7. Onze omgeving in samenhang inrichten, met iedereen

Wij willen onze omgeving in samenhang inrichten met iedereen
Openbare ruimte en leefbaarheid kunnen niet los van elkaar gezien worden. Om goed en gezond te kunnen leven hebben we woningen nodig, wegen, openbaar vervoer, een gezond klimaat, schoon water en schone energie, sport- en cultuurfaciliteiten, scholen etc. En dat vraagt allemaal om ruimte. De overheid heeft ruimtelijke vraagstukken lang vanuit de deelgebieden benaderd. Maar economische groei, bevolkingsgroei, klimaatverandering en de huidige maatschappelijke complexiteit hebben ertoe geleid dat de vraag naar ruimte steeds groter is geworden. Alles vraagt een plaats. En alles is belangrijk. Ruimte is een schaars goed geworden. De discussie tussen verschillende belanghebbenden wordt steeds intenser gevoerd. Het bouwen van woningen vraagt openbare ruimte, betekent nieuwe infrastructuur, heeft gevolgen voor biodiversiteit en kan beperkingen voor bedrijfsactiviteiten betekenen. Kortom: beleid en uitvoering van acties op deelgebieden in het ruimtelijk domein moeten steeds meer in samenhang met elkaar gezien en beoordeeld worden.
Dat is geen gemakkelijke opgave! Want wat pak je als eerste aan? En hoe breng je al die opgaven samen met voldoende draagvlak van belanghebbenden en inwoners? En hoeveel autonomie moet je als gemeente inleveren omdat de vraagstukken die zich voordoen vaak niet alleen op gemeentelijke schaal kunnen worden opgelost.

Ruimtelijke ordening

Steeds meer wordt er beslag gelegd op de beschikbare ruimte in Nederland. Een belangrijke taak van de overheid is dan ook om ordening en kaders aan te brengen in alle wensen en ontwikkelingen die van invloed zijn op de openbare ruimte. Het instrument voor gemeenten zijn de bestemmingsplannen die aangeven wat er binnen de plangebieden is toegestaan. Al geruime tijd staat de nieuwe Omgevingswet op stapel. Deze wet wordt naar verwachting op 1 juli 2022 van kracht. Op basis van deze wet moet elke gemeente haar ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving voor de langere termijn in een omgevingsvisie vastleggen. Zoals het er nu naar uit ziet moet die visie voor 1 januari 2024 vastgesteld zijn. Inmiddels is de gemeente al geruime tijd begonnen met de voorbereidingen om tot zo’n omgevingsvisie te komen. De Omgevingswet heeft veel meer dan de vorige wetten, de Wet Ruimtelijke Ordening (WRO) en de Wet Algemene bepalingen omgevingsrecht (WABO), een integraal karakter. Het is van groot belang dat de omgevingsvisie en daarna het omgevingsplan een groot draagvlak krijgen van inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties in Dongen.

Gemeentegrens overstijgende ruimtelijke ordening
Uiteraard is het niet alleen de gemeente die ordening kan aanbrengen. Zoals gezegd hangt in het ruimtelijk domein alles met alles samen. Dus ook regio’s, provincies en het Rijk hebben bevoegdheden en taken op het gebied van de ruimtelijk ordening. Het Rijk heeft in de Nationale Omgevingsvisie uitgangspunten voor verstedelijking vastgesteld die worden uitgewerkt in verstedelijkingstrategieën. De provincie Noord-Brabant heeft dat gedaan voor het provinciaal grondgebied. Die strategie moet vervolgens vertaald worden in enkele verstedelijkingakkoorden. Breda en Tilburg hebben inmiddels een begin gemaakt met een Verstedelijkingsakkoord Breda – Tilburg. Een dergelijk akkoord kan grote consequenties hebben voor de mate waarin de gemeenten, die zich via de regio Hart van Brabant aansluiten bij zo’n akkoord, ruimte beschikbaar moeten stellen voor woningbouw en infrastructuur. Omdat de besluitvorming via de regio loopt is het van groot belang dat zowel de inwoners van Dongen als de gemeenteraad vroegtijdig betrokken worden bij de ontwikkeling van het verstedelijkingsakkoord.

