D66 in Bergen op Zoom, hoe is dat gegaan?

In 1966 is D66 opgericht, ondertussen is onze partij niet meer weg te denken. Hoe ging dat eigenlijk in Bergen op Zoom? Wij hebben dat aan lid van het eerste uur, Margret Vreedenburgh gevraagd!

Het jaar 1977, het jaar dat D66 weer terugkwam

Mijn interesse voor de politiek werd gewekt toen ik te maken kreeg met de werking van het ambtelijk en politiek systeem. Als toenmalig bestuurslid van Hockeyclub Tempo vond ik het noodzakelijk dat er achtervangers kwamen bij de hockeydoelen. Ongerichte hoog geslagen ‘snijers’ over het doel konden daarachter forse schade toebrengen bij nietsvermoedende voorbijgangers uit ervaring weet ik dat een hockeybal heel hard is.

Ik ging dat wel even namens de hockeyclub regelen bij de gemeente.
Mijn bezoek leverde op dat, na uitleg waar achtervangers toe dienden, men dat gevaar voor voorbijgangers erkende maar dat het de gemeente te veel ging kosten, het stond niet op de begroting. Ik moest maar eens met de politiek gaan praten. Na lang uitleggen en nog langer praten met nog meer mensen, waaronder politici, zijn ze er uiteindelijk gekomen. Maar mijn interesse voor zo’n onbegrijpelijk systeem (wie zegt er nou niet onmiddellijk ja tegen achtervangers) was wel geboren.

Opheffing van de partij?!

Niet lang daarna las ik in de krant een uitnodiging voor een bijeenkomst van D66 in de Moyses. In mijn herinnering een van de vrolijkste vergaderingen die ik heb meegemaakt met maar een agendapunt: ‘de opheffing van de afdeling BOZ’. Er waren te weinig leden. Mijn gevoel zei toen al ‘wat zonde als deze partij er niet meer zou zijn‘ en zo dachten er meer mensen over.

In die tijd speelde ook landelijk de gedachte dat we als partij maar niet verder moesten gaan. Daarvoor was 2/3 van het stemmenaantal vereist, maar de stemming op het congres was 55% voor opheffing en ruim 40% was voor doorgaan. Ook ik was op dat congres, nog niet als lid, maar mijn aanwezigheid als echtgenote van een D66’er werd beloond met een stemkaart en ik behoorde tot die 40%.

Terug in de Bergse Raad!

November 1976 wilde Jan Terlouw zich kandideren als lijsttrekker als de leden 66.666 handtekeningen wisten te verzamelen. Een prachtige PR stunt en het werkte! Het lukte om meer dan 90.000 stemmen te verzamelen, Jan Terlouw werd lijsttrekker, de congressen werden overtekend en “Het Redelijk Alternatief“ werd het symbool voor de wederopstanding. Ook hier in Bergen op Zoom! Samen met, inmiddels overleden Rinus Franken die ik ontmoette bij het handtekeningen ophalen, heb ik D66 weer smoel gegeven. Met succes want in 1978 kwamen we met een zetel terug in de Raad. In november 1980 kwam ik, toen nog onder de naam Margret van de Putte, in de Raad.

Spannende en drukke tijden braken aan. De hoeveelheid werk was enorm, 9 commissies (inclusief de commissie moertjes en schroefjes) en een maandelijkse raadsvergadering, maar ik prees me gelukkig met heel wat ondersteuning waaronder Letty Demmers voor milieu, Ed Bolsius voor financiën, Jan Weijts voor ruimtelijke ordening, Martijn Dingemans onderwijs, Niels Bax en Peter Visser als politieke meedenkers. In die eerste periode mocht ik ook het raadsvoorstel verdedigen waar ik me samen met Tineke van Dam en Dineke van Male voor had ingezet te weten: de oprichting van het eerste kinderdagverblijf in Bergen op Zoom.

In 1982 deed D66 het landelijk niet zo goed en dat had natuurlijk zijn weerslag op de lokale verkiezingen. Jan Terlouw zorgde er met zijn subsidie wel voor dat het Spirituslijntje in onze stad werd opgeheven en de afdeling had een verkiezingsprogramma opgesteld. Dat programma moest wel nog door de leden goedgekeurd worden. Het was even een puzzel hoe we die goedkeuring door de leden moesten organiseren. Stencillen? Copyshops waren er toen nog niet.

In dit digitale tijdperk drukt Wesley Janssens op een knop en alle leden kunnen het programma, met de geweldige inleiding van lijsttrekker Ufuk Cuman, in enkele minuten lezen. Maar Letty en ik hadden een creatief idee om de 40 leden op de lijst in twee uur tijd het hele programma te laten lezen en bespreken.

In ‘Proeflokaal de Hemel‘ hebben wij toen waslijnen gespannen en alle programma onderdelen opgehangen en met wasknijpers vastgemaakt. Een variatie op de waslijn thuis. Leden lazen het, bespraken het met elkaar, dienden moties en amendementen in en aan het eind van de avond keken we trots, met een glas wijn in de hand, naar een goedgekeurd verkiezingsprogramma. Letty heeft deze effectieve ‘waslijnprocedure’, ontstaan in de Bergse Hemel, zelfs nog een keer toegepast tijdens haar Landelijk Voorzitterschap.

De lokale verkiezingen van 1982 waren niet de beste in de bestaansgeschiedenis van D66. In West-Brabant bleven er twee afdelingen over Breda en Bergen op Zoom! We hadden het gered, ook al was het een restzetel, voor ons een fantastisch resultaat!
Ondergetekende heeft de eerste helft van die bestuursperiode op zich genomen en Ed Bolsius de tweede helft. In 1986 kwamen we met twee zetels samen in de Raad.

Landelijk waren we in die tijd ook bezig met de vraag wie we als D66 eigenlijk waren in dat spectrum van bestaande politieke partijen:
Het collectivistisch denken van de PVDA, het vasthouden aan het klassiek liberaal denken van de VVD en het denken vanuit een christelijke ideologie van het inmiddels opgerichte CDA. Veel prominente leden van D66 zoals Laurens Jan Brinkhorst wilden helemaal geen etiket en Jacob Kohnstamm vond dat we allemaal Vrijzinnig Democraten waren. Ik voelde me het meest thuis bij de uitspraak van Thom de Graaf toen hij in Bergen op Zoom op bezoek was: ‘Ik ben een liberaal met het hart links’. Sociaal liberaal!

Thom de Graaf & Dick de Cloe - Thom de Graaf (voorgrond), minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties en vicepremier, stapt tijdens zijn ‘Gekozen Burgemeester’-tour samen met waarnemend burgemeester Dick de Cloe café/restaurant De Teerkamer binnen. - Beeld: Thom van (Putte), bron West-Brabants Archief

Tenslotte nog een leuke anekdote over partij anciënniteit. Tijdens de verkiezingen in 1982 had ik, midden op de Grote Markt, een gesprek met Piet van Heijst prominent lid van het CDA. Hij was wethouder van onderwijs (en de rest) en straalde gezag uit. Het was ook niet iemand die je begroette met ‘hoi Piet’. Het was ‘Meneer van Heijst’ die mij midden op de Grote Markt aansprak op de groene kleur van D66. Hij was van mening dat we toch te veel de kleur van het CDA kopieerden.
Ik moest er even over nadenken, maar antwoordde hem dat het toch echt zo was dat D66 eerder die kleur had dan het CDA dat pas in 1980 was opgericht.

‘Wij van D66’ waren ouder!
Verrukkelijk om dat te kunnen zeggen!

Margret Vreedenburgh