Twaalf jaar raadswerk: zorgen én hoop voor Arnhem
Mattijs Loor: “Voorzitter, mijn voorbereiding voor vanavond begon ruim een jaar geleden al. Met lichte jaloezie richting mijn toen 5-jarige nichtje Renske. Die had een uiterst modieus jasje aan van Arnhemse makelij. En u snapt, ik moest er voor vanavond ook één laten maken. Voor wie nu denkt: dat wil ik ook. Ik heb begrepen dat de maakster zich na dit project weer toelegt op kindermaatjes: mijn moeder is van hetzelfde soort mild ongeduldig als ik. Ik verzeker u, dat is niet de beste kwaliteit voor een raadslid. Dingen duren lang in dit huis!
Raadslid zijn is een taaie bezigheid. En het komt met vele zorgen.
Kleine zorgen. Bijvoorbeeld dat na inmiddels zes jaar discussiëren er ook deze week nog geen aanzet tot een opzet van een accommodatiebeleid ligt. Dat klinkt abstract, dus voor de ondertiteling: het ontbreekt in veel wijken aan goede plekken voor ontmoeting, plekken voor muziekonderwijs en voor verenigingen. We zijn drie wethouders verder en in de voortgangsrapportage van deze week is geen voortgang te bespeuren. Ik zal verder niet te kritisch zijn. Ik heb vorige week in de ledenvergadering mijn nieuwe D66-collega’s al opgeroepen dat de komende jaren vooral wél te zijn. En soms wordt geduld beloond. Want 13 jaar na de toezegging daarover van wethouder Van Geffen, in een benauwd zaaltje in Malburgen, opent morgen het nieuwe buurthuis De Hobbit! Zo snel kan het gaan!
Er zijn ook gróte zorgen. Bijvoorbeeld de opkomst bij verkiezingen. De oplossing voor dat probleem ligt in ieder geval niet besloten in de politieke verplaswedstrijd tussen de heren Smeulders en Elfrink in deze zaal vorige week, over wie het meest succesvol afgehaakte kiezers vertegenwoordigt (de conclusie: geen van beide, de kiezers waren immers afgehaakt). Oprechte en langdurige betrokkenheid bij inwoners is eerder de oplossing. En nee, dat levert geen stemmen op (of in ieder geval voor mij in heel Malburgen afgelopen verkiezingen maar 10), maar wel verbinding en wederzijdse waardering die op lange termijn leidt tot minder mensen die afhaken.
Dan een nóg grotere zorg. De ruimte voor mensen om in vrijheid zichzelf te zijn, staat meer onder druk dan toen ik 12 jaar geleden in de raad begon. Zelfs in Arnhem. Mijn grootste zorg, nu, in deze stad, is dan ook de opkomst van conservatisme en rechts-extremisme. Het bewust afremmen van inclusie binnen allerlei organisaties, omdat dat maar ‘woke’ zou lijken. Social media profeten die hunkeren naar een jaren ’50 verhouding tussen mannen en vrouwen en voor wie trans- of non-binaire personen überhaupt niet bestaan. Politieke partijen die openlijk flirten met totalitair gedachtengoed en die neonazisme goedpraten. Dat is doodeng! Het is misschien een harde boodschap op deze feestelijke avond. Maar zoals scheidend politiek verslaggever Lemyae Aharouay dit weekend schreef: “We hoeven niet blind te zijn voor wat we herkennen.”
Er is ook hoop. In de eigenzinnigheid en verbeeldingskracht die Arnhem tot leven wekt. In de jaren dat ik mijn studie afrondde en mijn politieke bezigheden begon, was er een jonge fotograaf die me beter naar de stad leerde kijken, Jip. Hij was nooit Arnhemmer. Daar was hij denk ik te optimistisch voor. Door de juiste lens, letterlijk of figuurlijk, ontdekte ik in die jaren de kleine vonkjes die Arnhem zo’n mooie stad maken. De energie onder de oppervlakte die soms ineens tot uitbarsting komt. Feestjes vol eigenzinnige mensen in café Tape op de Hommelstraat. Een ijskoude, maar zonnige Koningsdag met al het oranje vastgelegd in zwartwit. Een voorjaarsconcert in Sonsbeek. De dingen die de stad laten zoemen (of bruisen, zou mijn opvolger Joris Brandts zeggen). Ik ontdekte in die jaren hoe Arnhem kan voelen als je al het moois dat er is leert zien. (En ook hoe mooi en feestelijk dingen soms zijn, juist als er géén vergunning voor is aangevraagd.)