Participatie

D66 vindt het van groot belang dat inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties intensief worden betrokken bij zowel de ontwikkeling van een gemeentelijke omgevingsvisie als een verstedelijkingsakkoord. Het is daarvoor belangrijk dat alle communicatiemiddelen frequent worden ingezet, waaronder fysieke participatiebijeenkomsten. Leg het vast in een inspraakplan en een communicatieplan.
Daarom wil D66 Dongen:

  • Draagvlak onder inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties voor de omgevingsvisie en het omgevingsplan;
  • Een goede controle op de ontwikkelingen rondom het Verstedelijkingsakkoord Breda-Tilburg, zodat de Dongense belangen goed vertegenwoordigd worden en de gemeenteraad daarop kan toezien;
  • Goede participatiebijeenkomsten met een breed en divers Dongens publiek (en niet alleen de usual suspects), voor ontwikkelingen die er spelen in het ruimtelijke domein. Hiervoor is goede, frequente communicatie nodig.

Ruimtelijke inrichting

Ruimtelijke ordening heeft vooral te maken met de toedeling van functies (bestemmingen) aan de beschikbare ruimte. Ruimtelijke inrichting gaat vooral over de hoe-vraag. Hoe moeten de bestemmingen gerealiseerd worden?

Woningbouw en -behoefte

Momenteel is er sprake van een woningcrisis en dat zal voorlopig nog een aantal jaren voortduren. Om het woningtekort op te lossen zullen er tot 2030 961.300 woningen in Nederland gebouwd moeten worden waarvan 109.300 in Noord-Brabant. Dat aantal zal in 2030 niet gehaald worden. De huidige “harde” plancapaciteit tot dat jaar is 335.000 (35%). De aanpak van het woningtekort zal dus versneld moeten worden. Vandaar dat op rijksniveau de regionale verstedelijkingsstrategieën bedacht zijn. Maar ook versterking van de regie op de woningbouwopgave is al aangekondigd. In de gemeente Dongen is in februari 2021 het Woningbouwprogramma 2021 – 2040 vastgesteld op 1103 woningen. Slechts een deel daarvan (310) valt in de categorie harde plancapaciteit in de jaren 2021 en 2022. Na 2022 is het ongewis of het woningbouwprogramma volledig gerealiseerd kan worden. Tot 2024 kunnen de meeste woningen die in de planning staan gebouwd worden op de locaties Noorderlaan en Waspikseweg. Daarna zijn er, behalve op de geplande inbreidingslocaties, geen gronden meer beschikbaar voor de bouw van woningen in grote aantallen.
Het moet bij de woningbouw overigens niet alleen gaan om de aantallen woningen. Bij de ontwikkeling van woningbouwlocaties is het eveneens van belang rekening te houden met klimaatadaptatie, de energietransitie, duurzaam bouwen en – uiteraard – de feitelijke woningbehoefte. De realisatie van de woningbouwopgave vereist dus een integrale afweging met betrokkenheid van marktpartijen en woningcorporaties. Die afweging moet worden gemaakt voordat de feitelijke grondoverdracht plaatsvindt. Daarvoor is wel vereist dat duidelijk moet zijn welke klimaat- en duurzaamheidsaspecten bij de bouw moeten worden meegenomen. Vervolgens zal de uitkomst van het overleg in heldere afspraken moeten worden vastgelegd.
Naast het op een goede manier bouwen van meer woningen, moeten we ook meer sturen op de woningbehoefte die er is binnen onze gemeente. Periodiek wordt er een regionaal woningbehoefteonderzoek gehouden. De resultaten van dat onderzoek geven inzicht in de soort woningen die gebouwd moeten worden. Als het gaat om het soort te bouwen woningen wordt in Dongen sinds jaar en dag een verdeling in prijsklassen gehanteerd van 35% goedkoop, 35% middelduur en 30% duur. In de praktijk is vaak niet duidelijk of deze algemene regel ook de feitelijke woningbehoefte in Dongen dekt. Zeker de huidige woningcrisis zal van invloed zijn op de bovengenoemde verdeling. Zo zullen het tekort aan woningen en – als gevolg daarvan – de zeer hoge prijsklassen een verschuiving op gang brengen in de vraag en dus de behoefte aan woningen. De grootste behoefte wordt nu gevoeld bij starters, alleenstaanden en ouderen. Daarnaast dienen arbeidsmigranten adequaat gehuisvest te worden en heeft de gemeente een extra taakstelling gekregen met betrekking tot de huisvesting van statushouders. Dat verhoogt de vraag naar goedkopere woningen. Bijzondere aandacht verdienen ook de inwoners met middeninkomens die in de knel raken omdat ze te weinig verdienen om een woning te kopen, maar te veel voor de sociale huur. Er is een tekort aan middel dure huurwoningen.
De rekenkamercommissie Dongen, Goirle en Loon op Zand heeft in 2020 een onderzoek gehouden naar de inschrijftijd en zoekduur voor sociale-huurwoningen in deze drie gemeenten. Daaruit bleek onder meer dat de positie van middeninkomens, door ontwikkelingen zowel in de sociale-huursector (doorstroming) als in de particuliere sector, zorgen baart. Zij wijst erop dat de bestuurlijke instrumenten die de gemeenteraad ter beschikking heeft (bestemmingsplan, grondbeleid, doelgroepenverordening, huisvestingsverordening) mogelijk effectievere sturingsmogelijkheden biedt dan alleen een woonvisie. Gelet op de omvangrijke woningbouwopgave is het alleszins gerechtvaardigd dit serieus te onderzoeken.
Daarom wil D66 Dongen:

