Lees voor

Maidenspeech Robert van Asten

Voorzitter,

Vandaag heb ik de eer om hier, in de Tweede Kamer, voor het eerst het woord te voeren.

Dat doe ik bij de begrotingsbehandeling van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en dat maakt deze maidenspeech voor mij extra bijzonder.

Niet alleen omdat ik tot voor kort wethouder was in Den Haag, met stedelijke ontwikkeling in mijn portefeuille.

Maar ook omdat wonen voor mij meer is dan beleid, cijfers en kaarten.

Wonen is persoonlijk.
Voorzitter, ik ben van 1978. Volgens de statistieken betekende dat dat de woningmarkt voor de generatie van mijn ouders – en ook voor mij – lange tijd gunstig was.
 
Ik groeide op in Rijswijk. Toen ik tien was verhuisden we van een flat langs het spoor naar een nieuwbouwwoning. En in 2000 ging ik op kamers in Leiden, waar ik fiscaal recht studeerde.
Dat kon toen nog: een betaalbare kamer, midden in het centrum van de stad.

Na mijn studie ging ik samenwonen, kochten wij onze eerste woning op een gunstig moment en verhuisden vijf jaar geleden opnieuw. Terugkijkend zie ik hoezeer timing en kansen voor ons meewerkten – en hoe anders dat vandaag is.
Uit de verhalen die ik hoorde als raadslid en wethouder, maar ook van vrienden en familie, komt één ding pijnlijk naar voren:

het vinden van een geschikte woning is door het gierende tekort een loterij geworden.

En dat terwijl het hebben van een woning zo fundamenteel is om je eigen leven te kunnen leiden.

Voor mij betekende op kamers gaan in Leiden natuurlijk vrijheid: het studentenleven, samenleven met leeftijdsgenoten, een nieuwe fase.

Maar het bracht meer dan dat. Een eigen plek geeft ruimte.

En die ruimte gaf mij de mogelijkheid om mezelf beter te leren kennen en te durven zeggen wie ik ben. Dat ik ervoor kon uitkomen dat ik op mannen val, gaf ruimte voor mijn hele ontwikkeling.

Die bevrijding en ruimte gun ik iedereen die worstelt met zichzelf of met zijn, haar of diens omgeving.

En ik ben ervan overtuigd dat dat niet los te zien is van het hebben van een eigen plek:

de veiligheid, de autonomie, het gevoel dat je ergens woont waar jij de regie hebt.

Voorzitter, als wethouder zag ik wat een woning betekent voor mensen.

Dat het het verschil kan maken tussen vastzitten of verder kunnen.

Tussen afhankelijk blijven of een eigen leven opbouwen.
Of het nu gaat om een studentenkamer, een starterswoning of een passende woning voor ouderen:

een eigen plek is vaak de basis voor vrijheid en ontwikkeling.
Die twaalf jaar gemeentepolitiek hebben mij laten zien hoe groot de opgave is.

Niet iedereen krijgt vandaag de kansen die ik destijds had.
Voor veel mensen is de zoektocht naar een woning geen begin van hun leven, maar een periode van stilstand.

Ik zag dat scherp in de wijken van Den Haag Zuidwest: slecht geïsoleerde woningen, achterstallig onderhoud en bewoners met veel talent, dat onvoldoende tot bloei komt doordat de woonomgeving tegenwerkt – thuis én in de wijk.

Juist daarom ben ik zo blij met het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid.

Een programma dat perspectief biedt aan twintig wijken in Nederland, waaronder Den Haag Zuidwest.

We kunnen het ons niet veroorloven deze wijken – en vooral de mensen die er wonen – af te schrijven.

Hun talent verdient ruimte.
Ik ben dan ook blij om te lezen dat de minister bij de laatste voortgangsrapportage schrijft: dat we knellende wet- en regelgeving moeten doorbreken en samen een nieuwe werkwijze ontwikkelen. Ik hoor graag hoe de de minister hier concreet invulling aan geeft.
 
Voorzitter, het lostrekken van de woningmarkt is een van de grootste opdrachten van de komende jaren.

De vraag is niet óf we moeten bouwen, maar hoe en waar.
En precies daarom is de Nota Ruimte zo cruciaal.

De Nota Ruimte is het kompas voor de inrichting van Nederland in de komende decennia.

Hier maken we keuzes over hoe we de schaarse ruimte verdelen tussen woningen, natuur, landbouw, economie, defensie en recreatie.

Zonder duidelijke keuzes komt alles klem te zitten.

Met duidelijke keuzes kunnen we tempo maken: in woningbouw, in bereikbaarheid en in leefbaarheid.

Voorzitter,
kan de minister concreet aangeven welke aanvullende stappen zij nu zet, bovenop de al aangewezen 21 grootschalige woningbouwgebieden, om binnen de contouren van de Nota Ruimte nieuwe woningbouwlocaties planologisch, financieel en qua bereikbaarheid versneld gereed te maken, zodat provincies en gemeenten na vaststelling van de Nota Ruimte ook direct aan de slag kunnen?

Voorzitter, ik ben een positief mens. Grote uitdagingen zijn er niet om bij te somberen, maar om aan te pakken.

Het kan wél.
Ik heb gezien dat wanneer overheden goed samenwerken, er veel mogelijk is.

Daarom wil ik mij inzetten voor een samenhangende aanpak van woningbouw en mobiliteit.

 Als voorzitter van de Verstedelijkingsalliantie was mijn motto:
 “Geen rails, geen woning.”
 
En dat zal ik hier blijven herhalen.

Voorzitter, wonen gaat over ruimte. En ruimte vraagt om keuzes.

Met de Nota Ruimte hebben we de kans om richting te geven, om duidelijkheid te scheppen en om tempo te maken.

Zodat wonen weer een begin wordt – en geen blokkade.

Daar zet ik mij graag voor in.

Dank u wel.