Voorzitter,
Politiek gaat in de kern niet over systemen, normen of nota’s.
Het gaat over levenskwaliteit.
Over de vraag of mensen ervaren dat hun leven vooruitgaat, of dat het vastloopt.
Of je snel en zonder gedoe bij vrienden en familie kunt komen.
Of de lucht die je inademt schoon is.
Of je kunt vertrouwen op water uit de kraan, stroom uit het stopcontact
En vooral: of wat we vandaag besluiten, ook morgen nog standhoudt.
We leven in een tijd waarin de wereld om ons heen snel verandert.
Te vaak reageren we daarop met kortetermijnoplossingen,
of door tegenstellingen uit te vergroten – alsof vooruitgang altijd betekent dat iemand anders moet inleveren.
Ik geloof daar niet in.
Nederland is groot geworden door vooruit te denken.
Door te investeren voordat het urgent werd.
Door te bouwen aan kwaliteit — van onze infrastructuur tot onze leefomgeving — en die niet uit te ruilen voor snelle winst.
De grote vragen van deze tijd vragen geen politiek van angst of stilstand.
Ze vragen om vertrouwen dat we dit kunnen.
Samen. Met verstand. En vooral met lef.
Door te investeren in wat ons verbindt.
En door verantwoordelijkheid te nemen voordat de rekening wordt doorgeschoven.
Voor mij is dat geen theorie.
Want wie – zoals ik – opgroeit in Twente, leert drie dingen:
Eén: je ruimt je eigen rommel op.
Niet omdat iemand dat zegt, maar omdat het zo hoort.
Twee: goede verbindingen zijn geen luxe.
Als je even moet trappen om ergens te komen, weet je: zonder bereikbaarheid kom je nergens.
Drie: je gooit niets weg wat nog waarde heeft.
Dat maakt je geen wereldverbeteraar.
Dat is gewoon verstandig omgaan met wat je hebt.
En voorzitter, precies die drie principes staan vandaag voor mij centraal.
Omdat ik zie dat ze in ons beleid te vaak worden losgelaten.
Met grote gevolgen voor onze economie, onze veiligheid en onze levenskwaliteit.
Te beginnen met de verspilling van schaarse grondstoffen.
Want voorzitter, grondstoffen zijn veiligheid.
In een tijd dat het recht van de sterkste terug is op het wereldtoneel is circulariteit geen groene hobby, het is een veiligheidsstrategie.
Voor onze technologie — van windturbines en batterijen tot defensiematerieel en chips — zijn we voor bijna 90 procent afhankelijk van China als het gaat om kritieke grondstoffen en raffinage.
Als die kraan plotseling dicht zou gaan – zoals al eens gebeurde – vallen fabrieken stil, vertragen energieprojecten en gaan de prijzen voor mensen thuis omhoog.
We hebben bij het Russische gas gezien wat er gebeurt als je afhankelijk bent van één machtsblok. We maakten onszelf kwetsbaar en de rekening kwam keihard bij de Nederlandse huishoudens terecht.
En voorzitter, de dreiging komt niet alleen uit het Oosten. Aan de andere kant van de oceaan zien we hoe president Trump een agressieve grondstoffenpolitiek voert en handelstarieven inzet om toegang tot kritieke materialen af te dwingen.
Als we niet opnieuw grip willen verliezen, moeten we onze waardeketens sluiten. Dat begint bij de bron: producten die goed repareerbaar zijn, ontworpen met hergebruik in gedachten en materialen die we uit onze eigen afvalberg terugwinnen.
Daarmee kunnen we over onze eigen toekomst beslissen. En dat is in deze tijd allesbehalve een luxe.
Wie controle heeft over grondstoffen, heeft invloed. Daarom zou de circulaire economie niet alleen moeten gaan over ecologie, maar ook over macht en weerbaarheid.
Is de staatssecretaris bereid de doelstelling onder artikel 21 te verbreden, zodat strategische autonomie naast planetaire grenzen een expliciet anker wordt van circulair beleid?
Voorzitter, strategische autonomie klinkt abstract. Maar als je een tweedehandsauto koopt, of je laptop laat repareren draag je er al aan bij.
