Drie D66-raadsleden nemen afscheid in Arnhem

D66-raadsleden die afscheid namen van de Arnhemse raad op 31 maart 2026
(v.l.n.r. Susan Kemperman, Mattijs Loor, Carolien Zwijnepoel) Beeld: Gemeente Arnhem

Dinsdagavond 31 maart 2026 markeerde een speciaal moment in de Arnhemse politiek: de Afscheidsraad. Tijdens deze bijzondere raadsvergadering namen drie D66-raadsleden afscheid: Mattijs Loor, Suzan Kemperman en Carolien Zwijnepoel. Met hun uiteenlopende ervaring – van twaalf jaar tot één periode – deelden zij persoonlijke verhalen, reflecties en een duidelijke boodschap voor de nieuwe raad. Hun speeches waren een mix van betrokkenheid, zorg en inspiratie, en laten een erfenis achter van aandacht voor vrijheid, inclusie en morele verantwoordelijkheid.

Conservatisme en rechts-extremisme nemen toe, maar vrijheid om jezelf te zijn blijft iets om te koesteren en te beschermen.

Mattijs Loor in zijn afscheidsspeech

Twaalf jaar raadswerk: zorgen én hoop voor Arnhem

Mattijs Loor: “Voorzitter, mijn voorbereiding voor vanavond begon ruim een jaar geleden al. Met lichte jaloezie richting mijn toen 5-jarige nichtje Renske. Die had een uiterst modieus jasje aan van Arnhemse makelij. En u snapt, ik moest er voor vanavond ook één laten maken. Voor wie nu denkt: dat wil ik ook. Ik heb begrepen dat de maakster zich na dit project weer toelegt op kindermaatjes: mijn moeder is van hetzelfde soort mild ongeduldig als ik. Ik verzeker u, dat is niet de beste kwaliteit voor een raadslid. Dingen duren lang in dit huis!

Raadslid zijn is een taaie bezigheid. En het komt met vele zorgen.
Kleine zorgen. Bijvoorbeeld dat na inmiddels zes jaar discussiëren er ook deze week nog geen aanzet tot een opzet van een accommodatiebeleid ligt. Dat klinkt abstract, dus voor de ondertiteling: het ontbreekt in veel wijken aan goede plekken voor ontmoeting, plekken voor muziekonderwijs en voor verenigingen. We zijn drie wethouders verder en in de voortgangsrapportage van deze week is geen voortgang te bespeuren. Ik zal verder niet te kritisch zijn. Ik heb vorige week in de ledenvergadering mijn nieuwe D66-collega’s al opgeroepen dat de komende jaren vooral wél te zijn. En soms wordt geduld beloond. Want 13 jaar na de toezegging daarover van wethouder Van Geffen, in een benauwd zaaltje in Malburgen, opent morgen het nieuwe buurthuis De Hobbit! Zo snel kan het gaan!

Er zijn ook gróte zorgen. Bijvoorbeeld de opkomst bij verkiezingen. De oplossing voor dat probleem ligt in ieder geval niet besloten in de politieke verplaswedstrijd tussen de heren Smeulders en Elfrink in deze zaal vorige week, over wie het meest succesvol afgehaakte kiezers vertegenwoordigt (de conclusie: geen van beide, de kiezers waren immers afgehaakt). Oprechte en langdurige betrokkenheid bij inwoners is eerder de oplossing. En nee, dat levert geen stemmen op (of in ieder geval voor mij in heel Malburgen afgelopen verkiezingen maar 10), maar wel verbinding en wederzijdse waardering die op lange termijn leidt tot minder mensen die afhaken.

Dan een nóg grotere zorg. De ruimte voor mensen om in vrijheid zichzelf te zijn, staat meer onder druk dan toen ik 12 jaar geleden in de raad begon. Zelfs in Arnhem. Mijn grootste zorg, nu, in deze stad, is dan ook de opkomst van conservatisme en rechts-extremisme. Het bewust afremmen van inclusie binnen allerlei organisaties, omdat dat maar ‘woke’ zou lijken. Social media profeten die hunkeren naar een jaren ’50 verhouding tussen mannen en vrouwen en voor wie trans- of non-binaire personen überhaupt niet bestaan. Politieke partijen die openlijk flirten met totalitair gedachtengoed en die neonazisme goedpraten. Dat is doodeng! Het is misschien een harde boodschap op deze feestelijke avond. Maar zoals scheidend politiek verslaggever Lemyae Aharouay dit weekend schreef: “We hoeven niet blind te zijn voor wat we herkennen.”

