Afscheidsbrief Monica den Boer

Vandaag kondigt Tweede Kamerlid Monica den Boer haar vertrek aan uit de Tweede Kamer. Ze heeft na 2,5 jaar Kamerlidmaatschap moeten concluderen dat ze meer wetenschapper is dan politicus. Lees hier haar afscheidsbrief aan Kamervoorzitter Arib.

Geachte Mevrouw Arib,
Beste Khadija,

Graag wil ik u informeren over mijn vertrek uit de Tweede Kamer der Staten-Generaal per 19 mei 2020. Mijn besluit om te vertrekken valt mij bijzonder zwaar. Daarom heb ik ook lang geaarzeld. En heb ik deze beslissing bepaald niet lichtzinnig genomen. Vooral nu, tijdens deze coronacrisis, is het van het grootste belang dat de Tweede Kamer haar democratische controle zo goed mogelijk uitoefent: het is alle hens aan dek.


2,5 jaar geleden ging ik met veel energie en inzet vanuit de wetenschap de politiek in, maar ik heb moeten concluderen: ik ben meer wetenschapper dan politicus. Het is – ik schrijf u dat in alle eerlijkheid – met grote aarzeling dat ik dit publiekelijk uitspreek. Omdat het voelt als falen dat het me minder goed is gelukt mijn vleugels in de Kamer uit te slaan dan ik had verwacht. Omdat ik me realiseer dat het niet altijd op waardering kan rekenen als je je kwetsbaar opstelt. Omdat ik als democraat in hart en nieren me geen groter voorrecht kan bedenken dan Kamerlid te zijn.

Maar het is diezelfde democraat in mij die zegt: het zijn maar 150 Kamerleden die namens alle Nederlanders de regering controleren. Alle Nederlanders verdienen 150 Kamerleden die alles uit de kast halen om hun ideeën en zorgen over het voetlicht te brengen. Ik heb er veel van mijn energie, creativiteit en enthousiasme in gelegd, maar tot mijn spijt heb ik in mijn portefeuilles geen baanbrekende resultaten kunnen boeken.

Niettemin heb ik het als een groot voorrecht ervaren dit ambacht te mogen uitoefenen. Hoogtepunten tijdens mijn Kamerlidmaatschap waren onder andere de viering van 100-jaar kiesrecht, dat ik in een werkgroep onder uw voorzitterschap heb mogen vormgeven. Maar er zijn ook andere mooie zaken, waaraan ik een bescheiden bijdrage heb kunnen leveren. De initiatiefnota over de Wet op de Lijkbezorging is er zo een. Niet groots en meeslepend wellicht, maar wel betekenisvol voor mensen die het betreft. Ik noem verder mijn inzet voor digitale nalatenschap en Europese politiesamenwerking, maar ook voor de positie van vrouwen in het openbaar bestuur.
Mijn passie ligt – net als toen ik tweeëneenhalf jaar geleden begon in de Tweede Kamer – bij vrouwen, vrede en veiligheid. Daar hoort bij de koestering van onze grondrechten, onze democratie en ons kiesrecht. Deze waarden en idealen neem ik met mij mee naar mijn nieuwe functie als Hoogleraar aan de Nederlandse Defensie Academie, waar ik op 1 juni 2020 begin.


Helaas heb ik het niet zo lang uitgehouden als mijn grote voorbeeld Suze Groeneweg, die maar liefst zo’n twintig jaar lid van de Tweede Kamer was. Die haar Kamerlidmaatschap ook nog eens grotendeels combineerde met de Provinciale Staten van Zuid-Holland en de Gemeenteraad van Rotterdam! Zij zal voor mij altijd een lichtend voorbeeld blijven.

Natuurlijk ga ik veel van de Haagse dynamiek missen. De trein die ik meestal nét op tijd haalde na mijn hink-stap-sprong-reis vanuit de Hoeksche Waard met fiets, bus, metro en trein; de wandeling naar het Plein met soms een koffiestop bij Happy Tosti; de statige omgeving waar ik heb mogen werken. Mijn lidmaatschap van de Tweede Kamer heb ik als een groot voorrecht ervaren. Graag wil ik u, alle Kamerleden, en alle medewerkers danken voor de goede zorgen, de gastvrijheid en de samenwerking.


Tot slot wens ik u als Kamervoorzitter veel wijsheid toe in deze veeleisende tijden. We zullen ons deze periode herinneren als een tijd waarin alles op zijn kop werd gezet. Hopelijk draagt de coronacrisis uiteindelijk bij aan de herwinning van ons onderlinge vertrouwen, ons menselijk contact, en onze saamhorigheid. Stuk voor stuk waarden die we ook in de politiek-bestuurlijke arena die de Tweede Kamer is, zo hard nodig hebben om onze vrijheid, welzijn en welvaart hoog te houden.

Met vriendelijke groet,
Monica den Boer