bezien in de tijdsgeest van toen: ze schonk geld, kanonnen én een schip; meer dan geven, kon ze als vrouw niet doen. Maar het geld dat ze bezat gaf haar de ruimte en de kans om mee te doen in een samenleving waarin de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen groot was. Die kans en ruimte om mee te doen zie ik als de sleutel tot individueel én collectief succes. Deze stelregel is niet aan tijd gebonden. Het feit dat u en ik hier vandaag aanwezig zijn, is dankzij een opeenstapeling van kansen die we hebben gekregen en gepakt. Voor mij is dat bijvoorbeeld de stapelaarsroute, van mavo-havo-vwo. Ik ben heel blij dat ik die kans heb gekregen.

Als ik kijk naar onze huidige samenleving, dan zie ik dat de kansen om mee te doen niet eerlijk zijn verdeeld, en dat ook niet iedereen de ruimte krijgt of pakt. De kansen die je krijgt worden, helaas, nog te vaak bepaald door je achtergrond, of de positie van je ouders. Zo blijkt uit onderzoek van de onderwijsinspectie dat kinderen met dezelfde Cito score soms toch een ander schooladvies krijgen, omdat de leraar onbewust ook meeweegt hoeveel hun ouders verdienen, welke taal ze spreken, of welke opleiding ze hebben genoten.

Ik vind dat schokkend. Kansenongelijkheid zorgt niet alleen voor persoonlijke tegenspoed, het saboteert uiteindelijk ook het succes van onze samenleving. Dat laatste zie je heel goed aan het inburgeringsbeleid. Dit beleid heeft te lang een gespleten karakter gehad, tussen enerzijds het onmogelijk maken dat nieuwkomers snel aan de slag gingen met het leren van de taal of het doen van vrijwilligerswerk. en anderzijds tegelijkertijd verwachten van nieuwkomers, -als ze in Nederland mogen blijven-, dat ze vanaf dag 1 zelfredzaam en onafhankelijk moeten zijn.

En met deze dualiteit in het achterhoofd is beleid gemaakt. Maar wat heeft het ons opgeleverd? Want wat ik extra wrang vind is dat dit beleid een selffulfilling prophecy heeft gecreëerd. Neem het taalonderwijs. We geven nieuwkomers een lening van 10.000 euro en een digiD code en we laten hen vervolgens aan hun lot over om zelf een goede taalschool te zoeken en het kaf van het koren te scheiden, zonder dat ze Nederlands spreken of lezen. De lening voor de inburgering wordt vervolgens omgezet in een gift, op het moment dat de inburgeraar een diploma haalt. Dus om het zekere voor het onzekere te nemen, kiezen veel nieuwkomers voor een taalcursus, op een lager niveau dan dat ze wellicht zelf aan zouden kunnen, om er maar zeker van te zijn, dat ze in ieder geval niet achterblijven met een schuld.

Dus eerst constateren we dat de integratie een groot probleem is, vervolgens geven we nieuwkomers niet de kans, en dan zijn we verontwaardigd dat mensen de taal niet kennen, geen baan vinden en langdurig in een uitkering blijven hangen.

‘Van onze belastingcenten’.

Het is een beetje zoals in Jungle Book, de tijger Shere Kan die de kleine Mowgli als ‘geste’ tien seconden voorsprong geeft om te ontsnappen aan zijn klauwen. Dát is geen eerlijke kans.

Met die houding hebben we onszelf flink in de voet geschoten. Niet alleen is de kloof vergroot tussen the cans and the cannots, de mensen die vooruitkomen en achterblijven.

Oók de tegenstelling is toegenomen tussen nieuwkomers die naar onze samenleving kijken en denken: zie je nou wel, ik krijg geen kans’ en de mensen die even wantrouwend denken: ‘zie je nou wel, ze zitten in een uitkering, ze verdienen geen kans’!

En daar zit precies het wrange: Niemand voelt zich gelukkig in een samenleving van wantrouwen en wrok, en toch maken we beleid dat precies dát veroorzaakt. Het is een gedeeld belang dat nieuwkomers goed mee kunnen doen. Een nieuw inburgeringsbeleid is daarom een van mijn topprioriteiten.

Maar ook breder en algemener is er een grote handschoen voor beleidsmakers om op te pakken als het gaat om kansen geven. Het is precies de reden waarom ik aan het begin van mijn kabinetsperiode geen “Integratie-nota” heb geschreven. Want dan is het risico dat de discussie weer gaat over de vraag of de integratie wel of niet “gelukt” is, in plaats van de over de vraag wat we kunnen doen om zichtbare problemen in onze samenleving op te lossen. Ik geloof in een stap-voor-stap benadering, waarin je problemen stuk voor stuk aanpakt, mensen individueel perspectief biedt, en zo als samenleving collectief succes boekt.

Of dit nu gaat over:

–  Een nieuw inburgeringsstelsel, met meer begeleiding en ambitie;

–  Het tegengaan van arbeidsmarktdiscriminatie;

–  Het aanbieden van voorschoolse educatie om taalachterstanden al vroeg in te lopen;

–  Via wetenschappelijke pilots inzichten opdoen over arbeidsmarktpositie van mensen met niet-westerse achtergrond;

–  Of het tegengaan van radicalisering en extremisme, ook via preventie.