Er is ook hoop. In de eigenzinnigheid en verbeeldingskracht die Arnhem tot leven wekt. In de jaren dat ik mijn studie afrondde en mijn politieke bezigheden begon, was er een jonge fotograaf die me beter naar de stad leerde kijken, Jip. Hij was nooit Arnhemmer. Daar was hij denk ik te optimistisch voor. Door de juiste lens, letterlijk of figuurlijk, ontdekte ik in die jaren de kleine vonkjes die Arnhem zo’n mooie stad maken. De energie onder de oppervlakte die soms ineens tot uitbarsting komt. Feestjes vol eigenzinnige mensen in café Tape op de Hommelstraat. Een ijskoude, maar zonnige Koningsdag met al het oranje vastgelegd in zwartwit. Een voorjaarsconcert in Sonsbeek. De dingen die de stad laten zoemen (of bruisen, zou mijn opvolger Joris Brandts zeggen). Ik ontdekte in die jaren hoe Arnhem kan voelen als je al het moois dat er is leert zien. (En ook hoe mooi en feestelijk dingen soms zijn, juist als er géén vergunning voor is aangevraagd.)
Jip overleed vorig jaar, veel te jong, en kan al die andere, soms wat pessimistische Arnhemmers niet meer helpen om het te gaan zien. Dus mijn oproep is aan deze raad, om te blijven inzetten op die vonk, dat zoemen, dat moois wat Arnhem zo Arnhems maakt en waar we stiekem (hoe hard we ook zeuren), als we het zien, allemaal zo graag van genieten.

U merkt, ik draai er wat omheen. Maar het wordt tijd om afscheid te nemen. Aan het begin van de afgelopen raadsperiode wist ik dat er inhoudelijk ijzersterke nieuwe D66-raadsleden klaarstonden. Mijn grootste uitdaging was er een werkende, toekomstbestendige fractie uit te laten ontstaan. Ik zal hier niet de afscheidsspeech van Hans Eliëns overdoen. Maar al zijn complimenten over het team van D66 waren terecht! Joris, Suzan, Wimer, Carolien, Hans, Jorick, Lonneke, Dennis, Alexander, Marnix en ook Nermina. Zonder jullie inzicht, harde werken en effectieve tegenspraak was het mij nooit gelukt een succesvolle fractie te leiden. Maar ook de samenwerking met Sabine, Maarten, Sjoerd, Susan en Patrick zal ik niet vergeten. Net als nog wat langer geleden Yvonne, Werner, Ibrahim, Martijn – die me opnieuw leerde rekenen – en Hans Giesing – die me thuis liet voelen in ‘Team D66’.

En voorzitter, nu kán ik verder gaan met het lijstje van te bedanken collega’s buiten D66, maar ik weet ook hoe ongeduldig u in de loop van een avond kunt worden… Een paar wil ik er toch niet onvermeld laten. Dank Steffenie en Mark. Onder de naam ‘Seniorenconvent’ (sorry Nico) deelden we de minst gebruikte maar meest productieve whatsappgroep. Die kwam enkel tot leven als er écht iets geregeld moest worden voor de stad of voor de raad. En als we dat samen oppakten, lukte het!
En dank aan onze onvolprezen voormalig vicevoorzitter Klaartje. En dan vooral voor het feit dat aan je gezicht altijd direct te zien was wat je ergens van vond. Het maakte lange raadsvergaderingen zoveel beter vol te houden! Alle andere collega’s in het college en in de raad die ik nu niet genoemd heb: ook jullie bedankt voor alles!
En dan de medewerkers van de griffie: dank voor de ondersteuning al die jaren lang. In het bijzonder Jozef, ik weet dat ik soms lastig was of veel vroeg. Dank voor je enorme inzet en ik hoop dat het de commissie werkgeverschap snel lukt om een waardige opvolger voor je te vinden. Zodat je wat kan uitrusten van mijn gedram.