Jip overleed vorig jaar, veel te jong, en kan al die andere, soms wat pessimistische Arnhemmers niet meer helpen om het te gaan zien. Dus mijn oproep is aan deze raad, om te blijven inzetten op die vonk, dat zoemen, dat moois wat Arnhem zo Arnhems maakt en waar we stiekem (hoe hard we ook zeuren), als we het zien, allemaal zo graag van genieten.
U merkt, ik draai er wat omheen. Maar het wordt tijd om afscheid te nemen. Aan het begin van de afgelopen raadsperiode wist ik dat er inhoudelijk ijzersterke nieuwe D66-raadsleden klaarstonden. Mijn grootste uitdaging was er een werkende, toekomstbestendige fractie uit te laten ontstaan. Ik zal hier niet de afscheidsspeech van Hans Eliëns overdoen. Maar al zijn complimenten over het team van D66 waren terecht! Joris, Suzan, Wimer, Carolien, Hans, Jorick, Lonneke, Dennis, Alexander, Marnix en ook Nermina. Zonder jullie inzicht, harde werken en effectieve tegenspraak was het mij nooit gelukt een succesvolle fractie te leiden. Maar ook de samenwerking met Sabine, Maarten, Sjoerd, Susan en Patrick zal ik niet vergeten. Net als nog wat langer geleden Yvonne, Werner, Ibrahim, Martijn – die me opnieuw leerde rekenen – en Hans Giesing – die me thuis liet voelen in ‘Team D66’.
En voorzitter, nu kán ik verder gaan met het lijstje van te bedanken collega’s buiten D66, maar ik weet ook hoe ongeduldig u in de loop van een avond kunt worden… Een paar wil ik er toch niet onvermeld laten. Dank Steffenie en Mark. Onder de naam ‘Seniorenconvent’ (sorry Nico) deelden we de minst gebruikte maar meest productieve whatsappgroep. Die kwam enkel tot leven als er écht iets geregeld moest worden voor de stad of voor de raad. En als we dat samen oppakten, lukte het!
En dank aan onze onvolprezen voormalig vicevoorzitter Klaartje. En dan vooral voor het feit dat aan je gezicht altijd direct te zien was wat je ergens van vond. Het maakte lange raadsvergaderingen zoveel beter vol te houden! Alle andere collega’s in het college en in de raad die ik nu niet genoemd heb: ook jullie bedankt voor alles!
En dan de medewerkers van de griffie: dank voor de ondersteuning al die jaren lang. In het bijzonder Jozef, ik weet dat ik soms lastig was of veel vroeg. Dank voor je enorme inzet en ik hoop dat het de commissie werkgeverschap snel lukt om een waardige opvolger voor je te vinden. Zodat je wat kan uitrusten van mijn gedram.
Voorzitter, er treed morgen een nieuwe generatie aan. Ik zei het al in juni vorig jaar: er rust een enorme verantwoordelijkheid op jullie schouders. Een verantwoordelijkheid voor de vrijheid van alle Arnhemmers. De vrijheid om naar eigen inzicht hun leven vorm te geven. Om vrij te zijn van ziekte, honger of kou. Vrij van geweld, van discriminatie en van onderdrukking. Dat is een verantwoordelijkheid waar je bang van kan worden!
En dan is er ook nog dit theater. De enorme afstand, het oversteken van de zaal naar dit spreekgestoelte. Het voelt de eerste maanden als een opkomst in slow-motion, waarbij je ieder moment door je enkels kan zakken. Een omgeving waar iedereen de hele tijd iets vindt, ook van jou. Het compliment van collega’s “je kon merken dat je het meende”, na een belangrijke bijdrage met iets trillende stem. Het betekende voor mij dat het betoog niet alleen wat persoonlijk was, maar ook gewoon spannend om uit te spreken.
En voorzitter, dat spannende maakt te meer dat een nieuwe raad zich zou moeten inzetten om een veilige omgeving te zijn voor iedereen. Ook voor meer introverte of enigszins onzekere nieuwe collega’s. Ook voor vrouwen die veel vaker dan mannen in de politiek het slachtoffer zijn van intimidatie. Het maakt dat u nooit meer mag accepteren dat mensen in en rond deze zaal worden bespot, geïntimideerd of uitgelachen. Want voorzitter, hoe kan de raad besluitvaardig zijn en de juiste keuzes maken voor een Arnhem waar iedereen in vrijheid zichzelf kan zijn, als die vrijheid er in dit huis niet is?
Ik wens de raad eigenzinnigheid en verbeeldingskracht. Pas goed op de stad, maar ook op elkaar. Ik zal jullie missen.”