Ivor Balke kandidaat-wethouder


D66 praat met Lokaal Vitaal en VVD over een nieuw bestuursakkoord voor de periode 2026–2030. Als de partijen samen een akkoord bereiken en D66 gaat deelnemen aan het college van burgemeester en wethouders, draagt de fractie Ivor Balke voor als wethouder namens D66.

Ivor Balke - Beeld: Richard Rood

Ervaring

Ivor Balke is geboren (1970) en getogen in Castricum en al sinds 1991 nauw betrokken bij de lokale politiek. Eerst in de steunfractie en als bestuurslid van de lokale afdeling van D66, als journalist van het Nieuwsblad voor Castricum en later jarenlang als commissie- en raadslid. Ivor kent Castricum daardoor niet alleen vanuit de politieke arena, maar ook vanuit de samenleving zelf. Als journalist volgde hij jarenlang de lokale politiek op de voet en ontwikkelde hij een extra inzicht in maatschappelijke vraagstukken en de belangen die binnen
de gemeente spelen. Zijn werk voor de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland (SED organisatie) biedt hem ook relevante ervaring die hij meeneemt in zijn politieke werk voor D66 Castricum.

Betrokken

Binnen D66 staat Ivor bekend als een betrokken en inhoudelijk sterke kracht met bijzondere aandacht voor een open en transparante overheid, toegankelijke dienstverlening en heldere communicatie. De laatste jaren richtte hij zich onder andere op de portefeuilles duurzaamheid en Schiphol. In zijn dagelijkse werk als online communicatieadviseur bij de SED organisatie houdt hij zich bezig met digitale dienstverlening, participatie en de toegankelijkheid van
overheidsinformatie.

Teamspeler

Volgens D66 combineert Ivor bestuurlijke ervaring, kennis van gemeentelijke processen en sterke communicatieve vaardigheden met een diepe verbondenheid met Castricum. Fractievoorzitter Harold Ebels zegt: “Ivor is ook een echte ‘teamspeler’ die beschikt over bindend vermogen en samenwerkingskracht. D66 ziet in hem een wethouderskandidaat die niet alleen dossiers begrijpt en weet wat er leeft in de gemeente, maar ook zal bijdragen aan de noodzakelijke stabiliteit van het gemeentebestuur.”