Voorzitter, er treed morgen een nieuwe generatie aan. Ik zei het al in juni vorig jaar: er rust een enorme verantwoordelijkheid op jullie schouders. Een verantwoordelijkheid voor de vrijheid van alle Arnhemmers. De vrijheid om naar eigen inzicht hun leven vorm te geven. Om vrij te zijn van ziekte, honger of kou. Vrij van geweld, van discriminatie en van onderdrukking. Dat is een verantwoordelijkheid waar je bang van kan worden!
En dan is er ook nog dit theater. De enorme afstand, het oversteken van de zaal naar dit spreekgestoelte. Het voelt de eerste maanden als een opkomst in slow-motion, waarbij je ieder moment door je enkels kan zakken. Een omgeving waar iedereen de hele tijd iets vindt, ook van jou. Het compliment van collega’s “je kon merken dat je het meende”, na een belangrijke bijdrage met iets trillende stem. Het betekende voor mij dat het betoog niet alleen wat persoonlijk was, maar ook gewoon spannend om uit te spreken.

En voorzitter, dat spannende maakt te meer dat een nieuwe raad zich zou moeten inzetten om een veilige omgeving te zijn voor iedereen. Ook voor meer introverte of enigszins onzekere nieuwe collega’s. Ook voor vrouwen die veel vaker dan mannen in de politiek het slachtoffer zijn van intimidatie. Het maakt dat u nooit meer mag accepteren dat mensen in en rond deze zaal worden bespot, geïntimideerd of uitgelachen. Want voorzitter, hoe kan de raad besluitvaardig zijn en de juiste keuzes maken voor een Arnhem waar iedereen in vrijheid zichzelf kan zijn, als die vrijheid er in dit huis niet is?

Ik wens de raad eigenzinnigheid en verbeeldingskracht. Pas goed op de stad, maar ook op elkaar. Ik zal jullie missen.”


Liefde is sterker dan haat, en ik hoop dat de nieuwe raad écht werk blijft maken van een progressieve stad voor iedereen.

Suzan Kemperman in haar afscheidsspeech

Van activist tot raadslid: liefde voor een vrije stad

Suzan Kemperman: “Ruim vijftien jaar geleden werd ik lid van een politieke partij. In de Tweede Kamer was er iemand die ontzettend domme dingen zei over mijn werkveld: de ouderenzorg. Ik dacht: als ik denk dat ik het beter weet, dan moet ik er misschien ook iets mee doen. Na een ontzettend leuke en leerzame periode bij de Jonge Democraten kwam ik in 2014 voor D66 in de gemeenteraad van Arnhem. Na vier jaar besloot ik te stoppen, omdat ik graag een studie wilde doen én moeder wilde worden.
In 2019 werd ik moeder. En juist dát werd de reden om me voor 2022 opnieuw verkiesbaar te stellen. Want ik had een kind op deze wereld gezet, maar maakte me grote zorgen over haar toekomst. Over de leefbaarheid van de aarde voor haar generatie, maar ook omdat ik haar een stad gun waarin zij de vrijheid en veiligheid ervaart om helemaal zichzelf te mogen zijn.

De afgelopen vier jaar heb ik me met ontzettend veel liefde ingezet voor een vrije en progressieve stad. Ik heb me vaak een activist in de politiek gevoeld en heb altijd geprobeerd om politiek te bedrijven MET mensen en niet over. Hoewel het een bewuste keuze is om nu – definitief – te stoppen, weet ik ook dat ik het ga missen.
In deze raadsperiode hebben mijn vrouw en ik het geluk mogen ervaren om nog twee kinderen te krijgen. Eén keer was zij zwanger, en één keer was ik zelf zwanger. Maar ik moet eerlijk zeggen dat de hectiek van een gezin met drie jonge kinderen, een baan in de zorg en het raadswerk me niet altijd makkelijk is gevallen. Het zijn veel ballen om tegelijk in de lucht te houden.
Bovendien zijn er hopeloos ouderwetse regelingen voor raadsleden die zwanger zijn, en zelfs helemaal geen regelingen voor raadsleden van wie de partner zwanger is.
Het is jammer dat juist het ouderschap nu de belangrijkste reden is om te stoppen met het raadswerk, omdat ik vind dat er óók voor jonge moeders en ouders plek moet zijn in de gemeentepolitiek. Daarom doet het me extra goed dat er morgen in de nieuwe raad weer jonge moeders beëdigd zullen worden.