Goed beleid schept de randvoorwaarden voor een samenleving waarin mensen zich thuisvoelen en mee kunnen doen. Maar daar ligt ook precies de grens. Hoe we met elkaar omgaan, hoe we samenleven, is aan ons allemaal. En ook daar ligt een handschoen om op te pakken. In het publieke debat, waar ik het eerder over had. Door elkaar de ruimte geven een andere mening te hebben, geef je elkaar de kans om mee te doen.

Maar ook in de buurt waarin we wonen is er een wereld te winnen.

Samenleven

Het WRR-rapport de Nieuwe Verscheidenheid laat de harde realiteit zien: mensen voelen zich vaker unheimisch in hun eigen buurt. Ze gaan minder met buurtgenoten om, en voelen de vervreemding om zich heen. Het zijn feiten die we onder ogen moeten zien en waar we denk ik ook wat mee moeten. Nu ben ik heel blij dat we niet leven in een verstikkende samenleving waarin de groep dicteert hoe je je eigen leven invult.

Toch denk ik wel dat we ons moeten realiseren, dat de gemakkelijke weg niet altijd de beste weg is, en dat het persoonlijk loont om verder te kijken dan onze neus lang is. Want door te schuilen in je schulp, blijf je anderen zien als karikaturen in een soap van tegenpolen. De moslim. De asielzoeker. De boze witte man.

En laat ik geen boter op mijn hoofd hebben. Om eerlijk te zijn was ik voordat ik minister werd nog nooit in een moskee geweest. Ik had slechts een vaag beeld van hoe het er daar aan toegaat. Ik heb die eerste keer in de moskee een heel leuk, maar ook stevig gesprek gehad. Over samenleven bestaan de ingewikkeldste theorieën, terwijl het heel simpel kan zijn. Zoek elkaar op, spreek elkaar. Doe dingen samen.

Als iedereen mokkend gaat wachten op de toenadering van de ander dan kun je wachten tot je een ons weegt. Dat klinkt wellicht heel soft, maar hierin zit een keihard eigenbelang. Door elkaar kansen te geven maak je samenleven een stuk plezieriger.

Dat zie ik in mijn eigen stad. Rotterdam is een stad die enorm is veranderd. Waar het nieuwe van toen ik jong was, inmiddels weer oud is. Een stad waarin mensen soms langs elkaar heen leven, maar er vaak genoeg voor kiezen er samen iets moois van te maken.

De fietsenmaker bij mij om de hoek, die moeilijke jeugd helpt re-integreren. Een persoonlijke keuze. De buurtbewoners die een paar straten verderop zelf de regie hebben gepakt bij de herinrichting van de buitenruimte. Ook weer een persoonlijke keuze, én eigenbelang.

Slot

Dames en heren,
Wat hebben Ramses Shaffy, Anne Frank en Baruch Spinoza gemeen? Alle drie waren genomineerd voor de verkiezing van grootste Nederlander. Alle drie oerhollands, maar toch elders geboren. Alle drie eens nieuw in ons land, maar nu oudgedienden van onze geschiedenis.

Het dagboek van Anne Frank hebben we allemaal gelezen.

Hoog Sammy kijk omhoog zingen we uit volle borst in de kroeg.

En de NWO-Spinozapremie is de hoogste Nederlandse onderscheiding in de wetenschap.

Natuurlijk is er altijd baas boven baas: Willem van Oranje. Geboren in het Duitse Dillenburg, de Nederlandse taal amper machtig, en nu Vader des Vaderlands!

Nieuwkomers veranderen onze samenleving en zullen dat blijven doen. Onze afkomst en geschiedenis is wellicht anders, maar het zorgt er tegelijk voor dat we een ding samen delen: de tegenstrijdigheden en gelaagdheid die in ons zit. Ik denk dat het goed is om te realiseren dat we niet zo gepolariseerd zijn als we denken. En dat we met de energie waarmee we extremen in leven houden en ja, uiteindelijk het succes van onze eigen samenleving saboteren, ons ook zouden kunnen richten op zaken die er toe doen én op dat wat we samen delen: ons burgerschap.

Mensen maken de samenleving, de samenleving maakt niet de mens. En daar mogen we best wat meer moeite voor doen. Het is heel makkelijk om tegen anderen te zeggen ‘zoek het zelf maar uit’, onder de mooie verpakking van zelfredzaamheid. Het is heel makkelijk om te schreeuwen, en te veroordelen in het publieke debat. Het is heel makkelijk om tegenstellingen op te zoeken en uit te vergroten, en om je dan weer te verschuilen in je schulp.

Maar we schieten onszelf ermee in de voet. Het is in ons eigen belang om samenredzaam te zijn. Door elkaar de ruimte en kans te geven om mee te doen kunnen we werken aan individueel en collectief succes. Migratie is een feit, inburgering een middel.

Het einddoel is een samenleving waarin we ons allemaal thuisvoelen en er iets moois van willen maken.