  • Naast herbestemming van leegstaande gebouwen en bouwen in inbreidingsgebieden, een actieve grondpolitiek voeren om zoveel mogelijk woningen te kunnen bouwen naar behoefte;
  • Een heldere visie over de inzet van klimaatadaptatie, vergroening, de effecten van de energietransitie en bijbehorende eisen van duurzaamheid, die van toepassing zijn op het bouwen. Hierover willen wij heldere afspraken maken met marktpartijen;
  • Onderzoeken of het in Dongen mogelijk is om te sturen op toewijzing van woningen aan (specifieke) doelgroepen en bij bepaling van typen en prijsklassen van nieuw te bouwen woningen;
  • In aanvulling op de uitkomst van het woningbehoefteonderzoek er afspraken met marktpartijen gemaakt worden voor het realiseren van de gewenste woningdifferentiatie:
  • Voldoende financiën beschikbaar stellen voor startersleningen;
  • Inspelen op spoedzoekers: mogelijkheid tot bouwen van flexwoningen;
  • Afspraken met woningcorporatie maken over sociale koop en mogelijkheden zoals Koopgarant (of iets dergelijks);
  • Bestaande voorraad: benut waar mogelijk transformatielocaties (verouderde bedrijventerreinen, functie verliezende gebouwen);
  • Regisseer een wijkgerichte aanpak op de verduurzaming van met name particuliere woningen;
  • Woon-zorg: Creëer nieuwe en betaalbare woonconcepten voor ouderen, zorg voor een gedifferentieerd aanbod. Dit bevordert tevens de doorstroming.

Openbare ruimte en leefbaarheid

Openbare ruimte en leefbaarheid kunnen niet los van elkaar gezien worden. D66 beschouwt open ruimte als een waarde op zichzelf. Met die ruimte moet zorgvuldig worden omgegaan. En dat geldt dus ook voor het buitengebied van de gemeente Dongen. Uitgangspunt moet zijn dat verstening en asfaltering van het buitengebied voorkomen moet worden. De bedreiging van het buitengebied is nog nooit zo groot geweest. Alles vraagt een plaats: de woningbouwopgave, de energietransitie, het watervraagstuk, landbouw, stikstof, droogte, biodiversiteit etc.
Daarom wil D66 Dongen :