Ik kijk vanavond ook trots en tevreden terug op wat ik heb mogen bereiken:
• uitbreiding van de PrEP-zorg;
• vergoeding van wijziging van geslachtsregistratie;
• ondertekening van het Manifest Demonstratierecht van Amnesty;
• blijvende aandacht voor destigmatisering en decriminalisering van sekswerk, met als kers op de taart vorige maand het toestaan van thuissekswerk;
• het permanent hijsen van de regenboogvlag bij het stadhuis;
• het voortzetten van het straathoekwerk;
• meer aandacht voor de veiligheid van vrouwen in de publieke ruimte;
• en, last but not least: er komen 2(!) extra woningen in het Laarkwartier.

In een tijd waarin conservatieve stromingen groter worden, haat soms de boventoon voert en vrijheden die we lang voor vanzelfsprekend hebben genomen weer ter discussie staan, kunnen we wel stellen dat stilstand achteruitgang is.
Maar aan de nieuwe raad wil ik meegeven dat liefde sterker is dan haat en ik hoop dat de nieuwe raad ook écht werk blijft maken van een progressieve en vrijzinnige stad waarin iedereen zichzelf mag en kan zijn. Want niemand is vrij tot iedereen vrij is.

Dan nog een woord van dank. Bedankt aan de griffie voor de fijne ondersteuning, de ambtenaren voor alle kennis en expertise die zij elke dag inbrengen om onze stad mooier te maken. Dank aan het college voor het uitvoeren van een ambitieus coalitieakkoord. Bedankt aan mijn coalitiegenoten. Voor het eerst sinds TIJDEN, hebben we de rit met elkaar uitgezeten. Bedankt aan mijn collega-raadsleden voor de fijne samenwerking, in verwachte en soms ook onverwachte hoeken.

Bedankt aan mijn fractie, ik heb nog nooit met zoveel eigenwijze mensen bij elkaar samen gewerkt (mijn tante gaat nu lachen, want ik ben geen haar beter), maar die eigenwijze mensen bij elkaar, waren samen wel ook de meest productieve fractie, dus voor iedereen: zie dit maar als een aanmoediging om eigenwijs te zijn!
En tot slot mijn dank aan Anke, zonder jou had ik deze periode niet raadslid kunnen zijn. Bedankt voor de stap extra die je thuis hebt gedaan en ik kijk enorm uit om met de tijd die vrij komt, samen te kunnen genieten van ons gezin! Dank jullie wel.”


Blijf die morele vraag stellen, juist als het ingewikkeld wordt, want uiteindelijk worden we herinnerd om de grenzen die we bewaken.

Carolien Zwijnepoel in haar afscheidsspeech

Tussen paaltjes en morele keuzes: een politieke reis

Carolien Zwijnepoel: “Voorzitter, collega-raadsleden, wethouders, griffie en iedereen die thuis meekijkt. Ik wil deze speech gebruiken voor een aantal bekentenissen. De eerste daarvan is: toen ik begon als raadslid, dacht ik dat ik hier vooral bezig zou zijn met grote visies, meeslepende debatten en historische besluiten. En ja — die zijn er geweest. Maar eerlijk is eerlijk: ik heb ook uren van mijn leven besteed aan… paaltjes. Heel veel paaltjes. Verkeerspaaltjes, fietspaaltjes, paaltjes die weg moesten, paaltjes die juist terug moesten. Stoeptegels — afgesleten stoeptegels. Klinkers. Kleuren. En bomen… zo ver dat het zelfs ging over rijdende bomen. En nog maar te zwijgen over alle kwartieren die we hebben besteed aan de jawel, de vergaderorde… En ergens, tussen die paaltjes en stoeptegels, gebeurde iets opmerkelijks. Ik merkte dat we het over alles hadden — behalve over waar het echt over zou moeten gaan.
 
Voorzitter, ik miste soms de moraliteit. En dat is mijn tweede bekentenis. We doen hier alsof politiek draait om cijfers, plannen en haalbaarheid. Alsof het gaat om het juiste amendement, de beste formulering, de slimste coalitie. Maar politiek is in de kern iets anders. Het is de plek waar we bepalen wat we rechtvaardig vinden. Wat we acceptabel vinden. Waar onze grenzen liggen. En juist daarom is het ook de plek waar het mis kan gaan. Want het is verleidelijk. Om dingen een beetje recht te praten. Om compromissen te sluiten die nét iets verder gaan dan je eigenlijk wilde. Om te denken: “Dit is nu eenmaal hoe het spel gespeeld wordt.”
 
