Terugblik op het eerste jaar

De gemeenteraadsverkiezingen zijn een jaar oud. Vijf Haarlemse D66’ers zitten op een raadszetel. Zij benoemden twee commissieleden en bovendien ook een wethouder in het college van B&W. De fractie blikt terug! Vandaag aan het woord zijn de twee raadsleden in de commissie Ontwikkeling; An-Jes Oudshoorn en Joris Krouwels.

An-Jes Oudshoorn;
“Een kleine zin, een groot verschil”

In maart 2022 ging Haarlem naar de stembus. Of eigenlijk: ongeveer half Haarlem bracht een stem uit. “Het maakt toch geen verschil”, hoorde ik op straat. Of: “De gemeente gaat toch nergens over”.
 
Na een jaar in de gemeenteraad zie ik waar lokale politiek het verschil maakt. De raad maakt keuzes over de veiligheid van fietsende kinderen. Over ondersteuning van Haarlemmers die dat nodig hebben. En niet in de laatste plaats over de bouw van betaalbare huizen. En over dat onderwerp voerde ik een debat dat ik niet snel vergeet.
 
Een lang debat over één zinnetje: 50% sociale woningbouw aan de westkant van het Spaarne, de andere 50% woningen voor de vrije markt. Dat wil vaak zeggen: 50% sociaal en 50% onbetaalbaar. D66 vond dat niet acceptabel. Haarlem moet zich inzetten voor middeldure woningen, ook aan de westkant van de stad. Woningen voor docenten, verpleegkundigen en ondernemers.
 
In dat debat leerde ik dat politiek hard werken is. Ik schreef een amendement dat uiteindelijk werd ingetrokken. Het was wat politieke gedoe, maar dat is gelukkig snel vergeten. Het gaat om het resultaat! Er werd een spelregel toegevoegd aan het voorstel. Namelijk: een inspanningsverplichting om ook ten westen van het Spaarne circa 30% woningen te realiseren in het (lage) middeldure segment. Kortom: 50% sociaal, 30% middelduur, 20% vrije markt.
 
Bijzonder dat zo’n klein zinnetje zo’n groot verschil maakt. Ik hou het college – en de raad – scherp op deze afspraak. Om te laten zien dat lokale politiek er wel degelijk toe doet.

Beeld: Renata Jansen

Joris Krouwels; “Opgewacht met een megafoon”

In februari 2022 deden wij – een groep D66-kandidaten voor de gemeenteraadsverkiezingen – een rondje bij het Beatrxiplein in Haarlem-Oost. Twee wijkraadsleden Parkwijk-Zuiderpolder-Penningsveer stonden ons op te wachten en toe te roepen met een megafoon.
Ik was wel wat negatief geluid gewend. Maar een megafoon? Dat was nieuw voor mij.

Een maand later stemde Haarlem 15 partijen in de gemeenteraad. Een record. Alle politieke stromingen hebben nu een stem in onze Spaarnestad.
Het allergrootste nadeel hiervan is dat wij als politici meer – meer dan ooit – met elkaar bezig zijn. Voor elk voorstel of idee zijn meer overleggen en meer afspraken nodig.
Mijn spannendste motie kreeg steun van 9 van de 15 partijen. Ook een record! Een record voor een voorstel dat geen meerderheid behaalde; het scheelde één stem.

“Ik zit liever met mijn gezicht in de stad, dan met mijn neus in de stukken op het stadhuis,” heb ik altijd geroepen. Want we moeten een inhaalslag maken met het vertrouwen in de politiek. Maar we moeten ook een inhaalslag maken met woningbouw. Dat ervaar ik als meest uitdagende combinatie. 

Inmiddels ben ik kind aan huis bij de wijkraad Parkwijk-Zuiderpolder-Penningsveer. Ik dronk een kop koffie bij de wijkraadsvoorzitter thuis. We praatten over de ontwikkeling Oostpoort. Ik kan lang niet alle wensen inwilligen, daar ben ik eerlijk over. Maar ik luister in mijn eerste jaar zoveel als ik kan.
Uiteindelijk moeten raadsleden een afweging maken.
Vaak een moeilijke.
Een megafoon heb ik gelukkig niet meer gehoord of gezien.

Beeld: An-Jes Oudshoorn