  • Een integrale, gebiedsgerichte aanpak voor het buitengebied ontwikkelen samen met verschillende belanghebbenden;
  • Zorgen voor zoveel mogelijk aantrekkelijk groen in de wijken en ruimte geven aan particuliere (groen)initiatieven van inwoners en ondernemers binnen het gemeentelijk beleid;
  • Het kappen van bomen vermijden en een herplantplicht hanteren met duidelijke voorwaarden, voor zowel inwoners, bedrijven als voor de gemeente zelf;
  • In het gemeentelijk bomenbeleid opnemen dat kroonvolume even belangrijk is als het aantal bomen;
  • Natuurinclusiviteit als voorwaarde wordt meegenomen in alle ruimtelijke ontwikkelingsopgaven;
  • Het onderwerp “groen” als investering in de begroting wordt opgenomen en niet alleen als onderhoudspost.

Beheer en onderhoud

Beheer en onderhoud zijn onderwerpen die meestal maar weinig politieke aandacht krijgen. Meestal komt het aan de orde bij begrotingsbehandelingen waarbij ze zijn opgevoerd als kostenposten. Toch is die geringe aandacht niet terecht. Nog afgezien van het feit dat goed beheer en onderhoud belangrijk is voor de levensduur van wegen, pleinen, riolering etc. en daarmee dus vroegtijdig vervangingsinvesteringen voorkomt, is het medebepalend voor de mate waarin inwoners de openbare ruimte beleven. Schone en goed verlichte straten, in goede staat verkerend straatmeubilair en goed onderhouden groenvoorzieningen zorgen ook voor een gevoel van veiligheid.
Enkele jaren geleden is vanwege bezuinigingen het onderhoudsniveau van het openbaar groen en van wegen, straten en pleinen afgeschaald. Gelet op de huidige staat van het onderhoud en de maatschappelijke ontwikkelingen zoals de klimaatcrisis en de toenemende druk die op het ruimtelijk beslag gelegd wordt, is het volgens D66 noodzakelijk dat zowel de omvang als de kwaliteit van het (groen)onderhoud opnieuw tegen het licht moet worden gehouden.
Daarom wil D66 Dongen:

  • Het Groenbeheersplan evalueren met medeneming van de in de paragraaf “openbare ruimte en leefbaarheid” genoemde standpunten. Bovendien is het van belang dat dit onderwerp een medebepalend onderdeel wordt in de in ontwikkeling zijnde omgevingsvisie en de nieuwe omgevingsplannen;
  • Het achterstallige onderhoud van de Dongense wegen, voet- en fietspaden met prioriteit aanpakken en het actualiseren van het wegenbeleidsplan uit 2008. Destijds is er gekozen voor een scenario waarin het kwaliteitsniveau uit 2008 werd gehandhaafd, dat is inmiddels achterhaald. In diverse gevallen kan gesproken worden van onveilige voet- en fietspaden. Dat geldt voor gezonde mensen zoals bijvoorbeeld ouders met kinderwagens, maar zeker voor mensen die slecht ter been zijn, waaronder vele ouderen, die al dan niet gebruik moeten maken van een hulpmiddel zoals een rollator of scootmobiel. En het feit dat in diverse straten auto’s volop geheel of gedeeltelijk op voetpaden geparkeerd worden is daarbij een extra complicerende factor.

Infrastructuur

Een belangrijk onderdeel van het ruimtelijk domein is de infrastructuur. Goede doorstroming van het verkeer, goede bereikbaarheid van bedrijven en voorzieningen en adequate parkeergelegenheid zijn belangrijke pijlers van het verkeersbeleid. Dit hebben we eerder benoemd in hoofdstuk 3 (Economie, werk en inkomen). Een goed wegennet is van belang voor een goede bereikbaarheid van Dongen.
Daarom wil D66 Dongen:

  • Snel helderheid over de effecten van de aansluiting op de nieuwe N629, zowel in financiële zin als de effecten op de omgeving;
  • Een inventarisatie van de acties die nodig zijn om in Dongen de transitie te maken van fossiele brandstof naar elektrisch aangedreven voertuigen.