Maar ik wil — juist tegen nieuwe raadsleden — zeggen: pas daarvoor op. Niet alles wat kan, moet je willen. En niet alles wat slim is, is ook juist. Er zullen momenten komen waarop niemand je tegenhoudt. Waarop niemand zegt: “Is dit eigenlijk wel eerlijk?” Dat is het moment waarop je het jezelf moet afvragen. Kun je hier vanavond mee naar huis? Kun je straks in bed liggen en denken: dit was rechtvaardig? Niet: dit was handig. Niet: dit was politiek verstandig. Maar: dit was juist. Want uiteindelijk ben je niet alleen verantwoordelijk voor wat je hier zegt, maar ook voor wat je hier goedpraat of negeert.
 
Een paar weken geleden is mijn wereld veranderd. Ik heb een kind gekregen. En ineens kijk je anders. De wereld voelt groter, maar ook onrustiger. Kwetsbaarder. En tegelijkertijd wordt één ding glashelder: hoe ver je bereid bent te gaan om je kind te beschermen. Ik dacht altijd dat ik redelijk nuchter was. Dat ik dingen wel zou relativeren. Dat “het zo’n vaart niet zou lopen”. Maar nu? Nu betrap ik mezelf erop dat ik nadenk over dingen waar ik vroeger een beetje om glimlachte. Water opslaan, zoals de overheid adviseert, niet voor mij, nee voor hem. Scenario’s doordenken waarvan je hoopt dat ze nooit werkelijkheid worden.
En ik stelde mezelf een vraag. Wat als het echt moet? Wat als ik moet vertrekken — ver weg — om ervoor te zorgen dat mijn zoon veilig is? Dan ga ik. Dan pak ik wat ik kan dragen. Mijn telefoon — zodat mensen weten dat ik veilig ben. Misschien wat sieraden, iets van waarde. Dingen die je niet kunt vervangen. En verder… laat je alles achter. Mijn huis, mijn leven, alles.

En stel dat het nodig is — zou ik dan tegen mijn partner zeggen: ga jij alvast vooruit, als dat betekent dat onze zoon meer kans heeft om veilig te zijn? Ja, dat zou ik doen. En toen kwam de volgende gedachte. Ik kom ergens aan. Met mijn kind. Met een tas. Met een telefoon. En wat zien mensen dan? Zien ze een moeder die alles achter zich heeft gelaten om haar kind te beschermen? Of zien ze iemand die “het hier blijkbaar niet zo slecht had” — want ja, ik heb wel een iPhone. Zeggen ze dat het land vol is? Dat ik best ergens in een gymzaal kan slapen, zolang het maar niet te dicht bij hun huis is. Vragen ze zich af wat mijn zoon hier eigenlijk komt doen? Noemen ze mij een gelukzoeker? Iemand die op zoek is naar een beter leven? Zeggen ze dat ik lui ben? Dat ik mijn hand ophoud? Want misschien — misschien werkte ik wel niet eens meer in mijn eigen land. Misschien was ik alles al kwijt.
 
Voorzitter ik ga nog 1 keer doen waar ik 4 jaar geleden voor besteld was. Dit is hoe wij kijken naar mensen die precies dat doen. Want deze mensen hebben hun eigen Victor, hun eigen Maxime, Julia, Teun of Arvid. Mensen die alles achterlaten. Niet omdat ze dat willen, maar omdat ze geen keuze meer hebben. En ja — er zijn grenzen aan wat een samenleving aankan. Natuurlijk zijn er vragen over draagvlak, over organisatie, over capaciteit. Maar daaronder ligt een diepere vraag. Niet: hoeveel kunnen we aan? Maar: wie willen we zijn? Zijn we een land dat mensen reduceert tot dossiers, tot aantallen, tot problemen? Of zijn we een land dat — juist op het moeilijkste moment — vasthoudt aan menselijkheid? Dat is geen makkelijke vraag. Maar het is wel een morele vraag. En daar begon ik mee. Tussen de paaltjes en de stoeptegels.

Voorzitter, als ik iets mag meegeven, dan is het dit: Blijf die morele vraag stellen. Juist als het ingewikkeld wordt. Juist als de druk toeneemt. Juist als het politiek aantrekkelijker is om hem niet te stellen. Want uiteindelijk worden we niet herinnerd om de paaltjes die we hebben verplaatst. Maar om de grenzen die we hebben bewaakt. De grenzen van wat rechtvaardig is. De grenzen van wat menselijk is. En de grenzen van onszelf. Ook als het gaat over mensen hier in deze raadzaal.
 