Juist daarom is het onbegrijpelijk dat de staatssecretaris de subsidie aan Repair Cafés schrapt. Dat zijn plekken in de buurt waar vrijwilligers je helpen om kapotte spullen te repareren, in plaats van ze weg te gooien. Je leert er zelf dingen maken en herstellen, het scheelt geld en afval en het brengt mensen samen. Met een klein beetje steun houden we daar heel veel waarde mee in stand.
Daarom heb ik een amendement ingediend dat precies dat regelt.
Dat brengt mij bij mijn tweede punt, en dat is de balans tussen milieu en economie.
Een sterke economie en een gezonde leefomgeving zijn geen tegenpolen.
Ze zijn elkaars voorwaarde.
Het kan niet zo zijn dat drinkwater onbetaalbaar wordt
omdat we eerst de gifstoffen van een ander eruit moeten filteren.
Of dat mensen geen eitje van hun eigen kip durven eten
door PFAS-vervuiling waar nooit op is gehandhaafd.
D66 staat voor vertrouwen in de miljoenen bedrijven die het wél goed doen.
Die innoveren, investeren en het geld verdienen waarmee we onderwijs, zorg en sociale zekerheid betalen.
Maar juist om dat vertrouwen te beschermen,
moeten we streng en effectief optreden tegen rotte appels.
Zonder handhaving is milieubeleid geen norm — maar een suggestie.
En voorzitter, daar wringt het.
Het toezicht- en handhavingsstelsel kraakt.
Berenschot laat zien dat digitalisering enorme kansen biedt
maar in de praktijk te langzaam van de grond komt.
Daarom mijn vragen aan de staatssecretaris:
Welke concrete stappen zijn gezet om digitalisering van toezicht te versnellen?
Tegen welke concrete knelpunten loopt hij aan?
En wat is er nodig om dit nu wél door te zetten?
En dat brengt mij bij mijn laatste punt voorzitter.
Nederland staat wereldwijd bekend om onze fietsinfrastructuur, onze openbaarvervoersnetwerken en onze ruimtelijke ordening. Delegaties uit de hele wereld komen hier kijken hoe je bereikbaarheid, veiligheid en leefbaarheid met elkaar verbindt. Dat is iets om trots op te zijn.
Maar voorzitter, juist omdat we hier goed in zijn, mogen we onze infrastructuur niet laten verslechteren.
Wat D66 betreft hoeven mensen niet te kiezen tussen een auto die duur is voor het milieu en een trein die duur is voor hun portemonnee.
De ambitie moet zijn dat het openbaar vervoer zó goed is
dat het voor veel Nederlanders de logische reiskeuze wordt.
En het afgelopen kabinet heeft daar, moet ik helaas constateren, de verkeerde afslag genomen.
En toch sturen we nog steeds op voertuigverliesuren.
In de rekenmodellen die het ministerie gebruikt wordt elke seconde winst voor de auto vertaald in euro’s, terwijl de reiziger in de praktijk vaststaat
.
Geen mens denkt in voertuigverliesuren. Mensen denken in vragen als:
Kan ik op tijd op mijn werk komen?
Kan mijn kind zelfstandig naar school?
Kan ik zonder stress naar de dokter?
Dat ís bereikbaarheid.
Daarom mijn vraag aan de staatssecretaris:
Is hij bereid de MIRT-rekenmodellen open te breken en de focus te verleggen van asfalt en minuten naar de bereikbaarheid van voorzieningen?
Voorzitter, collega’s: ik rond af.
Als we politiek weer durven te bedrijven vanuit levenskwaliteit,
vanuit verantwoordelijkheid voor wat we gebruiken en doorgeven,
en vanuit vertrouwen dat vooruitgang niet ten koste hóéft te gaan van elkaar, dan maken we Nederland sterker, eerlijker en toekomstvaster.
Dat vraagt om andere keuzes.
Een langere adem.
En om een bereikbaar en verbonden land.
Want Nederland is te klein voor grote afstanden en te groot voor kleine ambities.
Aan het werk.
Maidenspeech Dion Huidekooper
Lees hier de maidenspeech van Tweede Kamerlid Dion Huidekooper