Voorzitter, ik heb Arnhem toch wel ervaren als een ingewikkelde stad om te aarden. Je komt er niet zomaar tussen. Ik denk dat ik de Arnhemse bevolking wel kan omschrijven als… stug. Stug — maar ook ontzettend lief. Want voorzitter, ik heb hier de afgelopen jaren met ongelofelijk veel plezier gewoond. Arnhem is mijn thuis geworden. Het is de stad waar ik het allerliefst kom. De stad die ik noem als mensen mij vragen wat de mooiste stad van Nederland is. Ja… en dat voor een NEC’er. Ik heb mezelf, zelfs toen ik hier al woonde, nog heel lang een Nijmegenaar genoemd. Dat zat diep. Dat ging niet zomaar weg. Maar ergens — en ik weet nog steeds niet precies wanneer — veranderde dat. Op een dag betrapte ik mezelf erop dat ik vol trots vertelde dat ik uit Arnhem kwam. Dat Arnhem eigenlijk gewoon mooier is. Fijner voelt. Meer als thuis. En toen ik op een gegeven moment zelfs zei: “Ik ga hier nooit meer weg”…
 
Toen, voorzitter, veranderde mijn hele wereld. Want met ongelofelijk veel moeite ga ik Arnhem verlaten. En dat is ook de reden dat ik heb besloten mij niet opnieuw verkiesbaar te stellen. Ik laat de stad achter waar ik het liefst doorheen loop. Waar ik mijn weg ken. Waar ik herinneringen heb opgebouwd die ik niet zomaar meeneem. En waarvoor verruil ik dat? Ja… eerlijk is eerlijk, voorzitter — voor mij voelt het toch een beetje als een dorp. Maar laat één ding duidelijk zijn: Arnhem blijft thuis. Het is niet de plek waar ik straks woon, maar wel de plek waar ik hoor. De plek waar ik naar terugkeer. Waarvan ik zeker weet dat ik er altijd weer zal zijn. En ik weet ook zeker — honderd procent — dat ik ooit terugkom. Of ik dan ook weer hier zal staan… Dat laat ik graag aan de tijd.


Voorzitter, ik wil van deze gelegenheid gebruikmaken om een aantal mensen te bedanken. Allereerst natuurlijk alle collega-raadsleden, wethouders, ambtenaren, de mensen van de techniek — en zeker de griffie. Zonder jullie draait deze raad simpelweg niet. Jullie maken het mogelijk dat wij hier soms groots en meeslepend — en soms eindeloos over paaltjes — kunnen debatteren. Maar er zijn ook een paar mensen die ik er even uit wil lichten.
Petra, van de griffie — ik wil je ongelofelijk bedanken. Voor je steun, je hulp en alle momenten waarop je er gewoon was. Ik heb me altijd vrij gevoeld om alles tegen je te zeggen, en ik wist ook: jij doet er alles aan om te helpen. Dat is van onschatbare waarde geweest. Echt, dank je wel.
Mijn fractie — voor de, laten we het vriendelijk houden, “bumpy road”. We hebben wat meegemaakt met elkaar. Maar juist daardoor heb ik veel geleerd. En uiteindelijk maakt dat het alleen maar waardevoller. De mensen van het landelijk bureau — op de momenten dat het nodig was, waren jullie er. Sabine en Afke, dank jullie wel daarvoor. Maarten — voor het meedenken, het spiegelen en het fungeren als klankbord op de momenten dat dat nodig was. Dat heeft echt verschil gemaakt.
En dan, voorzitter… Mattijs. Wij waren soms water en vuur. We konden echt ongelooflijk goed ruzie maken — en volgens mij ook allebei denken dat we gelijk hadden. Maar juist daarom wil ik dit zeggen: Ik ben ontzettend blij dat jij de afgelopen vier jaar mijn fractievoorzitter was. Je ging voor me staan. Je kwam voor me op. Je gaf me vertrouwen, juist op momenten dat dat nodig was. En je hebt me geholpen om hier te groeien. En daar ben ik je oprecht dankbaar voor. Je bent de fractievoorzitter die ik me had kunnen wensen.
 
En dan, last but not least… Arnhem. Arnhem — het zit erop. Na vier jaar neem ik afscheid. Met pijn, en eerlijk gezegd ook met moeite. Maar boven alles met dankbaarheid. Want het was de grootste eer die ik me kan voorstellen: om deze stad te mogen vertegenwoordigen. Het ga jullie goed.”